De sp.a-fractie in het Vlaams parlement vraagt een aanpassing aan de Vlaamse begroting om kinderen die tegelijk doof en blind zijn de nodige ondersteuning te geven. ‘Ook deze kinderen verdienen de juiste hulp en onderwijs op hun maat’, zeggen Vlaams parlementsleden Steve Vandenberghe en Tine Soens. ‘Gezien de ernst van hun handicap vergt dat de inzet van voldoende mensen, die één op één met hen aan de slag kunnen. Vlaanderen mag deze kinderen niet in de steek laten.’

Doofblindheid is een specifieke handicap, die zich kenmerkt door een combinatie van visuele en gehoorproblemen. In Vlaanderen worden jaarlijks gemiddeld 13 personen geconfronteerd met deze diagnose. Vooral voor jonge kinderen die doofblind zijn van bij hun geboorte of het worden voor ze taalkennis verworven hebben, brengt de handicap verregaande gevolgen mee. In Vlaanderen zijn er momenteel 48 doofblinde kinderen.

Toch is het mogelijk hen communicatievaardigheden bij te brengen en dus toe te laten om zich te ontwikkelen. Dat vergt dan wel een één op éénrelatie met de leraar. Ze hebben met andere woorden permanent individuele begeleiding nodig.

Ondanks het feit dat de rechten van doofblinde personen in 2004 door het Europees parlement omschreven werden als “ het recht op individuele ondersteuning, waar nodig, door communicatiebegeleiders en gespecialiseerde tolken en/of tussenpersonen”, laat Vlaanderen deze kinderen momenteel zo ongeveer in de kou staan. Er bestaat in de praktijk geen enkele wettelijk verankerde ondersteuning voor deze kinderen.

“Dat is onaanvaardbaar”, zeggen Vandenberghe en Soens. Daarom dient sp.a een amendement in op de Vlaamse begroting om de nodige extra middelen vrij te maken. “Met een relatief klein bedrag van 430.000 euro kunnen we al 8 kinderen voltijdse ondersteuning geven. De komende jaren moet de Vlaamse regering dan stelselmatig meer geld voorzien om al deze kinderen een menswaardig leven te geven.”