Om haar beleid te financieren zou de Europese Unie beter zelf middelen verzamelen dan zich te voeden met dotaties van de lidstaten. Dat vond ook de N-VA. Tot voor kort. Frank Vandenbroucke, Dirk Van der Maelen en  Kathleen Van Brempt leveren kritiek.

Het Europees Parlement herhaalde onlangs nog dat de EU beter zelf zou instaan voor de financiering van haar beleid. Eigen Europese middelen kunnen verschillende vormen aannemen: de opbrengst van de veiling van emissierechten bijvoorbeeld, maar ook Europese fiscale autonomie. De heilloze discussie over de juiste retour (mooi samengevat onder het Britse motto "We want our money back") waar het huidige bijdragesysteem voortdurend toe leidt, zou dan van het voorplan verdwijnen. Die discussie heeft van het huidige stelsel een ondoorzichtig kluwen gemaakt. Indien de EU eigen middelen zou verzamelen, dan wordt het ook mogelijk om belastingen te ontwikkelen die je enkel grensoverschrijdend kan heffen; een financiële transactietaks bijvoorbeeld. Dit is geen debat over belastingverhoging. Eigen Europese middelen moeten toelaten dat de nationale bijdragen aan de Europese begroting evenredig verminderen, en Europese fiscaliteit moet gepaard gaan met minder belastingdruk in eigen land. Een hogere belastingdruk kan niet de bedoeling zijn van Europese fiscale autonomie, net zoals het niet de bedoeling kan zijn van Vlaamse fiscale autonomie.

Het gaat tenslotte om een democratisch principe. Zoals goed samengevat in het verkiezingsprogramma van de N-VA is het nodig om dotaties aan de EU te vervangen door eigen Europese middelen "omdat we willen dat Europa verantwoording aflegt, net zoals we de deelstaten in België willen responsabiliseren". Het nieuwe N-VA-standpunt, dat er geen eigen Europese middelen mogen komen, verraste dus. Niet zozeer omdat de N-VA een Vlaamse consensus verlaat, want dat is geen schande. Eenheidsdenken is niet per se goed voor het Europese debat, net zoals eenheidsdenken niet per se goed is voor het debat over de Belgische staatshervorming. Wat ons verraste, was dat de N-VA zich niet alleen verzette tegen eigen middelen in de huidige context van de EU, maar in eender welke context. Onze N-VA-collega's Wouters en Vandeput legden uit dat Europa hoe dan ook te ver verwijderd is van de burgers om er fiscale autonomie aan toe te vertrouwen, zelfs wanneer er een nieuw EU-verdrag zou komen. Dit getuigt van een zeker fundamentalisme. Natuurlijk beantwoordt de EU niet aan het klassieke beeld van de natiestaat met één democratisch forum van burgers die zich uitdrukken via één kieskring. En natuurlijk is de architectuur van de EU voor verbetering vatbaar (hoewel de begrotingscontrole door het Europees Parlement al veel sterker is dan bij ons). De tijd van de klassieke natiestaten is echter voorbij. We gaan naar een wereld van gedeelde soevereiniteit, waarin geen enkele politieke entiteit een schoonheidswedstrijd van democratische architectuur zal winnen. Dat geldt voor de EU, het geldt ook voor het toekomstige België en zijn deelstaten. Ja, het is moeilijk is om een eengemaakt democratisch forum, dat als zodanig door iedereen beleefd wordt, tot stand te brengen in de EU en in België. De vraag is wat je met die vaststelling doét. Wie een bestuursniveau de mogelijkheid ontzegt om effectiever te besturen en daarin te groeien, omdat de politieke structuur ervan niet aan de klassieke perfectie beantwoordt, die beslist eigenlijk dat geen enkel bestuursniveau buiten het Vlaamse nog een dynamische toekomst mag hebben. Wij vinden soevereiniteit geen loos begrip, net zoals we lokale gemeenschap geen loos begrip vinden. Maar nationale staten hebben alleen een sterke toekomst als ze hun soevereiniteit willen delen. De idee dat Vlaanderen "sterk" zou kunnen zijn in een zwak Europa is naïef.

De bocht van de N-VA is anderzijds niet verrassend. De golf van euroscepticisme steekt eerst nationalisten aan. Daarom zegden we tijdens het parlementsdebat dat de geest van de Ware Finnen nu ook bij ons zit. Overigens zijn de Ware Finnen een democratische partij. Maar wel zorgwekkend anti-Europees.

Sociaal beleid
De eurosceptische golf vergt een zelfkritisch Europees debat. Met een knipoog naar Blairs motto over criminaliteit, schreef René Cuperus onlangs over het in Europa rondspokende populisme: "We should be tough on populism and tough on the causes of populism". Dat geldt ook voor euroscepticisme: "We should be tough on euroscepticism and tough on the causes of euroscepticism". Euroscepticisme leidt naar nergens, maar je moet wel begrijpen waarom het ontstaat en de oorzaken ervan even kordaat aanpakken als het sceptische betoog zelf. Dat debat moet niet zozeer gaan over het uitzicht van de Europese instellingen, wel over het verhaal dat de politieke meerderheid in de Europese instellingen - onder druk van Merkel en Sarkozy - vandaag vertelt. Het dominante verhaal is er een waarin Europese samenwerking enerzijds wantrouwend wordt bekeken en anderzijds vooral de politieagent moet zijn van budgettaire rigiditeit. Daar dreigt het verkeerd te lopen. De Europese Unie moet zichzelf ook een krachtige opdracht geven inzake sociaal beleid en bestrijding van armoede. Toekomstgericht sociaal beleid veronderstelt investeringen in onderwijs, in kinderopvang, in activering en in langer werken onder werkbare omstandigheden. Zo stevig als de EU wil inzetten op budgettaire sanering, zo zwaar moet de EU ook wegen op het nationale sociale investeringsbeleid. Dat vergt hervormingen die ook niet allemaal populair zijn, en waar de zuiderse landen (en België) nog veel werk op de plank hebben. Maar het zijn wel toekomstgerichte hervormingen. De nieuwe EU2020-strategie van de Europese Commissie bevat op dat punt mooie doelstellingen, maar als de Europese Raad de lidstaten niet dwingt om ze ernstig te nemen, dreigen ze volledig weg te deemsteren. Dát is het debat dat we moeten voeren, als we willen dat mensen in de EU meer zien dan een budgettaire politieagent.

Falend migratiebeleid voedt ook het anti-EU-populisme, en dus moet dat aangepakt worden. Daarover zijn we het eens. Maar de Belgische grenzen sluiten, zoals de N-VA vorige week suggereerde, is een nutteloze actie. De Schengenlanden moeten samen hun buitengrenzen bewaken, moeten daarvoor vooral samenwerken en geen nummertjes opvoeren zoals de Fransen onlangs deden. Ook met de interne migratie van EU-burgers lopen er zaken fout, zoals blijkt uit problemen waar OCMW's mee te maken krijgen. Migratie mag fundamentele spelregels van wederkerigheid in onze sociale systemen niet in vraag stellen. Dat migrerende EU-burgers die niet over bestaansmiddelen beschikken niet zomaar beroep kunnen doen op bijstand in lidstaten waar ze naar toe trekken (tenzij ze in deze lidstaten geïntegreerd zijn), lijkt ons een logisch standpunt dat noch strijdig is met het EU-recht noch met het Belgische recht. Dát moet duidelijk gesteld. Maar falend migratiebeleid mag geen reden zijn om mee te huilen met anti-Europese wolven in het bos.

Conservatieven zoals Cameron waar de N-VA nu bij aanklopt, hebben een droom: het politieke Europa moet weer verdampen. Een veelbelovende alliantie is dat: als de Europese en de Belgische wasem opgetrokken zijn, krijgen we dan het sterke Vlaanderen?

 

Frank Vandenbroucke (senator sp.a), Dirk Van der Maelen (Kamerlid sp.a) en  Kathleen Van Brempt (Europees Parlementslid sp.a)

 

Deze bijdrage is verschenen in De Morgen