De anti-misbruikbepaling van het Wetboek van de Inkomstenbelasting, die de fiscus in staat moet stellen om belastingontwijking aan te pakken, is volledig uitgehold door recente rechtspraak. Dat was ook de conclusie van de onderzoekscommissie fiscale fraude. Dirk Van der Maelen (sp.a): "De belastingambtenaren proberen zelfs niet meer artikel 344 te gebruiken. Het heeft toch geen zin. Zo wordt het wel erg makkelijk voor agressieve belastingontduikers." Van der Maelen heeft een wetsvoorstel ingediend om  dit euvel te verhelpen.

Belastingontwijking is geen fraude. Onder belastingontwijking verstaan we het zich onttrekken aan belastingen zonder de fiscale wetgeving te schenden. Men glipt door de mazen van de wet en betaalt op die manier minder belastingen. Sommigen gaan hier zeer ver in. "Diegenen die zich fiscale raadgevers kunnen veroorloven organiseren een legale belastingverlaging voor zichzelf, terwijl gewone werknemers niet anders kunnen dan braaf hun belastingen betalen."  

Zo goed als alle landen hebben een 'stoplapartikel' om belastingontwijking aan te pakken. Het is immers onmogelijk alle mogelijke situaties en de bijhorende verschuldigde belasting wettelijk te omschrijven. Er zullen altijd ontwijkingsmogelijkheden blijven bestaan. De anti-misbruikbepaling van artikel 344 § 1 moet de Belgische fiscus in staat stellen constructies die er zuiver op gericht zijn belastingen te ontwijken, juridisch te herkwalificeren.

In een arrest van 22/11/2007 luidt het Hof van Cassatie de doodsklokken over de Belgische anti-misbruikbepaling. Het Hof oordeelde dat herkwalificatie alleen mogelijk is wanneer de geherkwalificeerde akte gelijksoortige rechtsgevolgen heeft als de oorspronkelijke akte. Dat betekent in de praktijk dat artikel 344 waardeloos is geworden. Een akte van vruchtgebruik kan bijvoorbeeld niet meer in een akte van huur worden omgezet.

In het BTW-wetboek vindt men sinds 2006 een andere antimisbruikbepaling. Artikel 1, § 10 BTW-wetboek stelt: "Voor de toepassing van dit Wetboek is er sprake van misbruik wanneer de verrichte handelingen resulteren in het verkrijgen van een fiscaal voordeel waarvan de toekenning in strijd is met de doelstelling beoogd in dit Wetboek en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en die handelingen in wezen het verkrijgen van dit voordeel tot doel hebben".

Frans Vanistendael, Gewoon Hoogleraar aan de KULeuven, opperde in een artikel de anti-misbruik bepaling van het WBTW uit te breiden naar het WIB. Personen die zowel onder het WIB als onder het WBTW vallen worden nu immers met twee verschillende anti-misbruikbepalingen geconfronteerd. Bovendien kan de nieuwe bepaling worden toegepast zonder discussie over de juridische kwalificatie. "Relevant zijn in eerste instantie doel en strekking van de wet en niet de juistheid van de juridische kwalificatie", aldus prof. Vaninstendael.  

Indien artikel 344 §1 WIB92 vervangen wordt door de antimisbruikbapeling uit het BTW-wetboek, moet de administratie aantonen dat belastingvermijding het essentiële doel van de verrichting is en niet meer dat dit het enig doel van de verrichting is. Dit betekent een oplossing voor de vele gevallen waar de huidige antimisbruikbepaling in gebreke blijft.