In juli besliste de Vlaamse regering om 8.037 hectare historisch permanent grasland te beschermen. Maar slechts 4988 hectare daarvan wordt beschermd als natuur, zoals voorzien in de Vlaamse natuurregelgeving. De andere 3.049 hectare krijgen een apart statuur onder de landbouwregelgeving. De natuurverenigingen stonden van in het begin sceptisch over die regeling omdat niets garandeert dat de landbouwregels de graslanden een duurzame bescherming biedt.

Uit het advies van de Raad van State blijkt nu dat hun vrees gegrond is. De Raad vraagt zich af waarom bepaalde graslanden op de kaart van de Vlaamse regering worden uitgesloten van bescherming onder de naturreglegeving en merkt onder meer op dat de regering een antwoord moet geven voor de vraag “waarom graslanden buiten beschouwing worden gelaten en daardoor aan een verschillende beschermingsregeling zouden worden onderworpen”. De Raad verwijst daarbij naar het gelijkheidsbeginsel.

“Door de graslanden een verschillende behandeling te geven, zet de regering de deur open voor juridische betwistingen”, zegt Vandenberghe. “Het gevolg is dat de regeling de rechtsonzekerheid zal bestendigen in plaats van ze weg te nemen. Daar zijn noch de landbouwers, nog de natuurliefhebbers bij gebaat.”

Vandenberghe roept minister Schauvliege op om de vraag van de milieubeweging eindelijk ernstig te nemen en te zorgen voor een daadwerkelijke en duurzame bescherming van de poldergraslanden. “Het is erg belangrijk om de belangen van natuur en landbouw maximaal te verzoenen”, zegt Vandenberghe. “Net daarom mag de minister zich niet laten wegzetten als marionet van de Boerenbond. In dit dossier is Schauvliege echter eerder minister van landbouw dan minister van natuur. Of is het toeval dat de Boerenbond het advies van de raad van state al doorgespeeld kreeg, terwijl Schauvliege het weigert publiek te maken in het parlement.”