'De beheersing van de sport of de kunstuiting,daar gaat het om.Bij ons staat de danser op de voorgrond. Hij
staat er niet halfnaakt. Hij vervult geen ondergeschikte functie en is belangrijk om wat hij kan en presteert
Ik zie veel jeugdcentra zonder jeugd. Ze hebben faciliteiten, personeel, voldoende werkings-middelen, maar
de jongeren die er lid van zijn vormen geen weerspiegeling van de stedelijke samenleving.

Stadsjongeren zijn de toekomst, spreek ze aan op hun talenten én op hun verantwoordelijkheden. En breng het onderwijs en de jeugd- en cultuursector weer bij de tijd. Antwerpenaar van het Jaar Sihame El Kaouakibi, de 25-jarige bezielster van het bejubelde Antwerpse project Let's Go Urban, danst vlot over hokjes, heilige huisjes en grenzen heen.

Hiphop, jazz, klassiek, improvisatie, housedance, breakdance, krumping, ragga, poppin: het zijn maar een paar van de workshops en opleidingen die je kunt volgen bij Sihame El Kaouakibi's eigenzinnige vereniging Let's Go Urban, kortweg LGU. Toch spreekt de oprichtster van LGU - die in januari tot Antwerpenaar van het Jaar werd verkozen en drie weken geleden van de Vlaamse Gemeenschap de Prijs voor Amateurkunsten kreeg - liever niet van een 'dansschool'. Sihame El Kaouakibi: "Dans is een belangrijke poot van onze vereniging, maar niet de enige. We willen ons aanbod uitbreiden met cursussen in urban media, urban music en urban sports, waaronder skateboarding maar ook free running (van dak tot dak rennen, MVDS). Als je stadsjongeren au sérieux neemt, dan neem je al hun culturele uitingen au sérieux. Zo is free running meer dan een stedelijke sportdiscipline waarvan de techniciteit van de verschillende sprongen verfijnd en getraind kan worden; aan het overwinnen van obstakels zit ook een filosofische kant, met name het belang van grenzen verleggen en naar vrijheid streven." Op dit moment telt LGU 900 ingeschreven jongeren. Daarvan volgen er ruim 350 wekelijks één tot vier keer les in Antwerpen of Boom. De meisjes en jongens zijn allemaal tussen vijf en 28 jaar. Sihame El Kaouakibi: "Ons jongste lid is een Joods jongetje. Het oudste een Belgisch-Italiaanse vrouw. Onze leden komen uit alle lagen van de bevolking en hebben heel diverse origines: Angolezen, Albanezen, Kosovaren, Marokkanen, Turken, Belgen, en ga zo maar 61 nationaliteiten verder. Joods, katholiek, islamitisch, atheïstisch, nihilistisch, erg rijk en straatarm. Jongeren uit problematische gezinssituaties en jongeren die aan het thuisfront met hun gat in de boter zijn gevallen. Ze dansen hier allemaal samen. "Het is de mooiste mix die je je kunt voorstellen, één die de meeste organisaties zelden bereiken. En natuurlijk: om zo'n heterogene groep tot een eenheid om te vormen, moeten we streng optreden. Als iemand twee keer te laat is, of niet komt opdagen, hangen wij aan de lijn. We bellen naar de school - als die er is. Naar de ouders - als die er zijn. Wie zich hier inschrijft, hoort zich aan de regels te houden. Discipline is zo'n regel. Als wij niet op jou kunnen rekenen, dan jij ook niet op ons. Zelfs voor jongeren die uit drugsmilieus komen, gaat dit op. Het is niet gemakkelijk om van de drugs af te blijven als je ermee in aanraking bent gekomen. Maar niet gemakkelijk is nog altijd niet hetzelfde als onmogelijk, toch?'

De vraag die u stelt, lijkt meteen ook van toepassing op uzelf. Hoe haalde een meisje van 21 het vier jaar geleden in haar hoofd om in haar eentje een instituut op te starten dat zich via urban dance tot jongeren richt?

"Ik ben een kritische optimist. Het lukt me nooit om me neer te leggen bij een situatie die niet optimaal is. En ik vind dat ik de plicht heb om me in te zetten voor een oplossing. In dit geval had ik juist mijn diploma van onderwijzeres gehaald. Het is een veeleisende opleiding van drie jaar; je mag het lesgeven aan de lagere school niet onderschatten. Maar na die opleiding van drie jaar voelde ik me niet klaar om voor een klas te staan. Toch niet voor een klas in een grotere stad. En dat is en was mijn ambitie. Ik wil de moeilijkste klassen aankunnen, ik wil me niet verstoppen voor de realiteit maar er juist door uitgedaagd worden. "De stedelijke ontwikkelingen zijn de toekomst. De jongeren van de stad zijn dus ook de toekomst. Dat besef houdt in dat je alle multiculturele en sociale spanningen inpast in je visie en je werkwijze. Dat je die kenmerken zelfs omarmt. Kansarmoede, hoog spijbelgehalte, zelfs al in het lager onderwijs, culturele en etnische diversiteit: het maakt allemaal integraal deel uit van de dagelijkse werkelijkheid. "Na mijn onderwijsopleiding beheerste ik de praktische kant van het beroep. Maar ik miste bagage en hunkerde naar een diepgaander kennis van onderwijsmethodieken. Ik ben tijdens mijn studie zoveel mogelijk over pedagogie en onderwijskunde gaan lezen. Door het ene naslagwerk na het andere uit te vlooien, heb ik inzichten gekregen en nog meer de noodzaak van een verregaandere studie aangevoeld. Ik studeer nu, aanvullend, onderwijskunde aan de VUB. En hoe meer ik leer, hoe duidelijker het voor mij wordt dat jongeren, zeker zij die uit de boot dreigen te vallen, moeten worden aangesproken op hun talent."

Is het niet merkwaardig dat uitgerekend een jonge vrouw met Marokkaanse roots een centrum voor streetdance, hiphop en free running opzet?

"Voor ik voor onderwijzeres ging studeren, had ik altijd als een bezetene geturnd. Ik trainde elke dag. Ik danste ook elke dag. Mijn hele leven was actief met dans gevuld. Michael Jackson: ik kon al zijn dance moves imiteren. Ik oefende eindeloos op mijn kamer, voor de spiegel, zoals iedereen. Ik voelde de vibes, de drive, de passie die bij het dansen vrijkomen. En ik wist wat op de straat leefde, voelde aansluiting bij de leefwereld van zoekende jongeren. Als je die kennis en dat gevoel combineert met mijn ambitie in en mijn kennis van het onderwijs, dan is de oprichting van Let's Go Urban een logische stap. "Momenteel coördineer ik alle activiteiten van LGU. Ik dans alleen nog op Marokkaanse huwelijksfeesten. Ik dans omdat het feest is en ik mee wil vieren. Verder haal ik geen bevrediging meer uit het dansen. Het is te zeer op mezelf gericht. Ik wil iets voor anderen betekenen. Ik ben ook te trots om mezelf in mijn dans te verkopen. Dat is nog zo'n duidelijke visie van LGU. Aan iedereen die hier komt dansen, proberen we aan te tonen dat MTV slechts goedkope troep biedt. In de clips op MTV gaat het in eerste instantie niet om danskunst, maar om blote lichamen, en om zang, al dan niet samengesteld met scheldwoorden. In Let's Go Urban brengen we de jongeren bij dat het anders kan. Wie zichzelf moet verlagen om erkenning te krijgen, is fout bezig. Jongeren moeten zichzelf naar waarde leren schatten. "Zo kunnen ze hun eigenwaarde opkrikken door naar een hoger artistiek niveau te streven. En ze moeten inzien dat ze geen scheldwoorden nodig hebben om hoogstaande hiphop of urban dance uit te voeren. De beheersing van de sport of de kunstuiting, daar gaat het om. Bij ons staat de danser dus op de voorgrond. Hij staat er niet halfnaakt. Hij vervult geen ondergeschikte functie, en is belangrijk om wat hij kan en presteert. Dat is veel moeilijker. Want om die belangrijke plaats te verdienen, moet je hard werken en je vak beheersen. Anders val je door de mand. "Daarom weiger ik consequent alle aanvragen van allerhande, vaak populaire muziekgroepen die onze dansers op het podium willen. Wij dansen alleen als we, om de juiste redenen, op de voorgrond staan. Op de Night of the Proms is dat gelukt, en in onze productie samen met de Vlaamse Opera evenzeer. Jongeren moeten hun talenten vinden, en wij helpen hen daarbij. Daarna moeten ze leren hoe ze die kunnen aanwenden in het leven. Wie inzicht heeft in zijn eigen talenten zal immers bewustere studiekeuzes maken, weet wat doorzetten is, en zal een werkgever ervan kunnen overtuigen om voor hem of haar te kiezen. De jeugd vormen is de allerbelangrijkste investering die er is."

Is het moeilijk om, zowel voor uzelf als voor anderen, zo streng en consequent op te treden?

"Neen, dat is niet moeilijk. Duidelijke krijtlijnen uitzetten: het is de enige manier waarop ik kan bereiken wat ik wil bereiken. Dat is dat jongeren hun verantwoordelijkheid opnemen en hun falen niet aan iemand anders of aan het systeem verwijten, maar aan zichzelf. Ik bejegen de jongeren dus zoals ik mezelf bejegen. Ik leg de lat hoog, ja. De lat laag leggen, is een vorm van betutteling en geeft opnieuw aan dat je de ander niet au sérieux neemt. "Ik duld geen profitariaat. Ik doe aan medelijden noch aan zelfmedelijden. Ik eis inspanningen van iedereen die aan Let's Go Urban deelneemt: je kunt niet alleen nemen, je moet ook geven. Slachtofferschap kan ik niet verdragen. En geen enkele jongere heeft betutteling nodig. Wie jong en gezond is, moet niet zeuren over een gebrek aan toekomst, want hij heeft die toekomst zelf in handen. Elke uitkering is er een te veel voor iemand die gezond is. Ons systeem biedt heus voldoende mogelijkheden voor wie echt iets wil. Gemakkelijk is de reguliere weg naar een zinvol leven misschien niet, maar daar hebben we mijn leuze weer: moeilijk gaat ook, en de moeilijke weg biedt meestal zelfs nog meer bevrediging. "In dezelfde context: jonge gasten van vreemde origine mogen klagen over discriminatie, en ik ben de eerste om te zeggen dat discriminatie absoluut afgeremd en indien nodig bestraft moet worden. Maar het systeem heeft officiële instanties waar je die vormen van discriminatie kunt aanklagen. Doe dat, en neem je leven weer in eigen handen. "Ik ben er zeker van dat jongeren veel sterker ogen als ze zich boven die discriminerende uitlatingen plaatsen en als ze via hun daden tonen wat ze waard zijn. Ik geloof ook dat jonge gasten van vreemde origine - en evengoed de 'autochtonen' - veel meer in huis hebben dan ze in het algemeen laten zien. Ik zou willen dat ze hun krachten inzetten om de economie en de samenleving vooruit te helpen; zo helpen ze ook zichzelf vooruit. Stigmatisering heeft altijd meerdere voedingsbodems. Wie de handen niet uit de mouwen steekt, moet niet verbaasd opkijken als ze hem een profiteur noemen. En wie wel de handen uit de mouwen steekt, en toch een profiteur genoemd wordt, moet voor zichzelf opkomen, tonen wat hij waard is."

Gaat u niet voorbij aan de groep mensen die de kracht en vaardigheden ontberen om te doen wat u doet?

"Dat zal wel. Het is een bestaansreden van Let's Go Urban. Ik wil jongeren wijzen op het feit dat ze die krachten en vaardigheden wel degelijk hebben. "Mijn jongste broer is in het beroepsonderwijs beland. Hij volgt elektriciteit. Hij zit in het vijfde middelbaar, maar de leerstof die hij krijgt, is die voor gasten van het eerste middelbaar. Men onderschat de potentie van jongeren, ook van jongeren uit het beroepsonderwijs. Geen wonder dus dat ze afhaken en elders hun heil zoeken. Onderschatten is een vorm van vernederen. "Ik heb mijn broer onder mijn hoede genomen. Hij heeft zich binnen LGU kunnen ontplooien. Hij wil nu regentaat gaan doen en beschikt ook over de capaciteiten die nodig zijn voor deze functie. Alleen moest iemand of iets hem intellectueel prikkelen. Nu kan hij de maatschappij iets teruggeven."

U wekt de indruk zeer goed te weten wat u wilt.

Begrijpt uw omgeving uw ambitie en ook uw

maatschappelijk engagement?

"Mijn ouders zijn er nog altijd niet uit wat ik nu precies doe. Maar het staat vast dat ze trots op me zijn; al zullen ze dat niet zo snel rechtstreeks zeggen. "Ze keken ook vreemd op toen ik nog naar de VUB wilde. Die keuze heeft hen verward. Dat ik voorlopig niet aan trouwen wil denken, brengt hen evenzeer in verwarring. Maar ik heb voorlopig de tijd noch de energie om me in een relatie of een huwelijk te begeven. Ook dat wil ik op het juiste moment doen, met de juiste instelling. "Anderzijds heb ik mijn karakter niet van vreemden. Ik beschik over de eigenzinnigheid, de prestatiedrang en het ondernemerschap van mijn vader. En de sociale betrokkenheid heb ik van mijn moeder meegekregen. Mijn moeder heeft in Boom, want daar ben ik geboren en getogen, talrijke vrouwen en moeders geholpen. Ze deed dat achter de schermen. De meeste solidariteit staat immers niet in de schijnwerpers. "Ook binnen de Marokkaanse gemeenschap weet lang niet iedereen wat ik doe. Ik word door velen nog beschouwd als die Marokkaanse die hiphop danst en wat met haar kont staat te draaien. Ik probeer zoveel mogelijk uitleg te geven. En wie wil weten hoe we werken, moet maar komen kijken. Ik voel dat er geleidelijk aan erkenning komt."

Het onderwijs slaagt er onvoldoende in om bepaalde jongeren aan te spreken op hun talent, zegt u. Is het geen utopie om te denken dat er een onderwijssysteem mogelijk is waarin het beste uit elk kind gehaald wordt?

"Als almaar meer jongeren afhaken omdat ze schoolmoe zijn, moet de school naar zichzelf kijken en moet het onderwijs zichzelf durven te analyseren en in vraag te stellen. Zo simpel is dat. Maar zo simpel is het natuurlijk niet, want het onderwijs is een behoudsgezind bastion. Ik zou graag meer lef zien. "Wat wij hier met Let's Go Urban doen, levert een bewijs van mijn overtuiging. De jongeren die bij ons ingeschreven zijn, zijn al dansend meer en volwaardiger mens geworden. "Gelukkig zijn er schooldirecteurs en onderwijzers die ook voor deze benadering gaan. Ze zijn zelfs met velen, alleen moeten ze gestimuleerd worden. In Antwerpen heb je bijvoorbeeld de Stedelijke Basisschool De Wereldreiziger in de Quellinstraat. Het is een school met meer dan zeventig verschillende nationaliteiten; en bijna alle leerlingen zijn anderstalige nieuwkomers. En toch lukt het. Toch haalt die school schitterende resultaten en was ook het rapport van de doorlichting lovend. Volgens mij is het een taak van de overheid om zulke scholen meer te ondersteunen en te belonen. Van de resultaten die deze onderwijzers neerzetten, hangt het zelfvertrouwen en de toekomst van de natie af."

Let's Go Urban trekt op een haast vanzelfsprekende wijze een sociaal en etnisch gemengd jongerenpubliek aan. Andere instanties slagen daar amper in. Hoe verklaart u dat?

"Ha, daar raken we een teer punt. Omdat ik, met mijn zakelijke houding, atypisch ben voor de sectoren jeugd, cultuur en onderwijs. En omdat wij jongeren ook atypisch benaderen. "In de eerste plaats hebben wij een programma dat jongeren rechtstreeks aanspreekt. In de tweede plaats kunnen we rekenen op een succesvolle marketing, die grotendeels gebaseerd is op mond-aan-mondreclame. Last but not least: ons team gelooft in wat we doen, we staan allemaal voor meer dan honderd procent achter onze aanpak. "Ik zie veel jeugdcentra zonder jeugd. De centra bieden voldoende faciliteiten, ze hebben voldoende personeel, ze kunnen rekenen op voldoende werkingsmiddelen, maar de jongeren die er lid van zijn vormen geen weerspiegeling van de stedelijke samenleving. "Ook de gevestigde culturele centra zijn in dat bedje ziek. Tegenwoordig krijgen culturele centra extra subsidies als ze inzetten op 'diversiteit', 'participatie', 'jongeren'. Op zich is het natuurlijk lovenswaardig dat de sector inziet dat hij een nieuw publiek moet aanboren. Alleen kan de manier waarop me niet overtuigen. Met die extra subsidies huren de culturele instellingen namelijk een 'cultuurtoeleider' in; zo heet zo'n persoon. Meestal betreft het een 'allochtoon', die andere allochtonen moet aantrekken. Dat vind ik jammer, het is een regeling die de indruk wekt dat allochtonen alleen goed zijn om andere allochtonen te lokken. En dat terwijl er vandaag een generatie jonge volwassenen van vreemde origine bestaat die veel intelligenter is dan de programmasamenstellers van de meeste eenzijdig blanke culturele centra. "Veel logischer zou zijn om een allochtoon te hebben als directeur van een cultureel centrum of theater. Dat zou tot andere resultaten leiden. Nu programmeren culturele centra voor de verandering eens een Marokkaanse stand-up comedian en denken ze dat ze met die zet aan publieksverruiming en diversiteitspromotie doen. De culturele centra die midden in migrantenbuurten liggen, slagen er niet in om al die mensen die dagelijks met de bus en de tram voorbijrijden binnen te lokken. Het aanbod is simpelweg onaantrekkelijk en wereldvreemd, en het gaat volledig aan de maatschappelijke realiteit voorbij. Een Marokkaanse stand-up comedian zal dat niet verhelpen. "Eigenlijk wringt het hele subsidiesysteem omtrent cultuurparticipatie. Waarom zou je extra gesubsidieerd moeten worden als je de wonderbegrippen 'diversiteit' en 'kansarmen' in je programma opneemt? Waarom gebeurt het niet andersom, net zoals in het bedrijfsleven? Als je erin slaagt een onontgonnen laag van de bevolking aan cultuur te laten deelnemen, krijg je een bonus. Anders niet. Het tij zou snel keren."

U bent nog maar 25. U bent strijdvaardig, denkt beleidsmatig en streeft duurzame veranderingen na. Zou u niet beter een politiek mandaat nastreven?

"Sinds ik Antwerpenaar van het Jaar ben, word ik door verschillende partijen geconsulteerd. Ik geef graag feedback op het beleid. Maar ik wil niet in de politiek staan zoals een allochtone cultuurtoeleider in het culturele veld: louter om allochtone stemmen te ronselen. Ik wil in de politiek om mijn visie, mijn inhoud vorm te geven. Een socioloog, onderzoeker of jeugdwerker ben ik niet. Maar ik ben wel een expert in datgene wat ik doe. En in mijn wereld kruisen vele beleidsdomeinen elkaar automatisch: dat is zeer boeiend en maatschappelijk zeer relevant. "Ik wil nu LGU nog een tijdje in goede banen leiden. Het is mijn bedoeling om Let's Go Urban te doen uitgroeien tot een ruimer project. Ik zou onder andere een Urban Arts Center willen, een platform voor jongeren en alle jeugdige kunstvormen van een grootstad. Een soort expertisecentrum, waar kennis en diepgang tot nieuwe experimenten leiden, en waar deze zeer aanwezige, stedelijke kunstvormen verdiept worden. Als dat er is, zal ik, mezelf kennende, een andere uitdaging zoeken. De politiek lijkt me in dat opzicht de meest logische stap. Het kunstonderwijs aanpakken en hervormen, ja, dat zegt me wel wat."