Ook een stad beschikt over heel wat fiscale hefbomen. De manier waarop ze deze inzet, is een belangrijke politieke keuze. Sp.a kiest hierbij voor een systeem waarbij mensen bijdragen naar eigen kunnen en had reeds vorig jaar een voorstel hiertoe ingediend. Met de aanpassingen van de opcentiemen op de onroerende voorheffing zien we een kans om hier alvast een stap in de goede richting te zetten.

 

Vorig jaar vroegen we om de afschaffing van de gemeentelijke heffing van 190 euro. Bij deze vlaktaks betaalt een alleenstaande moeder met twee kinderen even veel als een koppel in een ruime villa. Dat is fundamenteel oneerlijk. In ons voorstel werden de verloren inkomsten opgehaald via een verhoging van de onroerende voorheffing, een systeem waarbij wel wordt gekeken naar gezinssamenstelling en vermogen.

Toen werd dit weggestemd door de meerderheid. Men wou de sterkste schouders immers sparen. Bijkomend argument was de vrees dat het voorstel negatief zou uitpakken voor bedrijven.

 

Omwille van veranderingen in de fiscale regels kan de stad de onroerende voorheffing verlagen zonder verlies aan inkomsten. Wij stellen voor om deze maar deels te verlagen en met de extra inkomsten de gemeentelijke heffing te verminderen alsook de belasting op drijfkracht. Het voorstel gaat niet zover als we principieel willen gaan, maar lijkt ons een aanvaardbaar compromis waarbij we rekening houden met de bezorgdheden van de meerderheid.


Ondanks de toenadering blijft de meerderheid elke verlaging van de vlaktaks tegenhouden. Het is hiermee duidelijk dat dit beleid duidelijk kiest voor de vlaktaks die de facto de meest kwetsbare gezinnen het hardst raakt en de sterkste schouders het meest ontziet. Voor ons onaanvaardbaar. We zullen dan ook blijven strijden voor aanpassing aan de lokale fiscaliteit naar een rechtvaardiger systeem.