Sven Taeldeman vroeg in de gemeenteraad meer toelichting bij de gecontesteerde vergunning vanwege de Vlaamse overheid voor de plaatsing van een Proximus zendmast in de wijk ‘Oude Bareel’. Dit ondanks de vele ingediende bezwaarschriften en het negatief advies van de stad tegen deze inplanting tussen twee ecologisch waardevolle bosjes en omliggende woonwijken. Het sp.a raadslid vroeg naar de eventuele alternatieven en de verdere houding van het stadsbestuur.

Schepen Tom Balthazar stelde dat het negatief advies van de stad voortvloeit uit een strijdigheid met het BPA. Proximus vroeg aan de stad een afwijking op deze voorschriften in functie van werken van algemeen belang met ruimtelijk beperkte impact. De stad heeft geoordeeld dat een mast met 30m hoogte in een open gebied géén ruimtelijk beperkte impact heeft. Bijkomend heeft de stad het dossier ook negatief geadviseerd omwille van het feit dat Proximus onvoldoende onderzoek heeft gevoerd naar mogelijke alternatieven en omdat het ontwerp in strijd is met het beleidskader inzake GSM-masten van de stad., waarbij wordt gesteld dat pylonen, masten en city-poles enkel kunnen opgericht worden in de ruim omschreven industriegebieden. Belangrijk hierbij is dat de pylonen niet tegen de grens met aanpalende zoneringen worden ingeplant (woongebied, …) maar zich centraal in het gebied bevinden of met een voldoende grote buffer. Voorliggende mast wordt echter ingeplant in een openruimtegebied (bestemming zone voor land- en tuinbouw), waardoor de ruimtelijke en visuele impact zeer groot is. Het dossier dat voor advies door Ruimte Vlaanderen aan de stad Gent is overgemaakt, bevatte slechts een zeer summiere studie van alternatieven (site-sharing).

Het negatief advies van de stad Gent dateert van 20 oktober 2016. Op 2 december 2016 heeft Ruimte Vlaanderen een bijkomende nota ontvangen van Proximus waarin een grondiger onderzoek naar de alternatieven is gevoerd. Die nota werd niet meer aan de stad voorgelegd. Ruimte Vlaanderen heeft onder andere op basis van die bijkomende nota de mast vergund. De stad volgt de redenering van Ruimte Vlaanderen niet. Ruimte Vlaanderen oordeelt dat wel degelijk gebruik kan gemaakt worden van de afwijkingsmogelijkheid (werken van algemeen belang met ruimtelijk beperkte omvang) omdat de mast een zeer geringe footprint heeft. De hoogte wordt daarbij ondergeschikt aan de footprint om de ruimtelijke impact te beoordelen. De stad is het daar niet mee eens. Schepen Balthazar zal dan ook voorstellen dat de stad Gent in beroep gaat tegen deze beslissing bij de Raad voor Vergunningsbetwisting.