De subsidies voor deze nieuwe bewegingen worden voor een groot deel gehaald bij de rest van de sociaal-culturele sector. In de Commissie Cultuur, die op 7 oktober hierover samenkwam, noemt Yamila Idrissi het “een vestzak-broekzak beleid” waarbij de middelen voornamelijk worden verschoven van de bestaande verenigingen en organisaties naar de nieuwe. “Minister Gatz gebruikt liever de term “minimale solidariteit”. Een minimale solidariteit van 714.000 euro: een bedrag dat neerkomt op een nieuwe inlevering van 1,5%, bovenop de 12,5% die de sector de afgelopen jaren al heeft moeten besparen”, aldus Yamila Idrissi.

De sociaal-culturele sector heeft, zeker in deze moeilijke tijden, een belangrijke maatschappelijke rol. Zo treedt ze op als bruggenbouwer, onder meer in de huidige vluchtelingopvang. De minister erkent dit en wil meer enthousiasme werven bij de Vlaamse regering voor het sociaal-cultureel werk. “Maar in zijn beleid creëert hij een vicieuze cirkel: hoe moet de sociaal-culturele sector een wervend verhaal schrijven als ze nog eens 1,5% moeten inleveren?” vraagt Yamilla idrissi zich af: “Goed beleid is niet alleen vernieuwen, het is ook zorgen dat de bestaande organisaties en bewegingen hun werk kunnen blijven doen. Maar nu worden vijf nieuwe bewegingen gestart op de kap van de anderen. De organisaties worden op deze manier steeds meer tegenover elkaar gezet”, besluit Yamila Idrissi.