Het Antwerpse stadsbestuur heeft beslist om een rist aan sociale diensten voortaan te laten uitvoeren door commerciële spelers. Zo zal het inloopcentrum voor daklozen 'De Vaart' uitgebaat worden door G4S Care, een onderdeel van de bekende bewakingsmultinational G4S. De Vaart werd 18 jaar lang met succes en expertise uitgebaat door het Centrum voor Algemeen Welzijnswerk (CAW). Deze tendens van vermarkting trekt zich langzaam op gang in gans Vlaanderen en dreigt bijzonder nefaste gevolgen te hebben voor het sociaal werkveld en in de eerste plaats voor de meest kwetsbaren van de samenleving. Vlaams parlementslid Güler Turan interpelleerde minister van Welzijn, Jo Vandeurzen, over deze onrustwekkende evolutie.

Lokale besturen plaatsen steeds meer sociale voorzieningen in de markt en laten deze uitvoeren door commerciële spelers. Het forensisch psychiatrisch centrum (FPC) in Gent wordt sinds 2014 uitgebaat door de Nederlandse zorggroep Parnassia en het Franse Sodexo. In Turnhout, Retie en Gent worden asielcentra uitgebaat door een consortium bestaande uit Corsendonk Hotels en G4S Care, een onderdeel van de bekende bewakingsmultinational G4S. Onlangs raakte bekend dat hetzelfde G4S Care ook het inloopcentrum voor daklozen ‘De Vaart’ in Antwerpen gaat uitbaten. Het Antwerpse stadsbestuur zet nog een rist andere sociale voorzieningen in de markt: van de buurtwerking, over de arbeidszorg voor OCMW-cliënten, tot de nachtopvang van daklozen en zelfs de psychologische hulp bij familiaal geweld.

De ongerustheid bij het sociale werkveld – sociaal werkers, de organisaties waarin ze werken, hun cliënten, professoren in sociaalwetenschappelijke opleidingen, … - is groot. Zij trekken aan de alarmbel en waarschuwen voor de nefaste gevolgen van de toenemende vermarkting van het sociaal beleid. Bij commerciële spelers staat winstmaximalisatie immers voorop en niet de kwaliteit van de zorg voor de cliënt. Er wordt gevreesd dat vermarkting en de bijhorende concurrentielogica onder andere (1) de noodzakelijke continuïteit en lange termijn aanpak zal ondermijnen, (2) de kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van sociale voorzieningen zal doen afnemen,  (3) samenwerking met andere organisaties in het werkveld onder druk zet, (4) opgebouwde expertise en ervaring verloren doet gaan en (5) het sociaal werk monddood maakt. Een van de belangrijkste bezorgdheden is echter dat de hulpbehoevenden met de meest complexe problematieken en de meest kwetsbare groepen het laatst of helemaal niet geholpen dreigen te worden, omdat zij het minste ‘resultaat’ opleveren in de winstlogica van commerciële spelers.

De vermarkting van sociale voorzieningen lijkt echter in tegenspraak met Vlaamse wetgeving ter zake, terwijl  de verwachte gevolgen ervan lijnrecht ingaan tegen de visie op welzijnswerk en zorg zoals geformuleerd in verschillende beleidsdocumenten van  de Vlaamse regering. Dinsdag 4 oktober interpelleert Güler Turan Vlaams minister van Welzijn, Jo Vandeurzen over de toenemende vermarkting van het sociaal beleid en de risico's die dat met zich meebrengt. Het verslag van de interpellatie, kan u hier nalezen.