Terwijl wij konden genieten van warme zomerse nadagen, stierf een jongen van negentien in zijn tentje op de Blaarmeersen. Jordy heeft bijna zijn hele leven gesleten in de jeugdhulp, en toen hij achttien werd, wilde hij op eigen benen staan. Begeleiding kreeg hij sindsdien niet.

Niet elk drama is perfect vermijdbaar. Niet altijd heeft iemand ergens schuld aan. Dat is de tragiek van de menselijke kwetsbaarheid. Maar dat Jordy de begeleiding en ondersteuning die hij nodig had niet kreeg, is geen toeval. Hij is lang niet de enige, en lang niet de enige die daardoor in de problemen raakt. Daarom heeft Freya Van den Bossche het parlement vervroegd laten samenkomen, om minister Jo Vandeurzen, verantwoordelijk voor de jeugdhulp in Vlaanderen, hierover te kunnen ondervragen.

Dat kwetsbare jongeren niet voldoende begeleiding krijgen, kaarten we immers al jaren aan. Acht jaar geleden erkende de minister van Welzijn al dat er gigantische gaten vielen in de opvolging van zulke jongeren wanneeer ze achttien werden. Sindsdien is er veel te weinig gebeurd om die gaten op te vullen.

Door dat gebrek aan ondersteuning belanden te veel jongeren die een verleden in de jeugdhulp hebben nadien alleen. Het is geen toeval dat zoveel van hen het ook later moeilijk blijven hebben om een stabiel leven uit te bouwen. Het gepaste hulpaanbod ontbreekt en hierdoor haken de meest kwetsbare jongeren af in een cruciale levensfase.

We weten wat de knelpunten zijn. Zowel jongeren zelf als hulpverleners hebben verschillende voorstellen gedaan om die overgang te vergemakkelijken. Sommige van die ideeën vragen extra middelen. Maar dat is een prijs die we moeten willen betalen. Vandeurzen kan een verschil maken. Hoog tijd dat hij dat ook doet.