Een tiental kinderen leert al spelend Nederlands op het speeldomein Weyneshof.

De vraag om ook tijdens de lange zomervakantie op een of andere manier anderstalige kinderen Nederlands te leren, kwam vanuit het onderwijs. 'De ervaring leerde dat anderstalige kinderen die in een taalbadklas zitten na de vakantie heel wat hebben verleerd', zegt verantwoordelijke Alain Noëz.

'Er was een voorstel om een zomerklas te organiseren, maar dat zagen wij niet zitten. Wij geven geen Nederlandse les, maar we bouwen wel voort op wat ze al hebben geleerd in de klas. Elke voormiddag krijgen ze een aparte begeleiding van twee ervaren monitoren die hen stimuleren zoveel mogelijk Nederlands te spreken. In de namiddag doen ze gewoon mee op het speelplein.'

Het project, dat de naam Snel draagt, is een experiment dat pas in mei is gelanceerd en in juni vaste vorm kreeg. Via de scholen en organisaties rond vluchtelingenwerk werden de ouders aangespoord om hun kinderen naar het speelplein te laten komen. 'De stad geeft een tussenkomst van 3.500 euro om de drempel zo laag mogelijk te houden', zegt de Mechelse schepen van Jeugd, Caroline Gennez (SP.A). 'Voor dit eerste jaar hebben we ons gericht op twaalf- en dertienjarigen omdat ze op deze leeftijd moeten overgaan van het lager naar het secundair onderwijs', zegt Noëz nog. De bedoeling van het project is de kinderen te laten opgaan in de gewone speelpleinwerking. 'En dat lukt', zegt Noëz nog. 'Kadisha bijvoorbeeld, zat tot vorige week in het taalgroepje. Het was een ongelooflijk timide meisje. Ze kromp al in elkaar als je haar aansprak. Na drie weken komt ze spontaan naar de gewone speelpleinwerking.'