BVBA Wijnkasteel Haksberg vroeg in juli 2013 een stedenbouwkundige vergunning voor drie windturbines. De gewestelijk stedenbouwkundig ambtenaar van het departement RWO Vlaams-Brabant (afgekort GSA) weigerde onmiddellijk alvast één van de drie windturbine te vergunnen omdat die te ver van de E313 zou ingepland worden. Daardoor kon die windturbine niet als gebundeld met de autosnelweg beschouwd worden.

Enorm aantal bezwaarschriften

In het kader van die aanvraag werd er een openbaar onderzoek georganiseerd. Dit leverde 14 bezwaarschriften op in Tielt-Winge waaronder een pamflet met 1.560 exemplaren. In Aarschot werden 1.624 bezwaarschriften ingediend.

Ongunstige adviezen

De afdeling Duurzame Landbouwontwikkeling en het agentschap Onroerend Erfgoed gaven een ongunstig advies voor de vergunning.

Ook het college van burgemeester en schepenen van Aarschot en dat van Tielt-Winge besloten om een ongunstig advies te geven. Beide lokale overheden waren van mening dat het windturbineproject onverenigbaar was met de onmiddellijke omgeving en dat het niet paste in de gewenste ruimtelijke ontwikkeling van dat gebied.

Beslissing Raad voor Vergunningsbetwistingen

De Raad voor Vergunningsbetwistingen oordeelde dat de vergunningverlener het uitsluiten van de windturbine WT3 (die gelegen is in Tielt-Winge) niet rechtsgeldig als voorwaarde kon opleggen en dat de esthetische toets - gelet op de ligging binnen landschappelijk waardevol agrarisch gebied - niet naar behoren werd uitgevoerd.

Bovendien wees de Raad er in haar arrest op dat het helemaal niet zeker is dat het vergunde nog wel voldoet aan het bundelingsprincipe. Dit is een wettelijke regeling die oplegt dat windturbines zoveel mogelijk gebundeld moeten worden om de open ruimte zoveel mogelijk te vrijwaren en te voorkomen dat er her en der in het Vlaamse landschap windturbines geplaatst worden.

Nieuwe stedenbouwkundige vergunning

Ondanks het vernietigingsarrest heeft het departement RWO Vlaams-Brabant op 6 oktober 2016 toch een nieuwe stedenbouwkundige vergunning afgegeven met een andere motivering. Het departement Landbouw en Visserij was in een recent advies nochtans opnieuw zeer ongunstig ten aanzien van de aanvraag. Stad Aarschot gaat in beroep Het college van burgemeester en schepenen van Aarschot is opnieuw van mening dat het departement RWO Vlaams-Brabant geen of minstens onvoldoende rekening heeft gehouden met de ingediende bezwaren en met de schoonheidswaarde van het landschap. Bovendien voldoet het project niet aan de wettelijke regeling van het bundelingsprincipe. De twee vergunde windturbines kunnen niet als een cluster beschouwd worden met de windturbines langs de E314 in Bekkevoort en Diest omdat de tussenafstand veel te groot is.

Het schepencollege benadrukt dat naast de betwiste stedenbouwkundige vergunning ook de op 7 november 2013 afgeleverde milieuvergunning nog door de Raad van State kan vernietigd worden. Die zaak werd gepleit op 27 oktober 2010 en het Auditoraat bij de Raad van State adviseerde om de milieuvergunning te vernietigen omdat niet voldoende werd gemotiveerd waarom de windturbine kan worden ingeplant in een landschappelijk waardevol agrarisch gebied. Een uitspraak hierin mag nog dit jaar verwacht worden.

De stad Aarschot benadrukt dat zij zeker voorstander is van windenergie en andere alternatieve vormen van energie. Dit betekent echter niet dat zo maar overal windturbines gebouwd kunnen worden. De stad wil de schoonheidswaarde van het landschap in agrarisch gebied zoveel mogelijk vrijwaren en ook rekening houden met de het enorme aantal bezwaren dat door de bevolking van Aarschot en Tielt-Winge werd ingediend tegen het windturbineproject in Rillaar.