Zaterdag 5 juli Bij deze beken ik al direct dat het al zondag is. Ik heb wat last met mijn laatste dag. Er gebeurde eigenlijk niets zaterdag! Als mijn twee horecagasten weg zijn laat ik Shep uit de tuin.  

Wie straft nu wie? Omdat zij het niet heeft voor vreemde mensen op ‘ons hof’ moeten we haar in onze grote gezellige tuin sluiten. Ze bedelt met haar snuit om geaaid te worden, legt zich dan kreunend naast mij neer en de geweldige uitspraak ‘waar men zingt zijn geen slechte mensen’ indachtig zoek ik een cd om in gang te geraken. Ik blijf hangen bij Elvis. Je kan zeggen van hem wat je wil, maar hij had een gouden stem en kon ook zingen. Lotti zal dat wel beamen. Engelstalige kwaliteit dus. Van ‘Pot Luck’ heb ik zowel de LP als de CD. Massa’s herinneringen plakken eraan. Als negenjarige al verkoos ik onze twee singeltjes van Elvis boven ‘Zwei kleine Iatliener’ van Peter Kraus of iemand in die aard. Onze voorhistorische pick-up draaide destijds op volle toeren. Meestal 45, want 33 waren te duur. Maar toen ‘Pot Luck’ er na wat sparen toch kwam ontstond er een conflict tussen mij en mijn broer. Hij eiste Elvis op omdat hij al teenager was en ik nog niet. Ik zou het daar nu met hem nog wel eens graag over hebben. En waar staat die ‘Pot’ eigenlijk voor? Ik mag er niet aan denken. Toch niet Elvis? Nu er ook nog lekker bittere radijzen vers uit de tuin voor mijn neus worden gezet geraak ik eindelijk stilaan op dreef. ‘Just for old time sake’ zingt Elvis en ik kan elk woord meezingen. Ik moet een goed mens zijn. Het was een koopje toen, maar ik was en ben nog steeds ontzettend blij met dit recycleerbaar hard plastic schijfje. Af en toe, als ik het eens nodig heb brengt het mij tot rust en maakt het me zelfs terug vrolijk. Ondertussen zit ik net als bij de aanvang in andermans dag te schrijven. Mijn excuses hiervoor aan mijn opvolger of –ster. Terug naar zaterdag dus. Na het ontbijt met de kinderen ,opnieuw buiten, overtrekt het helemaal. Ik besluit wat binnenwerk te doen en scan alle foto’s van mijn nichtjes in. Het is misschien best dat die hier niet te lang blijven liggen. Mijn werktafel is nogal rommelig en een verloren tas koffie is snel omgestoten. Aline en Lourens moeten pas beginnen om 18u. Lourens wil niet te veel missen van de Tour en zet zich in de zetel. De Ronde van Frankrijk is mijn lievelingssportevenement, maar ik vind dat ze wat overdrijven met een te lange uitzendtijd. De Tv staat dus aan, maar zonder ernaar te kijken werk ik rustig verder. Ik ben van niemand fan, maar bij deze sprint bergop voorspel ik Gilbert dichtbij de overwinning. Ik krijg gelijk. Alleen Valverde gaat hem vooraf. Dit was niets voor echte sprinters. Spijtig van Boonen vind ik. Ook dom natuurlijk. Die mopjes rond de situatie vind ik wel grappig, maar ik vraag me toch af hoeveel van die rechercheurs zich laten sponsoren door ‘De Lijn’? Vorig jaar heb ik het geluk gehad hem na zijn tweede overwinning in Castres even te kunnen spreken. Hij kwam van de dopingcontrole en fietste naar één van de wagens om zich naar het hotel te begeven. Heel de persmeute met zware camera’s spurtte hem achterna. Ik was met de fiets, slalomde tussen de zwaar hijgende journalisten en pakte Tom’s wiel. Dat kan ook niet iedereen zeggen hé? Hij vond dat niet erg en vooraleer de rest bekaf de groene trui inpalmde hadden we een heel gewoon gesprek gehad. Zijn dijen zijn misschien wel dik, maar zijn nek is OK. Twee dagen later ontmoet ik ook nog blauwe Herman Schuurmans , Paul D’Hoore en Patrick Lefevere. Schuurmans, die de grootste popsterren der aarde persoonlijk kent is de vriendelijkheid zelve, D’Hoore begint de koers te analyseren en hoopt als gast van Lotto op Evans. Met Lefevere praat ik als een echt kenner over mijn achterneef Nick Nuyens die op dat moment wat aan het sukkelen was. Hij bekend dat hij van een sterk ras is, maar besluit: “Hij had beter gebleven”.

Plots begint Aline te panikeren. “Eten, we moeten toch eten?” Als ik haar vertel dat wij naar de barbecue van de brandweer moeten, schiet ze in actie. Zo heb ik haar nog niet dikwijls bezig gezien. Lourens is akkoord met wortelen met worst. Ze begint aardappelen te schillen en maakt verse wortelen schoon. Als het dan ook nog begint te regenen spurt ze in de tuin om ‘de was af te doen’.Ik leer hier uit wat ik al wist. Je moet jonge mensen gewoon laten doen. Laat ze zelfstandig zijn en geef ze de kans om te evolueren. Voor de eerste keer eten ze binnen. Het ruikt lekker en ik hoop op wat overschot, maar de groenten en de wortel zijn ‘gekuist’ en een droge patat vind ik maar niets.

Op de barbecue valt weinig te beleven. De beenhouwer verdient een pluim voor het malse vlees en met een paar vrienden zakken we weeral iets verder door. Eén van hen wil persé lid van sp.a worden en dat is ondertussen al gemeld natuurlijk. Aline en Lourens komen zeer laat thuis. “Zolang gewerkt?” vraag ik me af. Nog iets gaan drinken met hun bazen en “ze hebben ons volledig vrijgehouden” zegt Lourens content voor zijn portemonaie. Ik vraag hem of hij het woord “bazenpoepen” begrijpt. “Voorzichtig mee zijn “, geef ik hem de raad.

Maar ook daar ben ik gerust in en zoals ik de jeugd ken ben ik alvast niet bang voor de toekomst. Een beetje een flauwe afsluiter voor mijn week. Ik heb er zelfs wat last mee om te stoppen. Ik zal héél gelukkig zijn met wat response. Succes aan mijn opvolger.

mailto:Rudy.nuyens@gemeenetberlaar.be

vrijdag 4 juli
Vandaag wordt het een gezapige dag. Je weet dat niet op voorhand, maar je voelt dat. Ik heb een weekendgevoel en het is niet eens zo laat als ik wakker word. Myriam is –denk ik toch -al gaan werken en plots voel ik iets zwaar op bed vallen. Wies onze ‘bewerkte’ kater komt er bij liggen. Het duurt wat eer hij zich genesteld heeft, maar eens hij ligt spint hij luider dan ik kan snurken. En dat betekend wel iets. Het is zeker geen gewoonte dat de katten mee naar boven komen, maar met dit warm weer blijven er al eens deuren open staan. Wij zijn zo geen afsluiters. Ooit kwam ik ’s nachts thuis en de voordeur stond wagenwijd open. Ik denk dat kandidaat-dieven wel even twijfelen dan. Maar toen was ik toch ook niet echt gerust. Wies slaapt zó diep dat hij niet wakker wordt wanneer ik mij begin aan te kleden. Ik ben eerst op en begin alvast de tafel buiten te dekken. Nell volgt en ik delegeer haar om brood te gaan halen. Omdat de warme bakker iets te ver is, is de GB, zes huisnummers vroeger, de gelukkige die een aantal pistolets mag leveren. Melanie, nichtje van mijn dochters, komt even langs met den Tuur. Tuur is bijna twee en zoon van Nadia ,de gps schoonzuster en flik Johan. Net als ik voelt Tuur zich goed tussen al dat vrouwvolk. Voorlopig is het petekind van Aline de enige man onder de kinderen. Ik behandel hem ook zo en deins er niet voor terug hem nu al te plagen met woorden. Hij moet gehard worden want ook zijn andere nonkel Guy (van de schaar) heeft die mening. Aline kan er wel mee lachen. Om stipt 12u begint hun eerste werkdag. Aline en Lourens hebben er zin in. Wanneer ik ze wegbreng en ik rijd door de laatste dreef die doodloopt op de Nete, waar Pallieter in de film ambras had met de boer die zijn paarden sloeg, kan Lourens zijn bewondering voor de schoonheid niet onderdrukken. “Wooouuuuw”, trillen zijn stembanden, want ik denk niet dat hij zelf weet wat hij zegt. Voor ons is ’t Schipke bijna dagelijkse kost, maar als je er eens rustig gaat bij zitten begrijp je zijn gelukzalige zucht wel. Het is nog steeds ‘wooouuuuw’ wanneer ik ze ’s avonds oppik, want ook de eigenaars blijken tof en van deze tijd te zijn.

Ik heb er lang over nagedacht, maar ik besluit een aantal kennissen en vrienden op de hoogte te brengen van mijn dagboek. Ik daag ze zelfs een beetje uit. “Ik durf het niet terug te lezen. En jij? “ Weeral maar eens vreemd, maar twee mensen waar ik het niet van verwachte reageerden als eerste. Sylvain uit Amerika (waar het zeven uren vroeger is) én mijn coalitiepartner, de burgervader van Berlaar. Die vindt het allemaal geweldig. Ik moet oppassen, of we gaan nog dikke vrienden worden. Wim daarentegen zegt dat het Bokito moet zijn in plaats van Boquito. Een apenkenner! Een kameraad-brandweerman reageert dan weer uiterst  positief. Bij deze voel ik mij goed en ik besluit om mijn hagen te gaan scheren. Ik leende eerder al de haagschaar van mijn schoonbroer…. Het valt mij nu ineens op dat ik weeral geleend heb. Ik voel mij als de hoofdfiguur uit die radiospot waarin die iets wil lenen en,het alleen krijgt op voorwaarde dat hij een waslijst van eerder geleende dingen eerst terug brengt. Maar langs de andere kant herinner ik me ‘An inconvenient truth” waarin nieuwgezinde mensen op de korrel genomen worden. De moderne mens koopt vooral om te ‘hebben’ en niet omdat hij iets nodig heeft. Daarom is het goed om niet allemaal een haagschaar te kopen, maar het is beter om elkaars schaar te gebruiken. Mijn schoonbroer zal lachen. Hij heeft alles en ik heb niets. Maar hij is een goed mens, die kan genieten van zijn familie. Zelfs van mij!

Ik zweet mij leeg en drink zelfs een cola!  Maar mijn hagen staan tegen 18u , wanneer Myriam thuis komt,gekortwiekt mooi te zijn. Snel eten en een bad, want mijn nichten komen op bezoek. Ik heb er maar drie. We gaan een soort familiefeest organiseren. Als Gerlinda als eerste belt maakt Nell de leuke opmerking: “ik denk dat er een nicht voor de deur staat!”

An en Suzanne volgen en de werkvergadering kan beginnen. Eerst slaan ze elke vorm van alcohol af, maar slechts enkele momenten later slurpen ze al aan een glaasje rode wijn. Als enige man heb ik het echt moeilijk om ze bij het onderwerp te houden. Ik wil een stamboom van de familie Verret maken met foto’s en al. Dat is al een opdracht, maar wanneer we geboorte- en soms ook overlijdensdata moeten kennen blijkt An een levend archief te zijn. Op een paar data na kent ze ze allemaal. Ik heb al last met mijn eigen geboortedatum! Ook de reeds overleden familie komt nu ter sprake en dan zie en hoor je soms de krop aanzwellen. Iets waar ik zeker nooit zal mee spotten. Emoties uiten is gezond .

Gisteren had ik het over kerstdag 1980, toen ik het kruispunt in Lier waar Louis Neefs verongelukte passeerde. De kerstperiode is, en zal dat altijd blijven, een periode waar ik elk jaar zo spoedig mogelijk door wil. Ik heb sowieso al problemen met die verplichte gezelligheid, maar tot en met kerstdag 1968 had ik een broer. André was drie jaar ouder en vooral op latere leeftijd (nu dus) denk ik dikwijls aan wat ik allemaal gemist heb. Een oudere broer met heel waarschijnlijk ook een gezin met kinderen, waar ik misschien wel de eindejaarsdagen op een normale manier zou kunnen gevierd hebben. Net als thuis vroeger. Ik herinner het me niet exact, maar tot en met 1967 slachtte mijn vader elk jaar van oud op nieuw een konijn en kregen we pakjes om middernacht. Nonkel Jos –de papa van archief An- zorgde voor de ambiance en als we geluk hadden waren de zuster van mijn moeder “Vonneke” en “tante Tette” er ook. Niets speciaal met tante Tette. Ze heet nog steeds Juliette en als kind moet ik dat ooit afgekort hebben.

Als Aline me belt dat ik ze mag komen halen vertrekken mijn lieve nichten ook maar. Geen spectaculaire dag, maar wel een zeer bijzondere avond. Ik heb genoten! Humor, ernst en verdriet dansten op dezelfde koord en geen één is er af gevallen. Wij zijn goed bezig. Morgen begint de Tour de France. Morgen is het ook mijn laatste dag.

donderdag 3 juli
Ik ben van strategie veranderd. Het is nu 17u en met José Feliciano op de achtergrond begin ik alvast aan deel één van dag vijf. “Listen to the falling rain”, zingt hij. Ik heb toch iets met regen. Zolang het maar warm is.

Ondanks het feit dat mijn belastingsbrief nog niet is ingevuld slaap ik zonder schuldgevoel tot in de late voormiddag. Ik had het nodig. Lourens blijkbaar ook, want hij trekt het nog iets langer. Het zal de goede Belgische lucht zeker? Het is niet meer zo warm als gisteren, maar we besluiten toch buiten te eten. We hebben wel een probleem. Is dit nu ontbijt of middageten? Nell scharrelt een zestal eieren van onze eigen kippen en Aline gaat ze koken. “Licht of hard?” vraagt ze. Maar als een tijdje later de klok vroeger staat dan toen ze de eitjes in het kokend water dompelde gokken we dat ze hard zullen zijn. Lourens heeft een beetje moeite om zijn eitje te pellen. Wit op wit snap je? Ik heb er zo mijn bedenkingen bij. We keuvelen rustig tot Aline er mij aan herinnert dat iemand mij om 10u zou opbellen. Als een gek zet ik mijn gsm aan en die persoon stond natuurlijk al tussen de gemiste oproepen. Ik was het vergeten te vermelden in mijn dagboek, maar dinsdagavond kreeg ik telefoon uit Amerika. Sylvain, mijn vriend vertelde me dat zijn zoon Axel naar België komt en dat hij cadeautjes bij zal hebben. Axel is nog een teenager en verblijft bij kennissen van Sylvain in Antwerpen. En die mens moest ik nu terug bellen. In de loop van de namiddag komen ze nog even langs.

Sylvain zelf leerde ik kennen 12à 13 jaar geleden. Ik deed al een tijdje mee als vast voetbalfigurant bij FC. De Kampioenen toen er plots een geweldig grote neger –en ik mag dat zeggen- kwam meedoen. Om politieke reden had hij toen zijn land Zaïre verlaten. Het klikte snel, maar pas toen ik hem een paar weken later tegenkwam op het Open Tropenfestival in Turnhout werden we echte vrienden. Mijn vriend brandweerman Luc die toen bij me was vertelt er nu nog over. Sylvain is zeker 1m90 en véél struiser dan ik en toen ik hem meende te herkennen in een dansende dampende massa wurmde ik me tot bij hem. Pas toen ik zeker was van zijn wezen zette ik me zonder woorden met wijd opengespreide armen voor hem. Dat had ik niet mogen doen. De daarop volgende omarming was verstikkend en bijna dodelijk. Maar gemeend! En dat voel je direct. Twee zwaar zwetende lijven omstrengelden elkaar. Ik ben niet echt een danstype, maar toen heb ik alle hoeken van de tent gezien. Luc vreesde eerst dat we aan het vechten waren en gaf zelfs ruiterlijk toe dat hij niet durfde tussenkomen. Ik heb hem gelijk gegeven. Maar Sylvain is een schat van een vent. Hij is nu Amerikaans staatsburger en af en toe belt hij. Zijn stem heeft het timbre van Barry White, maar zijn piepend hoog lachje bevestigt zijn schalksheid en Afrikaanse roots. Even was hij op de dool en werd hij zelfs kwaad als we Bush met woorden afmaakten, maar de schade is ondertussen hersteld. Hij is onze kameraden die zich durfden afzetten tegen het Mobutu-regime niet vergeten. Ik hoop je spoedig nog eens te ontmoeten Sylvain en bedankt voor de cadeautjes.

Met enige moeite en wat telefonische hulp krijg ik mijn belastingsaangifte klaar. Echt moeilijk is dat niet, maar ondertussen moet ik er al drie invullen. Aline verdiende al wat bij in taverne De Laarhoeve in Berlaar. Tegen kwart voor vijf begeef ik mij naar het kantoor der directe belastingen in Lier, maar opnieuw was ik te laat. Op dat punt ben ik een beetje anarchist. Ik steek de brieven in de brievenbus en hoop dat het hierbij stopt. Ik vrees ervoor want Aline’s aangifte is niet ondertekend. We hebben vandaag weeral niet veel overschot van tijd, want we moeten naar de Guldensporenviering in Gestel. Op 3 juli! Ik ben daar niet echt mee akkoord, maar de reden zou zijn dat onze schepen van cultuur op reis vertrekt.

Lourens zegt fier dat hij samen met Aline het eten gaat klaar maken. “Wat eten we?”vraag ik. “Spaghetti” zegt hij en ik kan het niet laten hem erop te wijzen dat iedereen dat klaargemaakt krijgt. Maar het was lekker en een goedkoop rood wijntje zorgt ervoor dat we te laat arriveren op de viering. Het regent weer hard en we worden opgevangen door Connie Neefs persoonlijk. Toevallig gingen we binnen langs de artiesteningang. Ik ben nooit fan geweest van dit soort vieringen. Ik ben voorlopig nog steeds even veel Belg als Vlaming en als de moderator  van dienst –een ex-Berlaars politicus- zijn persoonlijke mening begint te geven heb ik al zin om op te stappen. Als hij over VLAPO  (Vlaamse podiumartiesten) begint zegt hij dat hij het Engelse lawaai van de VRT beu is en dat hij, ook al word hij van collaboratie beschuldigd, nog liever naar de Duitse radio luistert. De familie Neefs –om niet te zeggen vooral Louis- dát is kwaliteit. Eva De Roovere, Kommilfoo, Stijn Meuris, Gorki…ik noem er maar enkele. Ik wed dat deze zeer hoge kwaliteit bij deze armVlamingen amper of niet bekend zijn. Tussendoor schittert –gelukkig eigenlijk- Connie met de kwaliteiten van haar broer zaliger. Het is toch wel vreemd. Op kerstavond 1980 passeerde ik aan het kruispunt ter hoogte van GB in Lier. De brandweer was toen bezig met ‘de opkuis’ van een zwaar ongeval. Niet wetend dat een groot zanger, die VLAPO niet nodig had, verongelukt was ging ik met een slecht gevoel slapen. Ik had zo mijn reden. Mogelijk vertel ik daar morgen iets meer over.

Tussendoor nemen we afscheid van schepen Van Hoof . Beireke was en is nog een volksmens. Ik had het geluk dat onze burgemeester mij vroeg om een karikatuur van hem te maken. Ik teken te weinig, want ik heb er last mee gehad. Maar het resultaat mag gezien worden. Beireke zat recht tegenover mij in de gemeenteraad en het gebeurde dikwijls dat wij tussen de ernst van de politiek door ontzettend veel plezier beleefden. Onze lichaamstaal was voldoende om elkaar te begrijpen. Ik kende hem al zo lang. Hij supporterde voor mij toen ik als 16 jarige begon te koersen. Zegt dat niet genoeg? Als dank voor de tekening wierpen we elkaar een kushandje. Als nog steeds diezelfde moderator dan gastspreker Ludo Helsen aankondigt als een grote knuffelbeer die je niet meer wil loslaten vrees ik dat mijn gezicht boekdelen spreekt. Voor mij zijn mensen als Louis Paul Boon echte Vlamingen. Amper tot 16 jaar naar school gegaan word hij één van Vlaanderens grootste schrijvers. Puur cultuur. Ik herinner me nog ‘Boontje komt om zijn loontje’ waar ik als kind gefascineerd naar luisterde terwijl ik nu als vijftiger in slaap viel van mijnheer Helsens’ speech. Of moet ik zeggen redevoering? Want daar ging het toch over? De verloedering van de Vlaamse taal. En ik vrees dat ik hem nu zelfs gelijk moet geven. ‘Boquitoproof’ is nog grappig, maar als we niet uitkijken word kortelings onze taal overspoelt met Engelse en Franse termen. Mijn Friese vriend en mijn dochters waren ondertussen al huiswaarts gekeerd, maar in Nederland –waar naar onze taal genoemd werd -  is het nog veel erger gesteld. Op Schiphol moet je geen ‘aankomst’ of ‘vertrek’ gaan zoeken hoor! Arm Nederland. Helsen promoot de samenzang, maar als hij besluit in het Duits “wo man singt, sind keine schlechten Menschen” besluit ik dit jaar toch maar weer niet de Vlaamse leeuw  mee te zingen. Bij “Mijn dorp in de Kempen” lukte dat wel. Maar dat is klasse. Wij, maar ook onze burgemeester, gaan met de laatsten buiten.

Woensdag 2 juli
Opnieuw was deze dag al een tijdje bezig vooraleer ik me moe maar tevreden te slapen legde. Ik besluit iets langer te blijven liggen. Om 6u30 word ik wakker met het goede gevoel dat ik me nog een paar keer kan omdraaien.
Maar Shep beslist daar anders over en begint mij amper een uurtje later wakker te bassen. Ik vergeef het hem, want de vrachtwagen moet nog terug naar de verhuurfirma gebracht worden en omdat mijn buurman mij gisteren verzekerde dat het al vóór de middag zou gaan regenen wilde ik er toch op tijd bij zijn. Na mijn boterhammen met kaas en een lekkere tas koffie stouw ik mijn fiets in de camion en rijd gekleed als een echte coureur naar Aartselaar. In de buurt moet ik eerst nog een metalen constructie afzetten. Ik excuseer mij daar voor mijn ‘apenpakje’, alhoewel ik dat niet meen. Het is alleen wel gek als er een trucker in koerskledij komt leveren. Met een effen rood truitje zonder reclame, een koersbroek zwart met rood en een idem fiets verdien ik eigenlijk sponsoring van sp.a. Even later trek ik voor de laatste keer mijn handrem op en ik denk dat ik dat ook iets voor de eerste keer doe; ik geef een klopje op het dashboard en praat tegen een vrachtwagen. “Alé maat, ik ben er mee weg”. Heb ik een probleem? Ik spring op mijn fiets en ondanks het feit dat het weeral meer dan een week geleden is voelt ik me direct kiplekker. “Goed voor mijn opgezwollen voeten “, denk ik, want ik heb er de laatste weken dikwijls over nagedacht. Dit is echt geen gezond beroep. Stel dat je al de discipline hebt om gezond te eten, niet te snoepen en veel water te drinken; je zit toch maar uren aan een stuk stil! Ik hou er direct en strak tempo op na en het gaat goed. Alleen mijn rechterknie speelt een beetje op. Misschien had ik toch beter wat meer op cruisecontrol moeten rijden gisteren? Maar na een kwartiertje draai ik vlot rond. Voor de kenners: ik probeer aan een trapfrequentie van 90 à 100 en een hartslag onder 125 slagen per minuut snel peddelend thuis te geraken. Ik heb mijn Polar niet aan,maar ik voel dat het goed zit. Als vijftiger een trapfrequentie van 90 en meer aanhouden blijkt uitzonderlijk, maar ik train er dan ook op. Dit ter zijde: het is zwoel en heet. De zon brandt op mijn kale knikker. Maar ik hou ervan. Ik kan er heel goed tegen. Ergens zowat halverwege krijg ik plots in het oog dat het verdacht donker wordt achter mij. Donderwolken! “Een koerske?” daag ik uit en ik probeer op zijn minst mijn tempo aan te houden. Ergens verder weg regent het al, want striemen wolken staan loodrecht op de horizon. Een aanzwellende wind verraadt dat het niet zal voorbij waaien. Aan mijn fantasie zal het niet ontbreken. Ik voel mij als Philippe Gilbert ontsnapt in het zicht van de meet. Ik kijk achterom en zie Quick-step en Silence Lotto het peloton op sleeptouw nemen. Ik draai weg van het Netekanaal richting Nete. Nog zeven kilometers, maar de groep komt nu echt wel dichtbij. Ik voel als het ware de druppels op mijn achterband vallen. Ter hoogte van café De Boekt op 500m van huis voel ik de eerst druppel. Ze hebben mij ingehaald, maar ik geraak toch op het nippertje droog thuis.

Na nog een aantal verplichtingen besluit ik Aline te gaan halen in Maastricht. Opnieuw is het zwoel en hoe dichter ik bij Maastricht kom hoe straffer het onweer. Terwijl ik de bestemming nader zie ik mooie bliksems flitsend in de grauwkleurige lucht Dit is echt mijn weer. Zwoel en heet, met op de achtergrond een rommelend en dreigend onweer. Ik kan er van genieten. Ik heb thuis een cd met alleen maar geluid van donder en bliksem en veel regen .En tegen de stress kan die mij wel wapenen. In Maastricht regent het pijpenstelen, maar terwijl Aline en Lourens (met een O!) de auto opvullen met vuile was enzo, kijk ik verder naar de schitterende bliksemschichten. Een uurtje later zijn we thuis en zoals beloofd drinken we champagne op het geslaagde schooljaar. Ik durf het bijna niet te zeggen, maar na een simpel bakje Belgische frieten trekken we naar een terras waar we een sublieme trippel van Westmalle drinken. Een kwestie van onze gast op taalstage een beetje in te wijden.

dinsdag 1 juli 
Ik heb me weer helemaal laten opslorpen door mijn dagboek. Opnieuw tot diep in de nacht en ik had niet eens een internetaansluiting om hem te versturen. We waren nochtans  vroeg naar onze kamers gegaan.

Moe van onze rit waren we eerst lekker gaan eten. Ik was in mijn visdag. ’s Middags had ik in zo’n wegrestaurant in Nederland al vrij lekkere schol gegeten en nu verorberde ik na een Fries’ krabsoepje een zanderfilet met spinazie, gebakken met amandelnoten. Als kind had ik dit nooit kunnen binnenhouden en veertig jaar later is dat dan beregoed. (Volgens Wikipedia is Zander een soort baars...) Na een crémeke met heel veel bos- en andere rode bessensaus - besteld ‘ohne sahne’, om toch een beetje de lijn in het oog te houden - wandelden we nog even langs het meer. We lazen op een infobord dat het meer een oppervlakte heeft van meer dan vijf hectaren. Een snelle berekening leert ons dat we in het beste geval dan minstens 1200 meters moesten stappen. De zon zakte al diep achter de bomen in de zwarte turfgrond en we hadden niet genoeg broodkruimels bij om onze weg terug te vinden. Ik had eigenlijk nog zin in een afsluiter maar om 22u30 al wensen we elkaar een goede nacht. Maar pas meer dan drie uren later kan ik als een blok in slaap vallen. Ik had de wekker van mijn gsm ingesteld op acht uur en ik denk dat dat maar nipt gelukt was, want hij lag nog in mijn hand naast mijn oor toen hij als wekdienst fungeerde. Ineens goed wakker dus. Ik sta niet graag vroeg op, maar als het me lukt heb ik weinig last van maar enkele uren slaap. Net vanonder de douche, klopt Marcel op mijn deur.
“Zijn we wakker?”, vraagt hij.
"Ik wel Marcel, ik wel."

Het ontbijtbuffet is zoals verwacht zeer uitgebreid, maar ik geef de voorkeur aan simpele kost. Spek met eieren. Met een kan lekker geurige koffie zetten we ons buiten in het warme zonnetje. Zalig toch. ‘Congé payé’ denk ik. Een uur lang eten en praten we. In alles wint mijn ouwe maat. Hij eet veel trager, maar ook meer, en hij praat heel veel. Zijn vrouw zegt het ook geeft hij toe. Ik heb het gevoel dat hij heel zijn leven nog moet verteld hebben vóór deze avond. Maar hij verveelt niet. Hij kent ook heel veel van vrachtwagens en alles wat er mee te maken heeft. Marcel reed jaren met demowagens. Dat wil zeggen dat wanneer iemand interesse had in een bepaalde vrachtwagen hij die moest gaan presenteren. Legervoertuigen, brandweerwagens, vrachtwagens voor wegenwerken enz. Marcel kent er alles van. En hij kent ook alle verantwoordelijken in elke discipline. Hij leverde ook veel brandweerwagens bij verschillende corpsen. Hij vraagt me welke rang ik heb bij de brandweer en als ik zeg dat ik onderluitenant ben vraagt hij zich af wat hij allemaal nog niet weet over mij. Ik zeg hem dat ik onder andere over hem schrijf in mijn dagboek op de site van Caroline Gennez. Hij schrikt, laat het even bezinken en vraagt dan rustig: “Er staan toch geen namen bij?”. Ik stel hem gerust: “Maar nee Marcel, alleen maar Marcel”. Hij kruist zijn armen en overpeinst dan hardop: “Precies wel een sympathiek meiske hé?”. Ik zeg: “Ja dat gaat”.(grapje). En hij bekend ook dat hij als Oostendenaar een tevreden mens is.

Ik had me dus ook niet echt aan jullie voorgesteld de eerste dag. Ik wist niet dat dat moest. Misschien kenden ze me wel?  Ik ben 52 jaar jong en ik heb twee dochters, Aline nog steeds 19 en Nell zeven jaar jonger. In 2000 ben ik langzaam, maar héél zeker aan politiek beginnen doen en ondertussen ben ik: verkozen als gemeenteraadslid, sp.a –voorzitter, fractieleider en –niet onbelangrijk - voorzitter van de verkeerscommissie. Sportief ben ik vooral fietsend bezig. Ik ben niet zo’n groepsmens en train liefst als eenzaat op kleine en veilige wegen of langs het kanaal. Urenlang kan ik dan nadenken en veel van mijn creatieve ideeën ontstaan zo op de fiets. Veel ben ik, bij gebrek aan potlood en papier, voor ik thuis ben dan ook weer vergeten. Ik ben graficus, maar kreeg eigenlijk een opleiding als reclametekenaar. Dat was in de vroege jaren zeventig toen men nog bezig was met de computer uit te vinden. Een andere hobby is toneel spelen en ik probeer af en toe ook iets te schrijven. Soms durf en mag ik al eens op een ander meespelen. Toneel De Hulst uit Hulshout blijft dan toch mijn voorkeur genieten. Tot slot ben ik nog onderluitenant bij de vrijwillige brandweer van Berlaar.

Maar nu terug naar vandaag. Heel relax vertrekken we en algauw blijkt dat we gisteren toch een kleine omweg hadden gemaakt. Er is heel weinig verkeer en Marcel, die nu mijn passagier is, stelt voor om op cruisecontrol te rijden. Ik hou daar niet echt van, want het is hierdoor dat volgens mij vele kop-staartbotsingen gebeuren. Marcel ontkent dat zeker niet en hij leert me een trucje. Stel je snelheidsregelaar in op 85km/u zodat wanneer er toch een vrachtwagen nog trager zou rijden je hem gemakkelijk tegen 90km/u kan passeren. Marcel is zeker geen cowboy en is dat vroeger ook nooit geweest. Hij heeft wel straffe verhalen bij. Hij heeft tijd en hij legt zijn voeten op het dashboard. Hij gaat soms ver terug in het verleden, maar prijst toch de vooruitgang van de vrachtwagens qua veiligheid en comfort. En ook het milieu zal er volgens hem steeds minder en minder onder gaan lijden. Het is warm en we drinken regelmatig van onze flessen plat water. In het noorden van Duitsland en Nederland staan ontzettend veel windmolens voor elektriciteitsproductie. We hebben ze niet geteld maar zichtbaar van op de snelweg; zeker honderd! En bij deze heeft Marcel een nieuw onderwerp om over te praten. Als man van de kust beschrijft hij zeer gefascineerd en gepreciseerd de bouw en de verscheping van de eerste windmolens voor het windmolenpark op zee. Ik denk dat hij er blijven bij slapen is, want hij weet er alles van. Maar de humor is niet ver weg. Als hij zegt dat hij van horen zeggen weet dat de plaatsing op zee tot op de centimeter juist is vraagt hij zich af hoe ze dat doen. “Satelliet hé Marcel”, zeg ik fier omdat ik ook eens iets weet. “ Dat krijgt uw Hyacinth niet gedaan hoor”, zegt hij en denkt even na. “Stel U voor” zegt hij “keer ne keer weer”. En hij proest het uit. Na nog een rustpauze en enkele uren later zet ik hem af aan het station van Lier. Voor hij voor de laatste keer uit de camion stapt weet hij exact het vertrekuur en alle aansluitingen van zijn trein te vertellen. Over wie ga ik nu moeten schrijven? Het ga je goed Marcel. Ik zie je nog wel. Hoop ik.

maandag 30 juni
7u30: met enige moeite worstel ik mij van tussen de lakens. Het was weer 3 u eer ik er in lag. Een tas koffie doet wonderen en alhoewel ik meestal kaas eet ’s morgens confituur ik nu uitgebreid mijn bruine boterham. Ik heb met Marcel afgesproken op de eerste parking na Antwerpen. Ik moet dus dringend gaan vertrekken, maar ik heb nog niets klaar. Snel grabbel ik een proper onderbroek en nog een T-shirt uit de kast, maar zelfs met mijn pc erbij oogt mijn reistas zielig ‘mager’. Ondanks de voorspelde 25 graden en meer, zorgen twee wollen truien voor de oplossing. Het geleende gps –toestel stop ik er nog snel bij. Ik geef Shep onze ouwe hond een schouderklopje en Wies ,één van onze poezen een knuffel en begeef mij richting Marcel. Kwik en monter staat hij mij op te wachten ergens tussen Antwerpen en Breda. Ik schat hem vijfenzestig. Hij wil zover mogelijk door Nederland rijden om in de buurt van Willemshaven te geraken. Wij passeren dan dichtbij Groningen in Friesland en dat doet me weer aan Aline denken. Tijdens haar eerste jaar toneelacademie leerde ze veel toffe Hollanders kennen. Eén van hen Laurens –een Fries- iets beter dan de anderen denk ik. We zullen het snel weten, want vrijdag beginnen ze beiden te werken in ’t Schipeke aan de Nethe. Minstens een maand zit ik met een Hollander op mijn kot. En voor zover ik hem nu al ken kan dat best leuk worden. Maar toen ik vorige nacht na dag 1 nog even mijn mails bekeek had ik toch een raar gevoel. Rond 2u ’s nachts had ze een bericht van twee woorden gestuurd. “Mis jullie”. Tijdens onze eerste verplichte rustpauze heb ik haar gebeld. Niets aan de hand. Ze klonk opgewekt. Misschien mist ze ons gewoon? En ‘ons’ zijn niet alleen ‘wij’, maar iedereen wie en alles wat ze graag ziet. Ze heeft hard gewerkt,was soms weken van huis en promoveert naar tweede. Zij heeft het recht om ons te missen! Woensdag is ze thuis. Het zal deugd doen. De champagne ligt in de ijskast. Goed gezind riskeer ik het dan toch om Marcel zijn leeftijd te vragen. Hij is bijna 72jaar!  En hij is tevreden omdat ik hem jonger schatte. De rit verloopt vlot, maar als ik een kleine missing maak, maak ik me kwaad op de gps-dame. Ze blijft maar zeggen dat ik zo vlug mogelijk moet terugkeren terwijl ik een plaats zoek waar ook Marcel zonder veel moeite kan keren. Vanaf dan noem ik haar Hyacinth .Ik weiger de Bucket woman uit te schakelen want ik zal haar nog nodig hebben in de smalle straten om en rond onze eindbestemming Altjürden.

Ulrike zou met haar vlammende ogen een Scandinavische godin kunnen zijn. Rondborstig,blond en met een kleine peperkous op de bovenlip had ze misschien beter meegespeeld in Narnia. Maar zij is de verantwoordelijke voor de roadshow in gans Europa.

Ze is tevreden dat we er al zijn en trakteert ons op een koffie. Marcel die ‘die Ulli’ nog niet kende geniet nog even en dan begeven we ons naar ons vier-sterren hotel. Een kuuroord vlakbij een meer en badend in het groen. In kan er ook niets aan doen, ik moet niet betalen.

Even toch weer paniek. “Daar gaan we weer”,dacht ik toen ze niets van reservaties bleken te weten. Maar na wat over en weer getelefoneer met Björn kregen we beiden een ruime kamer met een dubbel bed. Marcel roept vanuit zijn kamer: “dat is een danszaal”. Björn belt nog eens om te vragen of nu alles OK is. “Die kamers zijn groot! Ik woon zo groot niet!” probeer ik plezant te zijn. En op dat moment, geloof het of niet, zegt Hyacinth, die blijkbaar nog steeds niet uitgeschakeld was,: “draai hier linksaf”!! Björn reageert heel droogjes vanuit België:”Amaai, dat zijn wel heel grote kamers”.

zondag 29 juni
De eerste woorden van ‘mijn week’ en ik vraag me al af waaraan ik begonnen ben. Niemand weet dit, maar twee jaar geleden heb ik ook eens een tijdje een dagboek bijgehouden.

Ik had toen een toneelstuk geschreven en samen met mijn oudste dochter Aline en nog enkele jongeren hebben we dat met succes opgevoerd. Ik was van in het begin zo bevangen door hun enthousiasme dat ik in het geniep mijn gevoelens neerpende. Ik heb dat onlangs terug gelezen en ben er serieus van geschrokken. Hoe later op de avond, hoe meer ik mij begin bloot te geven. Het is nu middernacht. U bent verwittigd.

Gelukkig moest ik niet vorige week mijn dagboek bijhouden. Die was gewoon ‘hels’ en niet meer leuk. Als zelfstandige ben ik sinds begin mei de Narnia-roadshow van Mercedes aan het op- en afbouwen op een twintigtal plaatsen in Belgie. Samen met mijn véél jongere collega Kenny moesten we telkens een truck met oplegger, die fungeerde als een soort promotieruimte voor de nieuwe Viano, verder uitbouwen en er twee grote iglotenten bijzetten. Mercedes is cosponsor van de film Narnia. Ik hou niet echt van dit soort films, maar na tientallen keren trailer met bijhorende muziek te hebben moeten aanhoren is mijn goesting helemaal over. De laatste opbouw was vrijdag in Lokeren. Omdat ik ’s avonds naar de jaarvergadering van Igemo moest, (of moet ik zeggen ‘mocht’?) had ik aan Kenny gevraagd om wat vroeger te beginnen. Geen probleem voor mijn sympathieke makker, maar ik was vergeten Marcel op de hoogte te brengen. Marcel is dan weer veel ouder, maar mogelijk nóg sympathieker. Ge moet maar geluk hebben om met zo’n mensen te mogen werken hé? Marcel voert de vrachtwagen van de ene plaats naar de andere, kan het niet laten om ons even te helpen, gaat dan een kop koffie drinken en spoort wat later met de trein terug huiswaarts. Pure propaganda voor de NMBS. Marcel was dus eigenlijk te laat en ik had toen al het gevoel dat ene Murphy niet ver weg was. Tien na drie spring ik in mijn vrachtwagen, salueer naar mijn vrienden en smeer hem huiswaarts voor een snel maar deugddoend bad. De werken in Sint-Niklaas zijn richting Gent en er kan mij dus niet echt veel meer overkomen. Binnen een uurtje ben ik thuis. Dacht ik. Maar net voorbij de eventuele ‘vluchtweg’ via Temse roept de verkeersinformatie mij veel te luid toe dat er een ongeval gebeurde in Wommelgem. Kan geen probleem zijn. Dacht ik. Nog heel even heb ik meegezongen, maar dan was het mooie liedje uit. Ik werd gevangen in één groot verkeersinfarct. Ik voelde me als slechte cholesterol. Niets bewoog nog. Het is misschien niet de juiste woordkeuze maar ik maak me niet snel druk. Toch kreeg ik het even moeilijk toen ik daar in mijn grote vervuiler fijn stof stond uit te stoten en men op het nieuws over de Oosterweelverbinding begon. Vier uren en hopen fijn stof later was ik thuis.
Sommige politici maken er niets uit, maar ik voelde mij beschaamd toen ik net op tijd was om aan te schuiven voor de lunch na de jaarvergadering.
Dat deze hectische week gevolgen ging hebben voelde ik van ver aankomen. Nadien ben ik samen met onze CD&V burgemeester nog een pint gaan drinken in den Hosp bij onze kameraad David Geerts. Mogelijk waren het er een paar meer, want de volgende morgen kreeg ik van onze burgervader een sms’je met de boodschap “koppijn”.
Dit was maar een voorbeeld, maar in die stijl was heel mijn vorige week.
Vandaag, zondagmorgen, mijn wekkerradio staat ook al veel te hard tussen twee posten in . Half negen is niet echt vroeg, maar door de Berlaarse avondmarkt gisteren heb ik te weinig geslapen en kan ik niet zeggen dat ik me echt fris voel. Om 11u moet ik in Lokeren zijn voor onze allerlaatste afbouw. Samen met Björn die heel de roadshow coördineerde gaan we alles nog eens goed nakijken, want morgen moet alles terug naar Duitsland, even voorbij Bremen. Marcel met de Narnia-truck en ik met al het overige materiaal.
Door het spel van de rij- en rusttijden en omdat ik geen slaapcabine heb mogen we blijven overnachten in een overigens chique hotel. Ik ben curieus. Een ouwe en een hele ouwe. Samen van huis weg. Ik heb Marcel al bang gemaakt omdat ik nooit een pyjama draag. Ik neem mijn pc mee en zal proberen vanuit Noord-Duitsland mijn dag door te mailen. Björn zal pas gerust zijn als we dinsdag terug zijn zegt hij. Wat denkt die wel? Hij was wel overslapen vandaag. Wij niet. Maar het verliep vrij vlot allemaal. Björn laat zien dat hij een fijne kuisman is. Ik denk zelfs dat ik hem één keer speeksel zag gebruiken. Na een stevige handdruk en een ‘hopelijk tot ziens’ sta ik deze keer amper een uurtje later voor mijn deur. Ik ga nog snel de gps van mijn schoonzuster lenen voor morgen en daarna rij ik met mijn jonste dochter Nell nog even langs de zorgboerderij De Emiliushoeve in Bevel. Mijn partner Myriam zit daar in de lommer van een grote eik drankbonnetjes te verkopen. Maar het gaat ook met haar niet echt goed, want haar bleke kleur verraad dat ook zij niet fris uit de morgen is gekomen. Om een stressvolle en ongezonde week af te sluiten eten we een lekker pak frieten en doen we nog een terrasje. Achteraf zie ik toevallig het Spaanse doelpunt vallen. Verdiend denk ik en ik zap nog wat verder. Tot ik aan mijn dagboek begin. Morgen naar Duitsland.