Nu blijkt dat steeds meer gebruikers ontevreden zijn over De Lijn, vraagt Joris Vandenbroucke om een grondige koerswijziging. “Minister van Mobiliteit Ben Weyts mag dan al zeggen dat hij meer mensen wil verleiden om het openbaar vervoer te gebruiken, in de praktijk loopt de minister-verleider alleen maar blauwtjes op."


Uit een nieuw tevredenheidsonderzoek over De LIjn blijkt dat de tevredenheid met 64 procent een historisch dieptepunt heeft bereikt. 64 procent is een forse knik naar beneden na de score van 71 procent in de voorgaande jaren. Op alle gemeten categorieën is er achteruitgang met stiptheid als – traditioneel – dieptepunt. 

“Een dergelijke negatieve tendens, over de ganse lijn, is bijzonder zorgwekkend”, zegt Joris Vandenbroucke. “Omdat de files steeds maar toenemen en aan onze economie, klimaat, milieu en  volksgezondheid steeds meer schade aanrichten, is het meer dan ooit nodig de dominantie van de wagen als hoofdvervoermiddel af te bouwen. En daarvoor is een aantrekkelijk en betrouwbaar openbaar vervoer onontbeerlijk. Maar het omgekeerde gebeurt: de gebruikers hebben wel al verschillende prijsstijgingen voor hun bus- en tramrit moeten slikken, maar daar hebben ze niks voor terug gekregen. En dat aanvaarden ze niet. Dat blijkt duidelijk uit de tevredenheidsenquête.”

Het tevredenheidsonderzoek is niet het eerste signaal waaruit blijkt dat de pogingen van de minister om ‘de Vlaming te verleiden’ om meer gebruik te maken van het openbaar vervoer mislukt zijn. ”Zo blijkt ook uit de cijfers van het recentste onderzoek verplaatsingsgedrag dat de overstap voor het woon-werkverkeer niet gelukt is, terwijl daar de focus van het beleid ligt. Het aandeel van bus en tram in het woon-werk verkeer was nooit eerder zo laag. Precies de omgekeerde evolutie van wat we nodig hebben, precies het omgekeerde van wat de minister luidens zijn beleidsnota en –brieven beoogt.”

Voor Vandenbroucke is het duidelijk. “De filecijfers, het onderzoek verplaatsingsgedrag, de tevredenheidscijfers over De Lijn: ze geven allen aan dat de mobiliteit in Vlaanderen verder vastloopt, dat van een duurzame omslag naar een mobiliteit waarin de alternatieven voor de auto betekenisvol terrein winnen geen sprake is en dat er weinig redenen zijn om aan te nemen dat er op korte of middellange termijn enige beterschap mag verwacht worden,  alle veelvuldige aankondigingen van ‘historische’ beleidskeuzes en ‘recordinvesteringen’ ten spijt. Daarom pleiten wij  voor een radicale omslag in het investeringsbeleid. Stop met investeren in de verdere uitbreiding van het wegennet (wel onderhoud uiteraard). Nergens in Europa ligt al zoveel beton per inwoner als in Vlaanderen. Investeer die middelen in de alternatieven voor de wagen. In openbaar vervoer, in gedeelde mobiliteit, in meer en veiligere fietsroutes.”