Het OCMW Gent en de stad Gent slaan onder impuls van schepen Rudy Coddens en Tine Heyse de handen in elkaar om structureel en op grote schaal voedselverspilling tegen te gaan door overschotten in te zamelen. Gent en Garde, het Gentse voedselbeleid, zet in op de vermindering van voedselverspilling. Het Gentse OCMW voorziet hiervoor in 2017 183 000 euro, de Stad 50 000 euro. 

Binnen de Leerwerkplekken van het OCMW wordt een platform opgericht waar voedseloverschotten worden verzameld en die van daaruit gekoeld worden geleverd aan sociale organisaties. De doelstelling is zo efficiënt mogelijk organisaties te voorzien van bestaande voedseloverschotten aanwezig bij verschillende schenkers. Op termijn ontstaat zo een netwerk in de stad Gent om lokale en onvermijdbare voedseloverschotten een nieuwe bestemming te geven binnen de doelgroep van mensen die er het meest nood aan hebben.

Het OCMW biedt met deze verdeling van voedseloverschotten bijkomende ondersteuning aan sociale organisaties die de voedseloverschotten op hun beurt gebruiken in hun werking. Ze bereiken op die manier mensen in armoede via maaltijden of voedselpakketten. In opstartfase zullen een 20-tal organisaties aan de slag gaan met de overschotten, gaande van voedselbedelingsinitiatieven over sociale kruideniers tot sociale restaurants. Door in een eerste fase vooral in te zetten op groenten en fruit, willen OCMW Gent en Stad Gent  vooral gezonde voeding bij deze doelgroepen krijgen.

“Door dit project binnen het OCMW  op te nemen, wordt ingezet op activering. Het project zorgt tijdens het eerste jaar voor opleiding en werkervaring voor 10 tot 12 mensen tot logistiek medewerker. Op die manier wordt een betere toegang tot de arbeidsmarkt gegarandeerd. Het platform biedt zo toegang tot een specialisatie die door VDAB erkend is als een kwalitatief en kwantitatief knelpuntberoep”, aldus schepen voor Werk en OCMW-voorzitter Rudy Coddens

Aan dit project ging een grondige voorbereiding vooraf: betrokken organisaties (schenkers en afnemers) werden bevraagd, het potentieel werd in kaart gebracht en mogelijke scenario’s werden uitgetekend. Ondertussen worden de laatste voorbereidingen uitgevoerd om in het voorjaar van 2017 van start te gaan.