Stad Torhout bespaart op zowat alles behalve ...

Zo stelde Paul Dieryckx, fractieleider, de grootte van de jaarlijkse toelage van de stad Torhout aan de kerkfabrieken in vraag. Dit ging in 2015 over 233.000 euro (9,4 miljoen oude Belgische franken) voor de gewone werking met daar bovenop nog eens 68.000 euro aan investeringen. Deze bedragen zullen in de komende jaren bovendien nog met ongeveer 50.000 euro toenemen. Met alle respect voor de inrichters en bezoekers van de kerkdiensten kan ernstig in vraag gesteld worden dat overal bespaard moet worden, dat het verenigingsleven van Torhout serieus minder subsidies krijgt, maar dat de kerkfabrieken niet dienden te besparen. Integendeel, zij krijgen grotere budgetten dan voorheen.

Op vandaag hebben de kerkfabrieken ook nog een overschot van 254.000 euro. Dit bedrag steeg in 2015 nog met 23.000 euro. In feite zou de stad Torhout een jaar lang geen werkingsmiddelen moeten uitbetalen en zou men nog rond kunnen komen.

SP.a/Groen fronst de wenkbrauwen

Niet alleen de grootte van het bedrag maar ook een aantal andere zaken storen onze fractie.

- Er is een akkoord met het stadsbestuur dat de inkomsten die de kerkfabriek puren uit hun privaat patrimonium door de kerkfabrieken mag behouden worden (bijna 33.000€ in 2014 en 40.000€ in 2015). Maar anderzijds stellen we vast dat de kerkfabrieken wel de kosten voor dit privaat patrimonium inbrengen bij de stad Torhout (bijna 5.000€ in 2014 en 10.000€ in 2015) en dat deze door het stadsbestuur aanvaard worden. Ons lijkt het evident als men de baten van iets krijgt, dat men ook de lasten draagt.

- De opgegeven ontvangsten uit erediensten zijn andermaal niet correct. Wij hebben dit reeds bemerkt bij het nazicht van de rekening 2014, vragen gesteld hierover aan het kerkbestuur en dienen hier – niettegenstaande de inkomsten uit begrafenissen bij St. Pieters en St. Henricus in 2015 plots verdubbeld zijn – verder ongeloofwaardig lage cijfers bij alle kerkfabrieken vast te stellen welke door het stadsbestuur blijkbaar ook zomaar aanvaard worden.

De kostprijs voor een eredienst bedraagt 250€ tot 364€ al naar gelang het aanvangsuur, dus gemiddeld 307€. Van die 307€ wordt bij een begrafenis slechts 117€ (38%) als inkomsten voor de kerkfabriek beschouwd en bij een huwelijk slechts 75€ (24%). De rest van de inkomsten worden voor andere doeleinden gebruikt. Minder inkomsten voor de kerkfabrieken betekent dat de stad Torhout meer moet bijpassen. Voor het argumenteren van deze verdeelsleutel beroept het kerkbestuur zich op de “code Napoleon” en het bisdom. Bij het verder toepassen van deze inkomsten voor de kerkfabriek hebben wij ernstige bedenkingen over de opgegeven inkomsten uit de erediensten en stellen wij o.a. vast dat in 2015 in de hoofdkerk maar 2 huwelijken plaatsvonden. In Don Bosco, Wijnendale en Driekoningen vinden we inkomsten uit 0 huwelijken en in St.-Henricus raar maar waar de inkomsten uit een half huwelijk!

Naast het feit dat het stadsbestuur bij het overleg over de meerjarenplanning 2014 – 2019 de kerkbesturen geen besparingen heeft opgelegd, waar zij bijna overal elders hebben bespaard, kan Sp.a/Groen dus niet begrijpen dat het stadsbestuur deze rekening voor 2015 - die duidelijk niet correct is - zomaar kan goedkeuren.

Meerderheid twijfelt ...

Fractieleider Paul Dieryckx pleitte er dan ook voor om de goedkeuring van de jaarrekeningen van de kerkfabrieken uit te stellen.

Kristof Audenaert, waarnemend burgemeester, had er geen probleem mee om te onderkennen dat één en ander beter kon. Hij liet ook weten dat de kerkfabrieken zelf al te kennen gaven dat zij 10% willen besparen op hun uitgaven, wat hij toch ook linkte aan de tussenkomsten van Sp.a/Groen. Even was er zelfs twijfel te bespeuren bij het college of zij in zouden gaan op de vraag om de goedkeuring uit te stellen. Nadat ook even de gemeentesecretaris en financieel ontvanger werden geconsulteerd besloot de meerderheid de jaarrekening evenwel toch goed te keuren. Er volgde een goedkeuring oppositie tegen meerderheid.

Maar het is duidelijk, en goed, dat de losse manier waarop er klaarblijkelijk tot nu werd omgesprongen met deze jaarrekeningen, toch tot het verleden zal behoren.