zaterdag 6 september Mijn dagboek zal beknopt zijn vandaag.  Onmogelijk om je hier te concentreren.  Een superrijke club, te oordelen naar de kostbare klank- en lichtinstallatie, houdt een party, nota bene boven op het dak van de Innovation, in de nabije Nieuwstraat.  Oorverdovend lawaai verzekerd, tot 3u. zondagmorgen hebben ze aangekondigd.

De warrelende spots nemen elke sfeer weg uit mijn flat.  Alhoewel ik in hartje Brussel woon is het hier meestal geluidsvrij.  Niet vanavond!  En de patiënten in het nabije Sint-Jansziekenhuis?  En al die madammekes met hun hondjes-kuttelikkers die machtmerries krijgen wanneer in het weekend eens een vliegtuig over de stad vliegt?

De inrichters moeten goed staan met het stadsbestuur of vet betaald hebben.  Misschien huur ik wel een hotelkamer aan de Zuid voor deze nacht.  Stom dat een week zo moet eindigen.  En dat ze hier precies nu willen handtekeningen inzamelen tegen de kerkklokken op zondag.  Bah!

vrijdag 5 september
Doodmoe gisterenavond, maar toch niet vroeg gaan slapen.  De nachtmuziek van Klara, heel relaxerend genoten vanuit mijn luie zetel, meer rust gevend dan tussen de lakens te duiken.  Onbetaalbaar die goeie Klara, alleen wat veel gewauwel soms.

Vanmorgen de cover ontvangen van het ‘Mooiste Woorden Boek’, een uitgave waaraan ik naast een twintigtal andere zgn. BV’s mocht meewerken.  Ons werd gevraagd korte stukjes proza en/of poëzie te schrijven rond liefde, nieuw leven, het grote gemis en de tijd die voorbij gaat.  De omslag is geslaagd, nu nog zien hoe weldra de persconferentie in Antwerpen meevalt.  Freya Van den Bossche heeft afgehaakt merk ik, Mark Eyskens en Sigrid Spruyt en de anderen hebben geen vaandelvlucht gepleegd.  Benieuwd of de lezer het niet te veel Bond Zonder Naam vindt.

 

Mario Danneels, je weet wel, de jonge auteur die in één enkel zinnetje het bestaan van de buitenechtelijke dochter van koning Albert openbaarde, stuurt mij de tekst door van het interview dat hij met mij had over jongens in de prostitutie.  Hij streelt mijn ijdelheid, want ik mag ook het voorwoord schrijven.  Hij woont nu in Ierland en zijn adres staat in het Keltisch vermeld, toch wel vreemd vind ik.  Leert liefde de spreekwoordelijke ezels dansen?  Opvallend hoeveel tijd de briefwisseling elke ochtend opeist, ondanks email en telefoon.  Best maar, niks boven een geschreven brief.  Gsm-taal, het zegt me niets.  Leve de postbode met zijn dagelijks pakje enveloppen, ik mis hem op zaterdag.


Ik denk aan Dalida met haar ‘Il pleut sur Bruxelles’ wanneer ik door het raam kijk.  Dit wordt een lees- en luisterdag.  Als newsfreak natuurlijk het nieuws op de VRT-radio en het kwaliteitsvolle teletekst-persoverzicht op RTBF, zo weet ik tenminste welke kranten te kopen vandaag.  Niets boven een wandeling naar mijn dagbladkiosk en dan natuurlijk een espresso bij de Kosovaren.  Thuis het serieuzere werk, met het herlezen van ‘Delf mijn gezicht op’ van de onlangs overleden Amsterdamse jezuïet Jan van Kilsdonk (niemand schreef ooit zo indringend over zelfdoding en zinzoeking), en ‘Darwin’s Angel. An Angelic Riposte to The God Delusion’ van John Cornwell, iets te Angelsaksisch om mij volledig thuis te voelen.


Vanavond met Franstalige vrienden pizza gaan eten bij Lino in de Verversstraat, de beste pizza van Brussel.  Vriendelijk contact, maar alles moet wel uitsluitend in het Frans verlopen.  Onverbeterlijk, en dat terwijl Angolezen en Iraniërs hier vlot Nederlands spreken, om nog te zwijgen van Marokkanen en Turken, vooral zij die in Gent of Genk gewoond hebben.  Een staatshervorming zonder een mentaliteitsverandering is een slag in het water.  Alle naïeve Belgicisten zouden op water en brood verplicht moeten worden om bijvoorbeeld La Dernière Heure te lezen.  Dan begrijp je waarom Franstalige buren je soms scheef bekijken.  Zoals Limburgers enkel ‘Het Belangske’ en het ‘Sint-Antoniusklokje’ lezen, kijken Franstalige Brusselaars enkel RTBF en RTL.  Inwijkelingen hebben tenminste nog een schotelantenne en een dosis goede wil en openheid die velen ontbreekt in dit land, vooral beneden de taalgrens.  Maar misschien denken ze hetzelfde van ons.  Haal ik vanavond nog mijn lievelingsfeuilleton ‘The Bill’ op ‘Eén’?

donderdag 4 september
Van een contrast gesproken, gisteren nog het pastorale West-Vlaanderen, vandaag ‘consultaties’ in hartje Brussel.  Bij de Congreskolom heb ik een ontvangstruimte waar mensen in volle anonimiteit gewoon eens kunnen uitpraten en we samen naar mogelijke oplossingen zoeken voor relationele en levensbeschouwelijke problemen.

Gratis voor niks, enkel moet men zich van te voren telefonisch melden.  Koffie en thee staan altijd klaar.  Gek genoeg bevindt deze ‘open deur’ zich vlak bij het parlement waar ik vier jaar zetelde.  Hier is gèèn kloof met de burger, lillend levende realiteit krijg je hier voorgeschoteld.  Soms voel ik me hier op en top lekker in mijn vel om weer met concrete problemen van concrete mensen te doen te hebben.  Soms kriebelt het hier om weer in de politiek te gaan om voor deze concrete problemen wetsvoorstellen op papier te zetten voor de hoge vergadering.  Maar die bekoring wuif ik vlug weg na de opgedane ervaringen.

De bezoekers van vandaag geven weinig aanleiding tot wetsvoorstellen, alhoewel.  Een jong koppel wil religieus trouwen en tegelijkertijd ook hun kinderen laten dopen (een verhaal voor ‘Goedele’?), maar zonder veel contact of gezeur met de officiële Kerk.  Een gehuwde man in hoge nood: ondanks zijn homo-zijn toch getrouwd, maar nu niet langer meer houdbaar.  Verscheurd tussen vriend en vrouw.  Of de homobeweging nog nodig is, dat is hier wel een overbodige vraag.

Na een gelukkig gehuwd paar (niet meer zo jong) dat enkel wat komt kletsen, is er ook nog een Afgaan.  Hij zag vader en vijf broers voor zijn ogen executeren.  Lijdt aan slapeloosheid en angstaanvallen, wordt in Sint-Joost-ten-Node opgezocht door fundamentalisten, was zijn broer immers gaan Talibanleider?  Hij is het allemaal zat en wil gewoon studeren, trouwen en hier blijven, liefst niet in Brussel.  De laatste gast voor vandaag is een student, een verhaal van seks en drugs, zonder rock and roll.  De warme schoot van Brussel bergt vele warmtezoekers in de voor hen zalige anonimiteit van de enige echte grootstad die dit land rijk is.  Mocht Brussel niet bestaan, we moesten het uitvinden.

Ik zal vanavond moeilijk inslapen, de verhalen van de bezoekers echoën in mijn hoofd.  Ook die brief van een zelfmoordkandidate.  Ze heeft al veel gedreigd, maar misschien voert ze haar plannen toch eens uit.  God, wat wordt er geleden achter de grijze huisgevels.  En dit in een der rijkste landen van de wereld.  Wellicht bel ik vanavond nog een vriend die altijd een plezant verhaal weet.  Want de herfst is vroeg dit jaar.

woensdag 3 september
Tweemaal op drie dagen naar West-Vlaanderen, dan moet je verliefd zijn op die provincie of er een lief zitten hebben.  Twee keer mis.  Gewoon toeval. 

In na-vakantiesfeer naar een reünie van vrienden-studiegenoten, zonder kinderen (die zijn al lang het huis uit), maar met partner.  Je kan allergisch zijn voor de provincie van Flip Cauwlier, ze zijn er zo stinkrijk en nog zwaar rooms, maar in het koken en ontvangen zijn ze onovertrefbaar.  Schitterende ontvangst in een oude patriciërswoning, direct het gevoelen van met je gat in de boter gevallen te zijn.  Dat maakt de tongen los en opent de harten, dat doet deugd.

Na de obligate verhalen over gezondheid en voorbije vakantie, de binnenlandse politiek: wanhopig – de Walen en sommige Vlamingen zullen het nooit begrijpen – Dehaene zou misschien een gaatje vinden – Leterme was beter in Ieper gebleven.  Dan volle aandacht voor heerlijke vissoep en een vijfsterren coq au vin, gevolgd door een zalige na-etensroes, nog aangemoedigd door een hartige Bordeaux.  Zulke roes kan enkel oplossen in een flinke wandeling, ik steek een sigaartje op, de anderen bekijken me als een achterlijke, onwetende melaatse.  Ben ik wel meer gewoon.

Ik herken nauwelijks het welvarende stadje waar ik ooit een jaartje woonde, met zijn vele statige herenhuizen: onwezenlijk rustig in de zon, je hoort er enkel de beiaard rammelen.  Een confrontatie met leeftijdsgenoten herinnert me altijd aan mijn werkelijke leeftijd.  Het enige minder prettige aan deze late vakantiedag.  Ik, die meestal met jongere mensen te doen heb, ben nu net de oudste.  De pousse-café wandeling brengt ons langs het 17de eeuwse klooster waar ik 44 jaar geleden mijn intrede deed.  Leeg en verbouwd, maar de kerk is nog functioneel.  Ik moest er ooit opstaan op het uur dat ik in studentikoos Leuven ging slapen!  Er is minder nodig om nu het gesprek op vroeger te brengen.

Na een paar leuke anekdotes krijgt het gesprek al lopend een andere wending: de kinderen en de kleinkinderen.  Van de zeventiende eeuw met beide voeten ineens in de eenentwintigste.  Jonge mensen hebben misschien wel ‘Daens’ gezien en gaan straks aanschuiven voor zijn musical, maar wat er de jongste halve eeuw in Vlaanderen gebeurd en vooral veranderd is, kennen ze niet of weinig.  Spijtig, ze zouden beter het nu begrijpen, maar langs de andere kant zouden ze hun ouders en grootouders wellicht nog minder verstaan.  De tijden en bijgevolg de mensen zijn enorm veranderd, besluit het grijzende groepje, als doet het een grote ontdekking.

Alles wordt doorgespoeld met een zeldzaam cognacje, de troost van de ouderen.  Nergens zo gerieflijk herinneringen ophalen als in een West-Vlaams stadje, het ruikt hier immers nog naar vroeger, toen het inderdaad gemakkelijker was om gelukkig te zijn.  Hoeveel ingewikkelder dat tegenwoordig is, begrijpt ons groepje wellicht nog indringender bij een reünie in Brussel, Antwerpen of Genk.

dinsdag 2 september 
Een dag zonder geschiedenis.  Enfin, een typische dag voor een gepensioneerde priester en op rust gestelde senator.  Zoals voor alle gepensioneerden is officieel op rust zijn allerminst synoniem voor niks doen, integendeel.  

Het grote verschil zit hem hierin dat je op een dag als vandaag baas bent over jezelf en vooral over je agenda.

Schrijven doe ik graag, de inspiratie kan me op de meest onverwachte ogenblikken bekruipen.  Ook midden in de nacht kan ik opstaan om een paar zinnen neer te krabbelen.  Dat was vandaag niet het geval.  Ik had me voorgenomen vroeg te gaan slapen gisteravond, maar dan op Arte op een meeslepende uitvoering van Puccini’s ‘Turandot’ gevallen en dus is het weeral eens erg laat geworden. Met klassieke opera kan je me altijd verleiden.  Tussen haakjes: waarom geven onze schouwburgen en operahuizen zo weinig repertoirestukken?  In Franstalig België ligt dat wel anders, daar kennen ze hun klassiekers nog.
Met kleine oogjes aan het schrijven geslagen.  Voor een album met zeven etsen van Hans Schmidt, ‘Taferelen uit de Kruisweg’, schrijf ik actualiserende teksten.  De drive is er, dus krast mijn pen driftig over het papier (ja, ik ben een halve pc-analfabeet).  Echte bewogenheid houdt wakker.  Tussendoor komt mijn medewerker wel binnendraven met briefjes waarop telefonische boodschappen.  Even pauzeren met koffie en antwoorden dicteren: bescheid aan een club uit Geel die een lezing wil, reacties op mijn vernieuwde website beantwoorden, de VRT die een interview over Jordanië vraagt en een oudje dat klaagt dat het zo lang geleden is dat ze me zag.
Na deze pauze is de geestdrift om verder te schrijven plots geblust, dan maar een fikse stadswandeling die haast onvermijdelijk eindigt op het Kosovaarse terrasje waar ik ook zondag al zat.  Nu ben ik de enige klant en de uitbater heeft alle tijd om zijn verhaal te doen: de grote ontgoocheling over zijn vakantie in zijn geboorteland, nu onafhankelijk maar zo corrupt, ongelooflijke toestanden in de ziekenhuizen.  Dokters eisen extra geld onder tafel om nadien niets meer van zich te laten horen.  Zijn schoonzus onderging zondag een noodbevalling, haar dode tweeling krijgt ze in twee gewone kartonnen dozen mee naar huis.  Mijn pintje smaakte allang niet meer.  Oost-Europa, ik ben er door gepassioneerd, evenals door de Islamwereld.  Onbekende werelden voor ons.  Oost-Europa is overigens zo dichtbij, ieder bezoek is beurtelings een koude douche en een revelatie, vooral artistiek dan.  Terecht krijgen we ook op televisie nog veel te horen en te zien over Hitler en het Nazisme, over wat er na een halve eeuw Stalin en communisme met een groot deel van ons continent gebeurd is, hoor je weinig, te weinig.
Door mijn Kosovaarse buurman zijn mijn vingers weer gaan kriebelen om te schrijven.  Het kruiswegverhaal van verraad, geweld, vernedering, onschuldig lijden en hypocrisie voert je zo naar Oost-Europese toestanden.  Ik betaal mijn buurman een deel van de auteursrechten, grap ik tegen hem.  Maar de tranen staan hem in de ogen.  Het is ook gaan regenen in deze internationale stad.  Sombere dinsdagavond.  Het is al vroeg donker, de straatlantaarns staan nog op zomertijd.  September.

maandag 1 september
Vandaag 188 minuten te gast geweest bij de NMBS.  Op die tijd brengen je die van Brussel naar Wervik en terug.  Een hele expeditie langs de zomerse onderbuik van Vlaanderen.

Wat gaat iemand in Wervik zoeken en dan nog wel in de Scherpenheuvelstraat?  Op nummer 29 ligt daar ‘De Blick’, wat officieel heet: ‘Opvangcentrum voor niet-begeleide minderjarige asielzoekers en niet-begeleide minderjarige erkende vluchtelingen met specifieke noden’.  Die specifieke noden moet je dan vooral psychologisch verstaan.

Vanuit Steenokkerzeel of VUB-ziekenhuis krijg ik zulke gasten wel eens doorgestuurd en dan verhuizen die soms naar Wervik of elders.  En dan ga je die achterna.  Ik ben steeds getroffen door de zeer geëngageerde en deskundige opvang van de begeleiders.  Al wen je helaas aan alles, ik word nog steeds onderste boven geschud door de stories van de jonge vluchtelingen zelf..  Afghanen ken je bijvoorbeeld enkel van de al te spaarzame buitenlandse nieuwsflitsen op het VRT-journaal (die schijnen hoofdzakelijk aandacht te besteden aan assisenzaken en andere sensatie).  Je moet met die mensen uren doorbrengen en enorm veel luisteren en je inleven in hun hoogst dramatische trauma’s.  Je realiseert je dat het land van de beruchte papavers meer dan een heksenketel is, met erg diepliggende problemen.  En België dat denkt met vier F16’s daar eens de boel te klaren!


De 15-jarige vroegrijpe en intelligente Afghaan naar wie ik vandaag spoorde doet niet mee met de ramadan.  Hij leeft in oorlog met Allah, zeker zoals de mollahs die hem hebben aangepreekt.  Hij heeft te veel meegemaakt.  Wie zou hem niet begrijpen na zijn verhaal gehoord te hebben?  In de laatavondzon wandelen we langs de nabije Franse grens. “Grenzen, lacht hij schamper in vlekkeloos Engels, alle mensen zijn gelijk, de aarde is van ons allemaal.  Er is maar één vijand die we samen moeten bestrijden: het geweld, van welke aard ook”.  Eigenlijk te wijze praat voor een vijftienjarige, maar die wellicht meer heeft meegemaakt dan een zeventiger uit de Benelux.

188 minuten NMBS brengen je naar ‘la Flandre profonde’ om daar ineens woorden te horen die elk cliché verliezen.

Doodmoe naar bed, morgen is een andere dag.

zondag 31 augustus
Het enige dat men in dit land nog voluit Belgisch kan noemen is wel het weer.  Gisteren zaterdag was voor mij zoals zo dikwijls een volle werkdag (kerkwerk), dus weinig van het zeldzame goede weer kunnen profiteren.

Vandaag waren er al in de vroege namiddag opnieuw wolken boven Brussel en een onvriendelijk windje.  Toch me kunnen overleveren aan een van mijn lievelingsbezigheden: terrasje zitten bij mijn Kosovaarse buren met hun leuke snack en mensjes kijken.  Als mensen je zo dikwijls vertrouwvol in hart en gemoed laten kijken, ontsnap je niet om je nieuwsgierig af te vragen waar al die mannetjes en vrouwtjes lopen aan te denken wanneer ze hier passeren in de bonte mensenstoet.  Nochtans is Brussel heerlijk rustig op zondagnamiddag, zo heel anders dan in de week.  Die zondagsrust toch niet te vlug opgeven.  Veruit de meeste mensen hebben vrijaf, allemaal samen op hetzelfde moment, dat geeft een ontspannen gevoel.  Je ziet het aan het luie gangetje waarop de meesten zich bewegen.  Brussel is op zondag ook helemaal aan de ‘inboorlingen’, dus vooral een groot rassenboek.  Ik voel me er echt thuis bij.

Vandaag is geen gewone zondag, want morgen de magische dag: 1 september.  De vakantie zal vlug vergeten zijn.  Mijn onderbuurman brengt voor het eerst zijn dochtertje naar school en het openbaar vervoer rijdt dan weer op volle toeren.  Mijn Pakistaanse overbuur komt me vragen of ik soms weet of de ramadan nu maandag of dinsdag begint.  Ook die ramadan zal te merken zijn in de stadsdrukte morgen.

Twee brandweerlui omgekomen in een Ukkelse brand, ik denk er veel aan vandaag, waren mijn grootvader en vader ook geen brandweermannen?

Zouden de voorbijgangers enig vermoeden hebben van wat er allemaal in het hoofd speelt van de man die hen gadeslaat van op het terrasje. Zondag heeft iets nostalgisch.