Mechelen heeft dankzij haar rijke geschiedenis 389 beschermde monumenten en historische panden. De stad heeft een aantal waardevolle gebouwen in eigen beheer die gerestaureerd worden. Daarnaast worden Mechelaars aangespoord om zelf te investeren in het opknappen van beschermde panden in privé-bezit. “De privé-restauraties zijn nu in kaart gebracht. Sinds 2007 zijn er meer dan dertig waardevolle historische panden gerestaureerd door Mechelaars. Deze kaart geeft een mooi overzicht van de realisaties van de voorbije jaren”, aldus schepen van Monumentenzorg Karel Geys (sp.a).

Ook cultureel erfgoed in privé-bezit draagt bij tot de uitstraling van onze historische binnenstad. Daarom stimuleert het stadsbestuur particulieren om monumenten te kopen en te restaureren. “Eigenaars helpen we met een restauratiepremie waarvoor 120 000 euro beschikbaar is in 2010. Dat er de voorbije drie jaren meer dan dertig panden zijn gerestaureerd, toont aan dat Mechelen gegeerd is als woonstad. Dikwijls is dit een project van lange adem. Daarom kunnen de private eigenaars ook gebruiken maken van deskundig advies en begeleiding van onze dienst Monumentenzorg. Wij zijn de eigenaars dan ook dankbaar voor hun inspanningen, want zonder hen zou dit patrimonium niet in stand kunnen gehouden worden”, zegt Karel Geys.

Het stadsbestuur laat de inspanningen echter niet alleen over aan de Mechelaars. “Wij vinden dat we op dit vlak een voorbeeldfunctie vervullen. Daarom voorzien we dit jaar 275 000 euro voor het onderhoud en herstel van onze beschermde gebouwen. Zopas hebben we beslist om de dringende werken aan de gevel van de Grote en Kleine Zalm aan te besteden. De zestiende-eeuwse gevel is het eerste voorbeeld van klassiek geïnspireerde renaissance in België. Het gebouw aan de Zoutwerf was toen het huis van de visverkopers. Ik woon hier zelf vlakbij en loop elke dag voorbije deze merkwaardige gevel. Jammer genoeg zijn er vochtproblemen door de slechte staat van het schrijnwerk. Vandaar dat we de gevel van de Grote en Kleine Zalm nu willen aanpakken”, besluit schepen van Monumentenzorg Karel Geys.