Met de nieuwkomerstaks vraagt de overheid voortaan € 160 aan mensen die een visum aanvragen. Die taks zouden de administratieve kosten van de aanvraag moeten dekken zodat Staatssecretaris Francken binnen zijn budget meer middelen kan vrijmaken voor terugkeerbeleid en de bouw van nieuwe gesloten centra. Monica De Coninck en Tine Soens vinden de taks op zich een slechte maatregel maar vinden de effecten op het beleid met betrekking tot beursstudenten ronduit pervers en contradictorisch. Pervers omdat de taks voor een aantal studenten een onhaalbare, financiële drempel creëert, contradictorisch omdat ze in strijd is met het eerdere N-VA-programma dat een actieve (studenten-)migratie bepleit.

De Coninck kaartte in de bevoegde Kamercommissie al eerder het probleem aan, vanmorgen werd ze daarin bijgetreden door verschillende academische organisaties die in het studentenblad VETO. "De betaalprocedure is omslachtig en onrealistisch: 160 euro retributie is zeer veel geld voor de buitenlandse studenten, voor sommige een maandloon. Bovendien is de taks volgens mij ook in strijd met andere wetgeving. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft eerder al gesteld dat een retributie de financiële draagkracht van de aanvrager niet mag overstijgen. Het is duidelijk dat deze taks dat wel doet. Deze maatregel wordt gepresenteerd als een retributie ter dekking van kosten, maar is in werkelijkheid het opwerpen van een financiële drempel voor studenten. Een actief migratiebeleid zou de komst van buitenlandse studenten moeten aanmoedigen, deze taks doet net het omgekeerde”, aldus Monica De Coninck.

Tine Soens vindt dat met deze maatregel niet alleen de internationale studenten, maar ook onze samenleving verliest: “Buitenlandse studenten in België laten studeren is een vorm van investering en ontwikkelingssamenwerking. Het is een investering voor onze samenleving. Talenten en creativiteit van nieuwkomers correct inzetten, schept innovatie en welvaart. Voor het land van herkomst en een investering in een duurzaam levensproject van de student in het land van oorsprong of een ander land.” Soens vindt het ook niet kunnen dat de federale overheid met deze maatregel het Vlaamse beleid doorkruist.