Het voorstel van CD&V over basisbereikbaarheid heeft de verdienste dat het geen liberaliseringsverhaal is. Maar waarom bussen vervangen door een mengelmoes van duurdere alternatieven? “CD&V gaat twee belangrijke vragen uit de weg : hoe groot is die zogenaamde ‘last mile’ waar ze andere vervoersaanbieders inschakelt en wat zullen die alternatieven kosten aan de gebruikers?”, zegt Vlaams Parlementslid Joris Vandenbroucke, “Voor sp.a moet De Lijn borg blijven staan voor een degelijk aanbod voor iedereen, aan een betaalbare prijs”.

sp.a deelt de analyse dat het spaghetti-netwerk van De Lijn met lange, kronkelende buslijnen best vervangen wordt door een netwerkmodel dat een veel scherper onderscheid maakt tussen bus- en tramlijnen die belangrijke knooppunten snel en frequent verbinden, en buslijnen die dorpen en wijken ontsluiten. Meer vraagafhankelijk openbaar vervoer kan daarbij zorgen voor een kwaliteitsvoller antwoord op de verspreide vervoersvraag in landelijke regio’s.

“In plaats van om de twee uur een bus te laten passeren, is het veel klantvriendelijker om er eentje te sturen als je hem nodig hebt en waarop je niet lang moet wachten. De Lijn is perfect in staat om dit te organiseren. Alleen moet ze het lappendeken van 119 kleine belbusgebieden vervangen door een “flexnet”. Dat net bestaat uit grotere regio’s met meerdere busjes die je kan reserveren via sms, app, website of telefoon en die je op vraag komen oppikken aan een toegewezen, al dan niet virtuele, halte in je buurt. Buitenlandse voorbeelden tonen aan dat je zo een snellere responstijd garandeert en een veel aantrekkelijker alternatief biedt met een hogere bezetting en lagere kosten als gevolg.”

Cruciaal voor sp.a is dat het vraagafhankelijk aanbod georganiseerd wordt door De Lijn. Joris Vandenbroucke: “Iedereen draagt bij aan onze openbare vervoersmaatschappij, deze moet er dan ook voor iedereen zijn. Wij willen niet dat De Lijn zich terugtrekt uit landelijk gebied.”

“Het openbaar vervoer in landelijk gebied vervangen door een mengelmoes van aanbieders die in diverse ‘maatwerkregio’s’ moeten geregisseerd worden door een ‘makelaar’, dreigt het ingewikkeld te maken voor de gebruikers. Bovendien zwijgt CD&V in alle talen over het tarief dat van toepassing zal zijn. Een ‘correcte tarifering’ kan enkel betekenen dat de vervoersbewijzen van De Lijn ook geldig zullen zijn voor deze alternatieven. Zo niet, dan is dit voorstel de aankondiging van een nieuwe tariefverhoging voor de mensen die niet in de stad wonen. Nochtans zijn de tarieven ook voor hen op 1 februari al fors de hoogte in gegaan. Het kan niet de bedoeling zijn dat zij opnieuw een factuur krijgen voor een minder gebruiksvriendelijk aanbod.” aldus Joris Vandenbroucke.