Steven Steyaert werd geboren in de Gentse Volkskliniek op 27 oktober 1973. Zijn lager onderwijs deed hij in het Sint-Lievenscollege in de Keizer Karelstraat. Vervolgens trok hij naar het Technisch Onderwijs van Don Bosco. Kort daarna ging hij naar de stedelijke ‘Kokschool’ in de Tweebruggenstraat: hij volgde er de opleiding tot kok én kelner. Hij vervolledigde zijn opleiding met een leercontract. Vandaag is Steven gehuwd met Nancy; zij hebben drie kinderen, van 23, 19 en 10 jaar.

Steven kreeg zijn eerste job zowat onmiddellijk te pakken in het restaurant Capucine, een etablissement met een zekere renommee. Hij bleef er werken tot zijn (toen nog verplichte) legerdienst in 1993. Bij de Zeemacht (hij was gekazerneerd in Zeebrugge) werkte hij als kok en steward op het schip de Lobelia. Hij deed verschillende verre reizen tijdens zijn dienst en hield daar goede herinneringen aan over. Na zijn legerdienst ging hij aan de slag bij Volvo, als magazijnier. Hij werkte er tot 2015.

Bij Volvo raakte hij vrij vlug geïnteresseerd in de vakbondswerking. Hij werd eerst verkozen tot vakbondsafgevaardigde (‘délégué’), bleef werken als magazijnier maar kreeg vrijstelling van enkele taken om tijd vrij te krijgen voor zijn vakbondswerk. Vanaf 2000 werd hij ‘vrijgestelde délégué’ en dus fulltime afgevaardigde van het ABVV binnen Volvo; sinds 2015 is hij ‘federaal propagandist’ voor de BTB (de ABVV-centrale voor de Transport, de Havens, …). In 2010 startte hij met de extra opleiding arbeidsrecht, sociaal zekerheidsrecht & organisatieleer via het volwassenenonderwijs Erasmus CVO.

Steven en de sp.a

Steven is altijd al (ook) een partijman geweest. Zijn oma aan vaderskant werkte in de Coöperatieve Vennootschap Vooruit. Zijn vader Bruno was voor de toenmalige SP-afdeling Gent de eerste die de ICT op poten zette (vooral websites opstarten) en beheerde.

Na zijn dienst bij de Zeemacht sloot hij zich aan bij de wijkafdeling SP-Gent-West (Drongen, Sint-Denijs-Westrem), waarin onder andere Rudy Coddens en (vandaag ere-senator) Willy Seeuws actief waren. Toen hij gedurende zes jaar in Evergem woonde werd hij daar lid, maar ondertussen is hij opnieuw Drongenaar. 

Steven vertelde mij vrij uitgebreid hoe hij bij de vakbond en de partij kwam. Van zodra hij ging werken zag hij dat er nog zeer grote verschillen waren in stand, in werkopvatting, in verloning. De welvaart was niet evenredig en zeker niet rechtvaardig verdeeld. De schrijnende toestanden van eind 19de eeuw-begin 20ste eeuw waren dan wel grotendeels verdwenen, hij stelde vast dat vele mensen nog door de mazen van het net van de sociale zekerheid vielen. Daar komt zijn overtuiging en zijn engagement vandaan.  'Als syndicalist probeer ik mijn politieke verantwoordelijkheid op te nemen door de sp.a te ondersteunen op Gents en nationaal niveau', zegt Steven.

Ik ken Steven nu ongeveer 20 jaar. Hij is altijd een ernstige man gebleven, die in zijn werk en zijn engagementen er allesbehalve ‘de kantjes afloopt’. In de vormingsdiensten van de vakbond (die absoluut puik werk leveren) heeft hij heel wat bijscholingen gevolgd. Zijn zo typische ‘sérieux’ heeft hij nog niet afgelegd, maar die is allerminst storend: Steven is een aangenaam man in de omgang, steevast goedgeluimd en met zin voor humor. Maar zijn werk neemt hij zeer au sérieux, en zo moét dat ook: hij werkt immers met en voor andere mensen.

(tekst: Marc Lootens)