“Het is aangewezen erkende vluchtelingen over het land te spreiden naargelang de bevolkingsgrootte van de gemeenten”, zeggen Johan Vande Lanotte en Monica De Coninck, die daarover een wetsvoorstel indienen.

“Elke vluchteling heeft na erkenning het recht om begeleid te worden, maar grote concentraties van vluchtelingen in steden en gemeenten belemmeren de integratie en maken de inspanningen van de lokale besturen onbeheersbaar”, zeggen Vande Lanotte en De Coninck.

“De toewijzing aan het OCMW is beperkt tot een periode van 2 jaar na toekenning van het vluchtelingenstatuut’, legt De Coninck uit. “In die periode moeten de OCMW’s actief op zoek gaan naar huisvesting voor de vluchtelingen en voor de betaling van die huisvesting een deel van hun leefloon kunnen aanwenden. Daarmee moet huisjesmelkerij en uitbuiting vermeden worden.”

“Wanneer zoals vandaag de erkenning vlug gaat en er veel erkenningen zijn, kom je automatisch in de situatie terecht dat deze mensen na nauwelijks enkele maanden verblijf zelf een huis moeten zoeken. Daardoor worden ze overgeleverd aan een woningmarkt die vooral uit slechte, ongezonde en verwaarloosde woningen bestaat. Huisjes die dan nog vaak aan te dure prijzen zullen worden verhuurd."