Een schooldirecteur die ook voor de klas moet staan. Uit cijfers van minister Hilde Crevits (CD&V) blijkt dat dit in een op de zeven basisscholen een realiteit is. 'Maar dit zijn geen supermannen en -vrouwen.' Sp.a wil het systeem alvast op de schop doen.

Met een groep kleuters naar het toilet gaan, op datzelfde moment zien dat een vertegenwoordiger zonder afspraak de speelplaats oploopt en tegelijkertijd een telefoon van een ouder beantwoorden.  In zo'n situatie belandde Trui Demasure, directrice van 't Augustijntje in Ieper, enkele jaren geleden weleens. Dat kwam omdat de directrice niet fulltime directietaken op zich kon nemen. Omdat ze werkte in een kleine school, met een zeventigtal leerlingen, moest ze nog tien uur per week lesgeven. "Ik moet vandaag nog steeds bijna halftijds met andere zaken bezig zijn. Maar voor de klas staan, doe ik niet meer. Dat was voor mij onhoudbaar." Demasure neemt nu zorgtaken op zich. "Zo kan ik wat meer met mijn tijd schuiven."  De directrice vindt dat nog steeds erg zwaar. "Mijn takenpakket als directrice wordt steeds groter: ik moet de wetgeving opvolgen, veiligheidsprocedures checken, leerplannen uitwerken... Tien jaar geleden kreeg ik dat gebolwerkt, nu is de druk enorm. Ik ben makkelijk zestig uur per week kwijt."

De Ieperse is niet alleen. Met 393 zijn ze dit schooljaar: de mannen en vrouwen die hun directietaken in een kleuter- of lagere school moeten combineren met lesuren of zorg- en pedagogische taken. Ze zijn in die situatie beland omdat in hun school minder dan 180 leerlingen zijn ingeschreven - een gevolg van een cao uit 2006. West-Vlaanderen is koploper wat betreft "bijkomende lesopdrachten": daar moeten directeurs van 102 scholen, oftewel bijna 22 procent, ze uitvoeren. In Vlaams-Brabant en Antwerpen liggen de cijfers, met respectievelijk 50 en 89 scholen en 12,5 en 13 procent, het laagst.

Hun aantal mag dan afgenomen zijn over de jaren, sp.a-parlementslid Steve Vandenberghe, die de cijfers bij minister Crevits opvroeg, blijft ze problematisch vinden. "De functie van directeur is veel complexer geworden. Ze moeten zich bezighouden met het pedagogisch beleid, het personeel, de financiën, de ouders, het preventiebeleid... Of dat je dat nu voor 380 leerlingen of 171 doet, dat maakt geen verschil. We moeten af van het idee dat directeurs een soort van supermannen en -vrouwen zijn." Vooral de directeurs van kleinere scholen worden door dit systeem benadeeld, gelooft hij. "Ze hebben al minder administratieve ondersteuning en loon."

Afschaffing

Vandenberghe pleit in een voorstel van resolutie voor de afschaffing van het systeem. Directeursvereniging ODVB treedt hem bij. Ze waarschuwt ook wel. "Een afschaffing zal het probleem van een aantal mensen oplossen, maar niet het problematische tekort aan lagereschooldirecteurs." Eric Verbiest, expert in de professionalisering van schoolleiders, is ook voorstander van een afschaffing. "Maar ze moet er vooral voor zorgen dat directeurs bezig kunnen zijn met de begeleiding en professionalisering van hun team. Dat gebeurt nu te weinig."

Dat een paar leerlingen een wereld van verschil maken, herkent ook Koen Ameye van Sint-Antonius in Meulebeke. Dit jaar lopen bij hem 186 leerlingen school, maar volgend jaar zullen het er maar 175 zijn. Te weinig, en dus moet hij lesgeven. "Uit de werkingsmiddelen putten om een leerkracht extra uren in te zetten is geen optie. Dat zou ons 6.000 euro kosten, en dat geld kunnen we goed gebruiken nu we een nieuw sanitairblok neerzetten." Ameye hoopt vurig dat het systeem afgeschaft wordt. "Het is gewoon onrechtvaardig. Volgend jaar daalt mijn loon hierdoor maandelijks met zowat 250 euro. Gelijk loon voor gelijk werk zou toch het minste mogen zijn."

Volgens Vandenberghe, die zelf ook tien jaar lang directeur was, maken de bijkomende lesopdrachten het beroep onaantrekkelijk. "We zien dat steeds meer directeurs uitvallen door ziekte en depressie." 

Pierre Bailly van Ter Elzen in Wijtschate is door de combinatie directeur-lesgever de burn-out nog niet direct nabij. "Daarvoor doe ik mijn werk te graag, maar ik weet wel niet hoelang ik dit nog ga volhouden." De man geeft op woensdagen en vrijdagen Frans en wereldoriëntatie aan het vijfde en zesde. "De meest innovatieve lessen zijn het niet. Ik heb geen tijd om materiaal te zoeken waarmee ik alles kan opleuken."

Toekomstplan

Verschillende meerderheidspartijen kunnen zich in het voorstel van sp.a vinden. Of toch gedeeltelijk. Ann Brusseel (Open Vld) benadrukt dat het niet de enige maatregel mag zijn. "Het basisonderwijs zal nog nood hebben aan een betere administratieve en technische ondersteuning."

Dat gelooft ook Koen Daniëls (N-VA). Hij wil enkel de lesopdrachten in scholen met 130 tot 180 leerlingen geschrapt zien. "Waar minder leerlingen zijn, stel ik mij de vraag: hebben zij een fulltime directeur nodig of sluiten ze beter bij een andere school aan?"

Minister Crevits laat weten aan een toekomstplan voor het basisonderwijs te werken, dat ook de ruimte moet geven aan directeurs om met hun hoofdopdracht bezig te zijn. Hoe dat plan er precies zal uitzien, licht ze niet toe. Wel wijst ze op de extra miljoenen die al vrijgemaakt zijn en nog zullen worden. "Het is perfect mogelijk dat een directeur daarvan gebruikt maakt om in extra beleidsondersteuning te voorzien."