Deze week in het Jubelparkmuseum: het regenwater sijpelt op verschillende plaatsen binnen in de tentoonstellingszalen en wordt met emmers opgevangen. De buitenlandse toeristen staan er met verstomming naar te kijken, maar voor het personeel van de federale musea is dit quasi dagelijkse kost. In een opiniestuk in De Tijd stellen Katia Segers, Bert Anciaux en Monica De Coninck het gebrek aan onderhoud van de federale musea aan de kaak. Lees het volledige stuk hier.

Wat hebben het Jubelparkmuseum (officieel de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis - KMKG) en de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België (KMSKB) in de Brusselse Koningstraat met elkaar gemeen? Deze musea herbergen alle kunstschatten waar we zo trots op zijn en zijn de reden waarom kunstliefhebbers uit alle delen van de wereld het belangrijk vinden om Brussel, België niet links te laten liggen op hun tour door Europa, maar er zelfs graag een omweg voor maken of er zelfs speciaal voor afzakken: Magritte, Brueghel, Rubens,… De topwerken van de Europese schilderkunst, ze hangen allemaal in deze musea.

Deze musea hebben ook met elkaar gemeen dat ze vandaag allemaal lekkende daken hebben, een vervallen infrastructuur en - gelukkig - personeel met een pak creatieve vaardigheden. Zeer vlug water opdweilen, emmertjes net onder een lek in een dak zetten en met spoed kunstwerken in plastic noppenfolie inpakken bijvoorbeeld.
In 2013 moest 'De Erfenis van Rogier van der Weyden’ in de KMSKB al vervroegd dicht om de erfenis van de Vlaamse Primitieven te vrijwaren voor het insijpelend vocht. Dat bleek niet echt een wake-up call voor de verantwoordelijken. Voor de vele teleurgestelde bezoekers die de expo niet konden zien en de buitenlandse bruikleengevers leek het eerder een Belgenmop. Die laatsten zullen wel twee keer nadenken alvorens ze nog topstukken uitlenen aan Belgische musea.
 
We werden er zelfs een beetje jaloers van toen we deze week in een documentaire op de Nederlandse tv vernamen dat Nederlandse museumdirecteuren met de zegen van hun cultuurminister twee jaar geleden mochten gaan shoppen in beroemde buitenlandse musea als het Madrileense Prado en het Venetiaanse Dogepaleis. Ze verzamelden topstukken om de grote Jeroen Bosch-tentoonstelling van dit jaar in ‘s Hertogenbosch te stofferen. Onze noorderburen financieren zélf(s) de restauratie van panelen van Bosch uit Venetië; dat is een toch wel heel genereuze én efficiënte manier om bruiklenen los te wrikken! En in Den Bosch ligt het dak van het Noordbrabants Museum er wél strak en waterdicht bij.

Terug naar de lekkende daken in onze nationale musea. Begin deze maand stonden er opnieuw halfvolle regenemmers in de Rubenszaal van het KMKG. En deze week was het nogmaals de beurt aan het Jubelparkmuseum. ‘In de kostuumzaal kan je de wolken voorbij zien jagen, een modderstroom overspoelt glasramen in een depot, over de gordijnen in de Egyptische zaal lopen piskleurige (sic) strepen en … er lagen - gelukkig zonder erg - mummies in het water’, lezen wij in de kranten.
 
De Brusselse federale musea hebben het niet getroffen met de 6de staatshervorming, maar ze worden eigenlijk al vele staatsvormingen lang stiefmoederlijk behandeld. Een bijkomende complexiteit is dat de huidige stiefouders weinig of niet omkijken naar hun stiefkinderen, deels omdat er geduwd en getrokken wordt om de collectiebuit naar de eigen ‘deelstaatgrotten van Ali Baba’ te slepen en deels omdat ook cultuur overal in die kekke besparingsmaalstroom is terecht gekomen.

De federale musea worden op droog zaad gezet en moeten gaan bedelen bij private sponsors die aan ‘cherry picking’ mogen doen. De sublieme collecties art nouveau en art deco van de KMKG zullen in de toekomst in perfecte condities getoond worden in een eigen circuit met gelden van het Fonds InBev-Baillet Latour. Maar dat geld zit wel al 5 jaar geblokkeerd, omdat er geen aannemers gevonden worden om de dakwerken aan te vatten. De rest van de collectie (Mesopotamië, Egypte, Middeleeuwen…) blijft grotendeels verborgen voor de bezoekers want een mecenas is nog niet gevonden. Mochten we er geen dikke regendruppels om huilen, we zouden in een schaterlach uitbarsten.
 
Je kan aan geen weldenkend mens meer uitleggen hoe de bevoegdheden en verantwoordelijkheden voor onze hoofdstedelijke, federale musea precies in elkaar zitten. Misschien toch: de boze stiefmoeder van alle Brusselse federale musea is staatssecretaris Elke Sleurs, die bevoegd is voor de werking en het personeel van de Federale Wetenschappelijke Instellingen. De minister bevoegd voor de Federale Culturele Instellingen, Didier Reynders, die heeft er dan weer niks mee te maken. Hij is wel bevoegd voor Bozar en de Munt, en kan misschien vanuit zijn Beliris-bevoegdheid als suikeroom wat zakgeld toestoppen aan de tekorten van tante Sleurs. De - vaak uithuizige - stiefvader van KMKG en KMSKN is binnenlandminister Jan Jambon, die de Regie der Gebouwen in zijn portefeuille heeft. Hij heeft dezer dagen duidelijk wat anders aan zijn hoofd, want van hem komt nul en generlei positief signaal.

Dat de Brusselse musea collecties van wereldniveau herbergen, noopt het personeel tot een intrieste vorm van creativiteit. Laat ons het er op houden dat ze bij zwaar regenweer een hedendaags tragisch theater met emmers, dweilen en plastic uitvoeren.

"Beste stiefouders, wij kondigen hierbij een state of urgency af voor onze federale wetenschappelijke instellingen. De museumdaken lekken! En als we de federale musea nu eens kunstvennootschappen gaan noemen, doet dat de regering bij de komende begrotingsopmaak dan niet meer geld schuiven? Of is er een andere strategie: laat deze regering de federale instellingen verrotten, om vervolgens op het graf de inboedel naar Vlaanderen te kunnen verkassen? Alles is een kwestie van framing, maar nu eerst het dak op met die pannen!

Foto: Saskia Vanderstichele (De Tijd)

© Saskia Vanderstichele
© Saskia Vanderstichele

 

© Saskia Vanderstichele