De Europese Commissie heeft woensdag haar Pijler van Sociale Rechten voorgesteld die de grote principes schetst die moeten leiden tot betere arbeidsvoorwaarden en sociale bescherming in een radicaal veranderende arbeidsmarkt. 'De weg naar de hel is geplaveid met goede bedoelingen', zegt het spreekwoord. Als de Sociale Pijler enkel een kompas blijft vol goede bedoelingen, zal Europa daar een zeer zware prijs voor betalen, zegt Europees parlementslid Kathleen Van Brempt.

De manier waarop we in Europa werken, is in sneltreinvaart aan het veranderen. De arbeidswetgeving van de lidstaten en hun flankerende sociale zekerheidssystemen slagen er nauwelijks nog in om greep te krijgen op die ingrijpende veranderingen. Niet alleen werken er steeds meer mensen in een andere lidstaat dan waar ze vandaan komen, of steken ze dagelijks als forenzen een grens over, het aantal mensen dat met tijdelijke contracten werkt, in flexijobs aan de slag is of als zelfstandige opdrachten aanvaardt, is spectaculair gestegen sinds de start van de economische crisis. De traditionele carrière in één of twee bedrijven dicht bij huis heeft voor vele Europeanen plaats gemaakt voor een wisselende carrière, waarbij regelmatige bijscholing nodig is en waarin vaak in verschillende arbeidsstatuten wordt gewerkt.

De explosieve groei van allerlei vormen van werk op zelfstandige basis is een van de meest opmerkelijke evoluties in de arbeidsmarkt. Tussen 2004 en 2013 steeg volgens het European Forum of Independent Professionals (EFIP) het aantal freelancers in de EU met 45 procent van 6,2 miljoen naar 8,9 miljoen. In landen als Nederland, Polen en Frankrijk ligt die stijging nog hoger met respectievelijk 93 pct, 88 pct en 85 pct. In ons land verdubbelde het aantal freelancers in die periode. In het Verenigd Koninkrijk zou het aantal freelancers volgend jaar al even groot kunnen worden dan het aantal mensen dat in de publieke sector werkt.

Freelancers zeggen dat vooral de digitale evolutie het voor hen makkelijker heeft gemaakt om op zelfstandige basis aan de slag te gaan. Die digitalisering zorgt er ook voor dat ze kunnen werken waar en wanneer ze willen, niet meer gebonden zijn aan een werkplek en zelfs makkelijk opdrachten uit andere lidstaten kunnen aanvaarden. Maar freelancers kunnen nauwelijks beroep doen op sociale bescherming, wat betekent dat het vaak om erg precaire jobs gaat en zelfstandigen ook gedwongen worden in uiterst ongunstige contracten, die bovendien overal in de Unie kunnen verschillen. Dat is een van de redenen waarom de Europese sociaal-democraten geëist hebben dat elke Europeaan, ongeacht het arbeidsstatuut, in de hele Unie recht moet hebben op sociale bescherming en sociale zekerheid. Ook freelancers, mensen met tijdelijke contracten en wisselende opdrachten moeten beschermd worden tegen willekeur en een race to the bottom. Want ook dat is vandaag een nijpende kwestie geworden.

Outsourcing, sociale dumping, tijdelijke contracten, flexijobs en nulurencontracten dwingen arbeidsomstandigheden en lonen in een neerwaardse spiraal en lidstaten deinzen er niet voor terug om de situatie te misbruiken om hun concurrentiepositie te verbeteren. Dat is goed voor de economie, luidt het argument. Maar het is meteen ook vernietigend voor de werkzekerheid, de sociale bescherming en de levenskwaliteit van de Europese burgers.

Voeg bij die toegenomen risico's nog de boomende digitalisering en robotisering en het kan geen verbazing wekken dat de Europeanen ongerust worden over hun toekomst. Volgens sommige studies zou bijna de helft van de jobs tegen 2055 geautomatiseerd kunnen worden. Heel wat van die jobs zullen wellicht vervangen worden door nieuwe, vandaag zelfs onbestaande banen, maar ook dat zal intensieve inspanningen vergen op het vlak van herscholing en aanleren van nieuwe vaardigheden. Daarom pleiten de Europese sociaal-democraten ook voor een nieuw sociaal recht, namelijk het recht op vorming dat mensen de garantie biedt dat ze toegang zullen hebben tot die nieuwsoortige jobs.

We moeten gaan van het recht op een levenslange job, naar het recht op levenslange tewerkstelling, wellicht in verschillende jobs, mogelijk met verschillende contracten en arbeidsstatuten. Wat we mensen moeten garanderen, is dat ze in al die gevallen goed beschermd zijn, waardige contracten hebben, op een goed loon kunnen rekenen en recht hebben op sociale bescherming. In haar reflectienota over de sociale dimensie van de Unie zegt de Europese Commissie dat de lidstaten, ondanks alle hervormingen, zich niet altijd kunnen aanpassen aan deze nieuwe en ongekende uitdagingen omdat ze niet in staat zijn de juiste veiligheidsnetten aan te reiken. Die veiligheidsnetten zullen in een dynamischere arbeidsmarkt zoals de Europese ook echt Europees moeten georganiseerd worden.

Met de voorstelling van de zogenaamde Sociale Pijler tracht Europa het debat over arbeid en sociale bescherming op gang te trekken. Het is een verdienste dat de EU het sociale beleid eindelijk, na decennia van stilstand, opnieuw op de agenda zet. Voorlopig doet ze dat echter enkel met de oplijsting van een aantal grote en weliswaar mooie principes, zoals het recht op opleiding, faire lonen en contracten, gelijke kansen, toegang tot sociale bescherming, gelijke arbeidsvoorwaarden, een gezonde balans tussen werk en privéleven, degelijke kinderopvang, sociale dialoog, de bescherming van kinderen tegen armoede, enzomeer. Helaas, schone principes riskeren schone schijn te worden als ze niet omgezet worden naar echte rechten en dus vervat worden in afdwingbare Europese wetgeving. De lidstaten gingen eerder al akkoord om asielzoekers fair te spreiden over de hele EU en we weten vandaag wat daarvan is terecht gekomen. Zonder dwingende Europese wetgeving vegen de lidstaten hun voeten aan schone principes en goede bedoelingen.

Het paradoxale gevolg daarvan is dat de Europeanen de EU afstraffen in het nationale kieshokje. Het is geen toeval dat in de Franse verkiezingen Marine Le Pen goed scoort bij arbeiders die vinden dat Europa hun onvoldoende beschermd heeft tegen de globalisering én de instroom van migranten. Donderdag nog poseerde Le Pen breed glimlachend tussen de arbeiders van een Whirlpool fabriek in Amiens die haar activiteiten naar het goedkopere Polen wil verhuizen.

Acht op de tien Europeanen zetten werkloosheid, sociale ongelijkheid en migratie in hun top 3 van beleidsprioriteiten en verwachten dat een vrijemarkteconomie hand in hand gaat met een sterke sociale bescherming. De helft van de Europeanen vreest inmiddels dat hun kinderen het moeilijker zullen hebben dan zij. Ze maken zich grote zorgen. Ook ons land wordt steeds meer geconfronteerd met sociale dumping in de bouw en de transportsector, maar ook met stevige concurrentie uit een buurland als Nederland, waar flexibilisering, soepelere regelingen in verband met nachtwerk en lagere lonen in de logistiek er voor zorgen dat bijvoorbeeld pakjesdiensten steeds vaker vanuit Nederland opereren. Het is elke Belg allicht al opgevallen dat ze steeds vaker pakjes bedeeld krijgen door Nederlandse bedrijven.

Als de EU er niet in slaagt werkende mensen garanties te bieden op een degelijke bescherming in een veranderende arbeidsmarkt, zal de sirenenzang van het euroskeptisch populisme aanzwellen. Laat me duidelijk zijn, de sociale zekerheidsstelsels moeten zo dicht mogelijk bij de mensen blijven en dus door de lidstaten georganiseerd worden. Maar als arbeidswetgeving en sociale zekerheid in de lidstaten te ver uit elkaar drijven, creëert dat een race to the bottom en daarom moet de Europese Unie een sokkel van sociale basisrechten creëren waarop de lidstaten verder kunnen bouwen in hun sociaal beleid. Die sokkel moet afdwingbaar zijn en daarom moeten we er in slagen om tegen het einde van het jaar niet enkel principes op papier te hebben, maar voorstellen voor Europese wetgeving. Die wetgeving moet komaf maken met sociale dumping, nulurencontracten en onbetaalde stages, die het nieuwe recht op opleiding verankeren, die sociale bescherming bieden aan iedereen die werkt, ook aan freelancers, die duidelijk omschrijven wat er in arbeidscontracten moet staan en een minimumloon in elke lidstaat garanderen. Sociaal beleid is essentieel om het wankelende Europa weer stevig op de been te krijgen en het vertrouwen van de Europeanen te herstellen. Met mooie woorden geraken we er niet.