sp.a vraagt rechtvaardige waterfactuur voor gezinnen met co-ouderschap

Ouders met co-ouderschap betalen meer dan 150 euro extra voor hun waterfactuur als de kinderen niet bij hen gedomicilieerd zijn. Vlaams parlementslid Caroline Gennez wil die onrechtvaardigheid rechtzetten en dient samen met Rob Beenders een voorstel van decreet in. “Onze samenleving kent steeds meer nieuwe gezinsvormen. De wetgeving moet gezinsneutraal zijn, zodat iedereen zijn sociale rechten kan doen gelden.  Daarom stellen we voor om alvast de waterfactuur opnieuw rechtvaardig te maken voor mensen met co-ouderschap.”  

Bijna 1 op de 6 gescheiden koppels kiest ervoor om de kinderen gelijkmatig bij beide ouders te laten verblijven, bijvoorbeeld 1 week bij mama en 1 week bij papa. Nieuwe samenlevingsvormen brengen uiteraard nieuwe uitdagingen met zich mee. Het is dan ook belangrijk dat we onze regels daaraan aanpassen. Een alleenstaande of een éénoudergezin heeft doorgaans dezelfde vaste kosten als een groter gezin voor wat betreft de hypotheek van de woning, nutsvoorzieningen, verzekeringen enz. Toch zijn niet alle sociale voordelen aangepast aan elke mogelijke gezinssituatie. Die discriminaties sporen we op en pakken we één voor één aan.

Een treffend voorbeeld is de waterfactuur. Elk gezin betaalt 100 euro vastrecht, maar krijgt een korting per gedomicilieerd gezinslid. Daarnaast mag een gezin meer water verbruiken aan het goedkopere basistarief naarmate er meer gezinsleden gedomicilieerd zijn. Co-oudergezinnen waar de kinderen niet gedomicilieerd zijn, komen niet in aanmerking voor die voordelen. Dat is niet correct. De kinderen verblijven even vaak bij de éne als bij de andere ouder en verbruiken dus in elke thuis ongeveer even veel water.  Het verschil op de factuur kan oplopen tot meer dan 150 of zelfs 200 euro, afhankelijk van de situatie.

Sp.a stelt voor om in de berekeningswijze van de waterfactuur rekening te houden met de feitelijke gezinssituatie en beide ouders een gelijk voordeel toe te kennen. De verblijfssituatie van de kinderen in co-ouderschap is gekend, hetzij via de bemiddelingsakte inzake verblijf na scheiding in onderlinge toestemming of via het vonnis van de scheidingsrechter. “De watermaatschappij kan daar makkelijk rekening mee houden bij het bepalen van het vastrecht en de hoeveelheid water die aan het goedkopere tarief wordt verrekend”, zegt Gennez. “Op die manier wordt het voordeel op basis van de reële situatie toegekend. Dat is veel eerlijker.”

Deze discussie werd gesloten.