Vanmiddag hield sp.a een rondetafel over de toekomst van het leefloon in ons sociaal model. Naast Vlaams minister van Armoedebestrijding Ingrid Lieten, federaal minister Monica De Coninck en een aantal lokale OCMW-mandatarissen namen ook een aantal mensen uit het middenveld deel aan dit overleg. Centraal in het debat stond de maatschappelijke activering van mensen met een leefloon en de rol die de verschillende overheden daarin kunnen spelen. “Want ook hier geldt dat samenwerken het verschil maakt”, aldus Karin Temmerman, sp.a fractieleider in de Kamer.

De rondetafel eindigde in 4 heldere strijdpunten waar sp.a in de komende legislatuur werk van wil maken:

Leefloon optrekken naar de armoedegrens. “Een menswaardig inkomen: daar begint de strijd tegen armoede mee”, aldus Vlaams minister Ingrid Lieten. Armoede is uiteraard veel breder en complexer dan het louter financiële, maar wanneer mensen dagdagelijks moeten knokken om rond te komen, rest er weinig ruimte om de andere problemen aan te pakken (bv. een opleiding volgen, werk zoeken, gezondheidsproblemen aanpakken…). “Het huidige leefloon is vandaag te laag voor een menswaardig leven te leiden”, stelt Lieten. “Daarom wil sp.a het leefloon optillen tot aan de armoedegrens en consistent welvaartsvast houden”.

Leefloon is een engagement om traject naar werk te volgen. “Alle personen met een leefloon moeten intensief en op maat begeleid worden naar een gepaste job, een opleiding en/of arbeidszorg. De wet moet in die zin aangepast worden, nu worden enkel jongeren verplicht begeleid.”, aldus Karin Temmerman. “We verplichten hen niet om als tegenprestatie allerhande kleine klusjes op te knappen, we helpen hen om hun vaardigheden te versterken en hun problemen aan te pakken zodat ze zelfstandig in het leven kunnen staan. Dat vraagt veel inspanning, maar het is op termijn beter voor zowel de betrokkene zelf als voor de samenleving. In onze aanpak staat het helpen van mensen naar echt werk met een degelijk inkomen centraal en niet het sanctioneren.”

Loon uit werk moet hoger zijn dan leefloon. “Als we werken aantrekkelijk willen maken dan moeten we ervoor zorgen dat werken aan het einde van de maand altijd meer opbrengt dan niet werken.”, aldus federaal Minister Monica De Coninck.

Samenwerken loont. “Mensen moeten, of ze nu arbeider of zelfstandige zijn, door verschillende instanties tegelijk geholpen worden”, vult Lieten aan, “Een kleine zelfstandige die na een faillissement een leefloon ontvangt, wordt bijvoorbeeld het best door zowel het OCMW als de VDAB geholpen om een nieuwe job te vinden. Omgekeerd kan een werkzoekende met een ruimere welzijnsproblematiek gebaat zijn met een begeleiding door het OCMW.” De consulenten van de VDAB en het OCMW moeten daarom meer samenwerken om werkzoekenden en mensen met een leefloon te begeleiden naar werk. Monica De Coninck heeft als OCMW-voorzitter in Antwerpen bewezen dat je door het laten samenwerken van overheidsdiensten een zeer effectief beleid kan voeren.”