“Nu duidelijk blijkt dat  de honderd rijkste Belgische families ruim 48 miljard euro geparkeerd hebben bij meer dan 160 postbusvennootschappen in het Groothertogdom Luxemburg, moet de wetgeving over postbusvennootschappen verduidelijkt worden, zodat de ‘boulevard voor belastingontwijking’ gesloten kan worden”, zegt Peter Vanvelthoven.

"Het is veel te gemakkelijk om via buitenlandse postbusvennootschappen Belgische belastingen te ontwijken", zegt Peter Vanvelthoven. "Onze wetgeving is te laks want voor de rechtbank bijt de Bijzondere Belastinginspectie (BBI) haar tanden stuk in dossiers waar het duidelijk om postbusvennootschappen gaat. Alleen als er werkelijke economische activiteit plaatsvindt, zouden we vennootschappen als echte ondernemingen mogen beschouwen."

Voor Vanvelthoven moeten er duidelijke criteria in de wet komen die garanderen dat er sprake is van zo'n economische activiteit. "Zo zou het een voorwaarde moeten zijn dat er lokale tewerkstelling is, zowel op niveau van het management als de stafdiensten, met de juiste kwalificaties om de activiteiten, die aan de vennootschap worden toegeschreven, uit te voeren zonder supervisie vanuit België. De vennootschap moet ook over de faciliteiten (bureaus, computers, telefoon, bankrekening...) beschikken om de haar toegewezen opdracht in werkelijkheid te vervullen. De vergaderingen van het management moeten ook echt in Luxemburg plaatsvinden."

“Als een rechter aan de hand van die criteria kan vaststellen dat er geen sprake is van werkelijke economische activiteit, maar wel van een loutere postbusvennootschap, dan kunnen de fiscus en het parket de vennootschap als 'Belgisch' beschouwen en onderwerpen aan de Belgische vennootschapsbelasting. Alleen met duidelijke wetgeving zullen fiscus en parket de mogelijkheid hebben om het kaf van het koren te scheiden, om brievenbusvennootschappen van echte vennootschappen te onderscheiden.”