Als iemand zes maanden geleden had voorspeld dat Fortis, Fannie en Freddy genationaliseerd zouden worden, dan hadden ze hem of haar voor gek verklaard. Nu blijkt elke dag opnieuw dat een paar banken aan nationalisering toe zijn. Elke dag raken meer mensen verontrust over hun spaargeld, pensioen en verzekeringen. En deze crisis zal helaas ook haar impact hebben op de economie. Ze kan er snel toe leiden dat mensen zich ook over hun job zorgen zullen maken. De laatste maanden heeft de financiële crisis het vertrouwen en de zekerheid van de mensen aangetast. Vandaag kennen we een financieel systeem dat verlamd is.  Twee zaken zijn nu belangrijk: we kunnen niet toelaten dat het ooit nog zo ver komt. En twee, het financieel systeem zoals het tot vorige maand bestond, kan niet langer blijven bestaan. Een nieuw systeem is nodig, en internationale samenwerking is dringend nodig om daar te geraken

Er is nog iets veranderd. Iedereen is het er nu wel over eens dat er een betere regulering van de internationale financiële markten moet komen. Maar achttien maanden geleden, toen de Partij van Europese Socialisten (PES) het debat startte over de hervorming van financiële markten, stelden sommigen de vraag hoe we het in ons hoofd haalden om de marktwerking in vraag te stellen. Wie vandaag nog altijd blijft herhalen dat we alles beter aan de marktwerking overlaten, is ofwel wereldvreemd, of slecht geïntentioneerd (of misschien gewoon dom). Als we één les hebben geleerd, dan is het dat we de sturing van ons leven niet aan de markt kunnen overlaten. Meer dan ooit hebben we nood aan een sociaal en democratisch evenwicht tussen de markt enerzijds en eerlijke regels voor sociale rechtvaardigheid anderzijds.

De financiële crisis is het gevolg van overmatige en risicovolle schulden, en belangenvermenging die erger gemaakt werd door een gebrek aan transparantie in de geldmarkten. Op een moment dat overheden volop bezig zijn met het nationaliseren van banken die op de helling staan, en bezig zijn met het voorkomen van het stilvallen van het financieel systeem, is de vraag naar meer regulering groter dan ooit. Meer nog, we moeten eisen dat die stappen dringend gezet worden. Een financiële crisis als deze, mag zich niet herhalen.

We kunnen ons niet veroorloven opnieuw tijd te verliezen. We moeten alles in vraag durven stellen, zelfs de werking van de Bretton Woods instellingen. De Europese Unie, als ’s werelds grootste economische speler, moet nu de leiding nemen. De EU moet daarbij nauw samenwerken met de Verenigde Staten en anderen om een gezamenlijke marsrichting uit te tekenen. Dat is de reden waarom de PES meer dan een jaar geleden gesprekken aanknoopte met de Democraten in de States, en een financieel markthervormingsnetwerk met de Amerikaanse en Japanse Democraten in juni van dit jaar opgezet heeft.

Wat zou een gezamenlijke marsrichting kunnen zijn? We stellen zeven pijlers voor. Ten eerste een universele wetgeving die op alle financiële spelers is gericht: veel investeringsbanken, alle hedge fondsen en private equity fondsen zijn vrijgesteld van transparantieregels die wel gelden voor de rest van de markt. Terwijl ze wel voor twee derden van de schulden instaan. Het spreekt voor zich dat die actoren gereguleerd moeten worden, als we een nieuwe schuldencrisis willen vermijden. Ten tweede, transparantie en bekendmaking van de schuldposities, bekendmaking van de grote aandeelhouders, ook voor private equity en hedge fondsen, verloning en bonussen. Ten derde, opgelegde kapitaalvereisten voor alle financiële actoren. Die eisen bestaan nu al voor de gewone banken en de verzekeraars. Met andere woorden, om te vermijden dat er extreem veel risico en te grote schuldposities worden genomen, moeten alle financiële spelers een voldoende bedrag aan kapitaal aanhouden. Ten vierde  moeten er regels zijn om het aangaan van te veel schulden bij ondernemingen te vermijden. Ten vijfde, er moeten plafonds komen op de verloningen. Ten zesde, een nieuw regelgevend kader om belangenconflicten uit te schakelen. Ten slotte moeten we zorgen dat de belangen van de werknemers gevrijwaard worden, onder meer door te zorgen voor transparantie naar de werknemers bij overnames, en door de werknemers informatie te bezorgen over hoe hun pensioenen belegd zijn.

Veel, maar niet alle, van deze voorstellen figureren in het het Rasmussen-rapport dat recent in het Europees parlement werd aangenomen. Het rapport was een compromis tussen socialisten, christen democraten en liberalen, en bevatte niet alles wat wij hadden gewenst. Zo  hadden socialisten voorgesteld om een publiek Europees ratingagentschap te maken, dat over de kredietwaardigheid van bedrijven onafhankelijk advies zou kunnen geven. De christen democraten en liberalen hebben dat verworpen. De socialistische partijen stelden een systeem voor van registratie en autorisatie voor managers van hedge fondsen en private equity fondsen. Dat werd verworpen door christen democraten en liberalen. De socialisten stelden een gemeenschappelijk Europees toezichtsorgaan of regulator voor. Het werd verworpen, terwijl sommige conservatieven ondertussen wel toegeven dat het een goede zaak zou zijn. Rechts-conservatieve regeringen getuigen dus niet van een erg consequente houding. Ze hadden het rapport beter tweemaal gelezen en hun ideologische dogma’s achterwege gelaten.

Bovenop de hervorming van de financiële markten, hebben we nood aan een Europees investeringsplan om het risico van een recessie te vermijden. Dagelijks worden de verwachte groeivoeten van de economie verlaagd, en nemen de risico’s op jobverlies toe. We hebben investeringen nodig in slimme, groene groei, met nieuwe jobs in hernieuwbare energie, energie–efficiëntie en nieuwe openbaar vervoerinfrastructuur.

Actie om een recessie te bevechten moet snel komen, financiële markthervorming eveneens. Het is een goed moment voor de Europese instanties om te tonen wat ze voor de Europeanen kunnen doen.


Caroline Gennez, voorzitter sp.a
Poul Nyrup Rasmussen, voorzitter PES

Voetnoot: Poul Nyrup Rasmussen is auteur  van het rapport over financieel markthervorming dat recent werd aangenomen door het Europees parlement.