De Stad Gent plant als hoofdaandeelhouder van sociale huisvestingsmaatschappij WoninGent een bijkomende investering van tien miljoen euro, zegt schepen Sven Taeldeman.  Door op korte termijn vooral te investeren in brandveiligheid en  energie-efficiëntie kan WoninGent sociale woningen ter beschikking  blijven stellen op een veilige, duurzame en kwaliteitsvolle manier.  Maar tegelijkertijd blijven structurele maatregelen nodig op Vlaams niveau,  volgens WoninGent-voorzitter Guy Reynebeau.


Met een patrimonium van ruim 9000 woningen is WoninGent vandaag de tweede grootste sociale huisvestingsmaatschappij in Vlaanderen. Stad Gent is hoofdaandeelhouder van WoninGent. In navolging van de ambities van de Stad Gent wil WoninGent bijdragen aan een uitbreiding van het aanbod sociale woningen in Gent en bijkomende inspanningen leveren op het vlak van de kwaliteit en betaalbaarheid van de sociale huisvesting. Maar bij de realisatie van deze doelstellingen ziet WoninGent zich geconfronteerd met grote financiële uitdagingen.

Guy Reynebeau, voorzitter van WoninGent en sp.a-gemeenteraadslid, legt uit: "In 2013, bij de opmaak van het investeringsplan voor de komende jaren, werd een update gemaakt van de bestaande technische en financiële analyses. Hierbij werd bevestigd dat een derde van het patrimonium nood heeft aan grondige renovatie of vervanging. Voor een ander derde zijn ingrijpende deelrenovaties noodzakelijk en dit alles binnen de 10 à 15 jaar, bleek uit de analyse.Ondertussen moet er met het oog op de toekomst ook geïnvesteerd worden in vervangings-en nieuwbouw, zoals gepland binnen het meerjarig investeringsplan. Daarnaast zet WoninGent alle zeilen bij om haar patrimonium maximaal in orde te brengen op het gebied van brandveiligheid en energieprestaties. Woningen die niet in orde zijn volgens de bestaande regelgeving ter zake dreigen hierbij niet meer verhuurd te mogen worden. Het spreekt voor zich dat dit laatste uiteraard geen optie is."

Om de acute problematiek te helpen aanpakken zal het college van burgemeester en schepenen aan de gemeenteraad van december daarom een kapitaalsverhoging bij WoninGent voorstellen door een bijkomende financiële inbreng van tien miljoen euro van de Stad Gent, vertelt Sven Taeldeman, schepen van wonen. "De Stad Gent neemt als hoofdaandeelhouder van WoninGent haar verantwoordelijkheid op. Daarom opteren we om bijkomend tien miljoen euro te investeren in WoninGent. Door op korte termijn vooral te investeren in brandveiligheid en energie-efficiëntie kan WoninGent sociale woningen ter beschikking blijven stellen op een veilige, duurzame en kwaliteitsvolle manier. Op die manier zorgen we ervoor dat het patrimonium van WoninGent klaargestoomd wordt voor de toekomst", legt Sven uit. 

Tegelijkertijd blijven structurele maatregelen noodzakelijk op Vlaams niveau. 'Zowel de Stad als WoninGent stellen immers vast dat het realiseren van de missie op vlak van sociale huisvesting moeilijk te combineren valt met het financieel gezond houden van de organisatie. Dit is lang geen unicum in de sector, ook andere sociale huisvestingsmaatschappijen worden geconfronteerd met het spanningsveld tussen maatschappelijke opdracht en economische realiteit. Ondanks de hervorming van het Vlaamse financieringssysteem, creëert elk nieuw bouwproject immers meer kosten dan opbrengsten, verduidelijkt Guy Reynebeau, voorzitter van WoninGent.

Dit heeft onder andere te maken met de sterk gereglementeerde huurinkomsten. Sociale huisvestingsmaatschappijen opereren binnen een strikt wettelijk Vlaams kader. Het Kaderbesluit Sociale Huur bepaalt daarbij precies welke huishuur sociale huisvestingsmaatschappijen kunnen aanrekenen aan hun bewoners. WoninGent heeft een hoge concentratie van mensen met een laag (vervangings)inkomen. Daardoor wordt zelden de basishuur aangerekend. 

'Als WoninGent bij de meeste huurders een korting moet toekennen, betekent dit dat de sociale huisvestingsmaatschappij zorgt voor de juiste (kwetsbare) doelgroep. Maar het verschil tussen de huur die WoninGent zou moeten aanrekenen om financieel in evenwicht te zijn en de huur die in werkelijkheid aangerekend wordt op basis van de lage inkomens van de huurders, betekent dat er telkens opnieuw een verlies ontstaat', gaat Guy verder. De inkomsten van WoninGent zijn onvoldoende om de leningen voor de bouwkosten terug te kunnen betalen en dekken geenszins de onderhouds-, werkings- en andere kosten.

Guy is duidelijk: 'We willen onze missie en alle geplande en noodzakelijke nieuwbouw-en renovatieprojecten ten volle realiseren. Maar gemiddeld verliest WoninGent per wooneenheid nu tussen de €1200 en €2.000 per jaar. Op termijn is dit onhoudbaar. Om te vermijden dat steeds meer sociale huisvestingsmaatschappijen financieel onder druk komen te staan zal op Vlaams niveau moeten worden ingegrepen. Een mogelijke piste is een nieuwe aanpassing van het financieringsmodel. 

We blijven structurele maatregelen bepleiten bij de Vlaamse Overheid.  Tijdens de zomer van 2017 namen we al contact op met de minister van wonen met het verzoek hierover te overleggen.  Bovendien heeft WoninGent samen met andere sociale huisvestingsmaatschappijen gewerkt aan een nota van de Vereniging voor Vlaamse Huisvestingsmaatschappijen die inmiddels aan de minister bezorgd werd. Hierin worden een aantal heel concrete voorstellen uitgewerkt om op korte termijn ademruimte te creëren voor de sociale huisvestingssector in Vlaanderen.'

Zie ook 

http://www.avs.be/avsnews/10-miljoen-voor-woningent