Vlaams parlementslid Yamila Idrissi (sp.a) voorspelt grote problemen binnen de Brusselse audiovisuele sector. “De goed bedoelde maatregelen in kader van Screen Flanders dreigen nefast uit te draaien voor de Brusselse audiovisuele sector”, stelt Idrissi. Zij zal minister-president Kris Peeters en minister Joke Schauvliege hierover ondervragen.

Op initiatief van Vlaams minister-president Kris Peeters en Vlaams minister van Cultuur Joke Schauvliege besliste de Vlaamse regering om 5 miljoen euro uit te trekken om meer internationale filmproducties naar Vlaanderen te halen. De extra middelen in kader van Screen Flanders gaan volgens Idrissi uit van een terechte zorg.
“Vlaanderen kan de laatste jaren een mooi palmares voorleggen op vlak van film, televisie en documentaires toch blijven extra financiële steunmaatregelen broodnodig” beaamt de politica. “De oprichting van Screen Flanders kon dan ook op veel bijval rekenen. Toch knelt het schoentje, meer bepaald voor de Vlaamse audiovisuele bedrijven die in Brussel gevestigd zijn. De goed bedoelde maatregel blijkt echter in de praktijk bijzonder nefaste gevolgen te hebben voor de Brusselse audiovisuele sector. Screen Flanders vertrekt vandaag namelijk van het algemeen principe dat er financiering kan worden verleend op voorwaarde dat het budget dat aan de producenten toevertrouwd wordt, in het Vlaamse Gewest uitgegeven wordt” stelt Idrissi.

“Een Vlaams-Brussels productiehuis kan zonder problemen steun aanvragen, maar de interne kost van dat Vlaams-Brusselse productiehuis kan niet worden ingebracht voor de steun. De kost voor de productieploeg die bijvoorbeeld in dienst is van dat bedrijf, of de kost voor de post-productie (beeld- en geluidmontage) als deze intern wordt georganiseerd (wat vaak het geval is) kan niet worden ingebracht. Dit zijn bijzonder aanzienlijke bedragen op het totaal van een filmproductie-budget” zegt Idrissi. Verder wijst ze op het feit dat de sector met enorm veel freelance medewerkers, vaak zelfstandigen, waarvan de zetel van hun vennootschap of hun woonplaats in het Brussels Gewest is. Op deze mensen kan men dus geen beroep doen als men van deze steun wil genieten.

Door deze maatregel organiseert Vlaanderen een stadsvlucht uit Brussel onder de Vlaamse bedrijven en de zelfstandigen die actief zijn in de audiovisuele sector. Idrissi wijst er op dat gezien de aanzienlijke omvang van de steunmaatregel de sector effectief genoodzaakt zal zijn om uit Brussel weg te trekken.

Idrissi zal de beide ministers hierover ondervragen en er op aandringen dat deze nefaste gevolgen voor de Brusselse audiovisuele sector worden weg gewerkt.