28 januari was een bijzonder boeiende zondag voor de Gentenaars. De Buffaloos klopten FCB, ruim verdiend. Ook politiek was het een hoogdag, met drie nieuwjaarsrecepties quasi tegelijkertijd. Al viel er niet overal evenveel inhoud te rapen.

Sp.a en Groen hebben hun gezamenlijke ambitieuze verkiezingsprogramma wél al bijna klaar, geschreven voor de Gentenaars, mét de Gentenaars. Wij maken duidelijke keuzes om Gent nog beter te maken. Drie keer meer investeringsbudget voor wonen. Werkzoekenden klaarstomen voor de jobs van de toekomst. Veilige straten door een nabije politiezorg zonder soldaten.

En wij weten ook: je bouwt geen sociale welvaart op een economisch kerkhof.

Daarom wil ik onze stedelijk aanpak als economische troef uitspelen. Wij willen dat PUUR Gent ook meer kan investeren in de 19de eeuwse gordel. Wij willen startersbudgetten per wijk. Want de evolutie is duidelijk: steeds meer mensen kiezen voor e-commerce voor hun eigen gemak; als ze uit winkelen gaan doen ze dat voor de beleving. Om door mooie winkelstraten te lopen, om te spreken met winkelhandelaars, experts van vlees en bloed. Om tussendoor ongestoord op een gezellig terras te kunnen zitten. Daarom moeten we meer inzetten op de renovatie en verfraaiing van handelspanden, op meer sfeer in de winkelstraten, overal in Gent.

Sommigen stellen blijkbaar liever oude recepten voor, voor een modern middenstands- en handelsbeleid. Wie opnieuw meer auto’s door die winkelstraten wil jagen slaat de bal mis. Dat is beleid van de jaren ’80. Back to the future? Die gekke professor kroop in zijn auto en vloog recht naar het verleden…

De Gentenaars verdienen beter. Daarom zeg ik: laat ons daar samen werk van maken. Als het van mij afhangt, installeer ik als burgemeester vanaf 2019 meteen een ‘Handelskabinet’: een groep Gentse handelaars en horecamensen die constant ons beleid evalueert, anticipeert op evoluties en voorstellen tot verbetering formuleert. Een groep die structureel (elke drie maanden bijvoorbeeld) overlegt met de burgemeester, de schepen van Middenstand en de andere leden van het college – niet enkel over details en ‘kleine dossiers’, maar met regelmaat en over alle beleidsdomeinen. Ik ben dat gewoon, ik heb altijd zo aan politiek gedaan: eerst goed luisteren en overleggen, dan in eer en geweten beslissen, maar altijd om er allemaal samen beter van de worden. Ik heb dat gedaan, als schepen van Werk, in de sector van de sociale economie; ik heb dat gedaan met de dienstenchequebedrijven. Ik wil dat ook doen met de middenstanders. Ze verdienen dat.

Zo maken wij het verschil: door échte samenwerking. Zo hebben we van Gent die fantastische, bruisende stad gemaakt. Zo maken we Gent samen nog beter.