Rudy Coddens: ‘Ondanks het gegeven dat de diverse ontslagen oorzakelijk niets met elkaar te maken hebben, en niet wijzen op een onderliggende economische malaise, wel integendeel, hebben ze een belangrijke impact op de tewerkstelling in onze Stad. Ze treffen natuurlijk heel wat mensen in hun dagdagelijkse bestaan. Die menselijke factor mogen we zeker niet uit het oog verliezen.

De stad wil dan ook de vinger aan de pols houden en nagaan of er bovenop de ‘reguliere’ maatregelen, voorzien door de Wet Renault, nog bijkomend flankerende maatregelen mogelijk en nodig zijn. Hiertoe werd samen met de VDAB een werkgroep opgericht die moet doorgroeien tot een meer structurele Task Force waarbij naast de VDAB ook de werkgevers en sociale partners betrokken worden. Samen met collega Matthias De Clerq zorgen we zo voor een goede afstemming van werk en economie. Competentieprofielen van de getroffen werknemers worden in kaart gebracht, werknemers en werkgevers worden geïnformeerd, we onderzoeken de mogelijkheid om gerichte jobbeurzen te organiseren, en ook mogelijkheid van een ‘Mobiele Werkwinkel’ wordt bekeken. Op die manier kunnen we met ons aanbod tot bij de werknemers op de werkvloeren te gaan.

Maar ook mogelijke bovenlokale steunmaatregelen bepleiten we. Vanuit het kabinet van Vlaamse minister Muyters zijn er nog geen toezeggingen. Wel is er bereidheid tot samenwerking in functie van mogelijke economische stimulansen. Dat is nodig. Want de collectieve ontslagen zullen leiden tot nog meer verdringing van de meest kwetsbare profielen op de Gentse arbeidsmarkt. Er is dus nood aan positieve (Vlaamse) maatregelen, die onze bedrijven gericht zuurstof geven om ook deze mensen bijkomende kansen te bieden.’