Dat Leuven de komende jaren een toenemend aantal leerlingen in het secundair onderwijs zal kennen, is een zekerheid. Het stadsbestuur brengt een taskforce samen, waarin alle onderwijsnetten en het Lokaal Overlegplatform van het Leuvens secundair onderwijs (LOP) vertegenwoordigd zijn, om gedetailleerd in kaart te brengen wat de capaciteitsnood zal zijn en welke scholen uitbreidingsmogelijkheden hebben.

Leuven heeft een sterk uitgebouwd secundair onderwijs, met 17 middelbare scholen van verschillende onderwijsnetten. “Als centrumstad heeft Leuven een grote aantrekkingskracht op de hele regio”, zegt schepen van onderwijs Mohamed Ridouani. “Twee derde van de leerlingen in het Leuvens secundair onderwijs komt van buiten Leuven. Dat betekent dat niet enkel de Leuvense bevolkingsgroei van tel is, maar ook die van de ruimere regio om de capaciteit in kaart te brengen.”

De Vlaamse capaciteitsmonitor brengt voor het eerst de verwachte evolutie van het aantal leerlingen in het secundair onderwijs in kaart. Verwacht wordt dat vanaf 2020 Leuven, na Antwerpen en Brussel, met het grootste tekort aan plaatsen te kampen krijgt. “Deze gegevens zijn gebaseerd op de demografische evolutie, de pendelbewegingen van leerlingen en de jaarlijkse overgangskansen. We willen in Leuven die cijfers verfijnen om heel doelgericht te kunnen bepalen welke uitbreiding er nodig is.”

Taskforce

Daarvoor richt het stadsbestuur een werkgroep, een zogenaamde taskforce, op met een vertegenwoordiging van alle netten en het LOP. Die zal enerzijds de cijfers van de capaciteitsmonitor verfijnen en anderzijds samen met de scholen bekijken waar er uitbreidingsmogelijkheden zijn. “Voor het basisonderwijs deden we reeds een gelijkaardige oefening die heel wat effect had. Verschillende basisscholen konden uitbreidings- en nieuwbouwprojecten opstarten om in de nabije toekomst elke leerling een plek te geven.” Zo werden er sinds 2012 meer dan 500 extra plaatsen gecreëerd.

Tegen het najaar van 2016 wil Leuven klaar zijn om een aantal concrete uitbreidingsprojecten in te dienen. “We hopen dus dat na de Vlaamse capaciteitsstudie de projectoproep snel volgt, en er vlug duidelijkheid is over de middelen die Vlaanderen ter beschikking stelt.”