De zorg voor mensen is bij uitstek een domein waar marktwerking niet thuishoort. Maar daar denkt het huidige bestuur van N-VA, Open VLD en CD&V anders over. Zij beslisten om een rist aan sociale voorzieningen in de markt te zetten, in de hoop deze te laten uitvoeren door commerciële spelers. “Samen met het sociale werkveld strijden wij op elk politiek niveau tegen deze plannen om zorg voor mensen te commercialiseren. We hebben nu een veldslag gewonnen, maar de oorlog nog niet,” zegt Güler Turan.

De bal ging aan het rollen in mei vorige jaar, toen bleek dat het stadsbestuur een projectoproep uitschreef voor de uitbating van daklozencentrum De Vaart. Tot ieders verbazing haalde de beursgenoteerde beveiligingsmultinational G4S de opdracht binnen en werd het Centrum voor Algemeen Welzijnswerk, dat al 18 jaar lang het daklozencentrum uitbaatte, aan de kant geschoven. En dat was nog maar het begin, want er volgden projectoproepen voor tal van andere sociale voorzieningen. Naast daklozenopvang wil het stadsbestuur ook buurtwerk, drughulpverlening, woonbegeleiding, arbeidszorg en psychologische hulp bij familiaal geweld openstellen voor privébedrijven.

Ervaringen uit het buitenland, vooral in Nederland, leren ons dat het laten uitvoeren van sociale diensten voor kwetsbare groepen door grote commerciële spelers heel wat risico’s met zich meebrengt, zeker als dat gebeurt met via projectoproepen die elkaar snel opvolgen:

  • De meest kwetsbare groepen met de meest complexe problematieken worden niet of onvoldoende bereikt, omdat met de sterkste klanten makkelijker resultaten geboekt worden en de streefcijfers sneller gehaald worden. Dit is het zogenaamde ‘cherrypicking’-effect.
  • Samenwerking en uitwisseling van informatie en expertise tussen organisaties en werkers in het sociaal werkveld worden bemoeilijkt als gevolg van de concurrentie die speelt om opdrachten binnen te halen. Dat leidt dan weer tot versnippering en bemoeilijkt netwerkvorming, hetgeen de kost van samenwerking opdrijft.
  • Opgebouwde expertise en ervaring gaat verloren wanneer bij een nieuwe tender een andere organisatie wordt geselecteerd voor de voorziening van de betreffende dienst- of hulpverlening.
  • De continuïteit en lange-termijnaanpak die noodzakelijk is om een vertrouwensrelatie op te bouwen met kwetsbare groepen worden ondermijnd. Nu al blijkt dat cliënten wegblijven uit inloopcentrum De Vaart, omdat ze weten dat hun vertrouwde omgeving zal veranderen en de sociaal werkers waar ze altijd bij terecht konden, zullen verdwijnen.
  • de kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van sociale voorzieningen neemt af.
  • de positie van het maatschappelijk middenveld als kritische gesprekspartner bij de totstandkoming van sociaal beleid, wordt ondergraven.

Protestacties volgden elkaar in sneltempo op en kregen steun van progressieve politieke partijen en zowat het ganse sociale werkveld. De bezorgdheden van het middenveld vertaalde zich ook in politieke actie op alle relevante niveaus. In de gemeenteraad vroeg Monica De Coninck (sp.a) een interne stedelijke audit aan en de OCMW-fractie van sp.a diende een bezwaarschrift in bij de provinciegouverneur, omdat de gevolgde procedure heel wat tekortkomingen vertoonde. In december bleek dat gouverneur Cathy Berx onze bezwaren onderschreef. Ze schorste de toewijzing van het Antwerpse dak- en thuislozencentrum De Vaart aan privébedrijf G4S en de procedure moet worden overgedaan.

De procedure waarbij de uitbating van De Vaart werd toegekend aan G4S rammelde langs alle kanten. Er rezen vragen over de onafhankelijkheid van de jury en de projectoproep leek wel op maat geschreven van grote privébedrijven. Het gevolg daarvan is dat het professionele middenveld gedestabiliseerd wordt en hun positie als kritische gesprekspartner ondergraven wordt. De concurrentie die begint te spelen, maakt het voor hen onmogelijk om zich nog vrij uit te spreken in maatschappelijke en beleidsdiscussies. Maar daar maakt het stadsbestuur zich duidelijk geen zorgen om, integendeel wellicht.

In het Vlaams parlement interpelleerde Güler Turan verschillende keren Vlaams minister van Welzijn Jo Vandeurzen. Hij erkende de risico’s van commercialisering, maar benadrukte de lokale autonomie. Na onze initiatieven nam Vandeurzen wel contact op met het Antwerpse stadsbestuur en het OCMW. Zij gingen daar aanvankelijk op in, maar zegden af toen de beslissing van de gouverneur viel. Dat is een gemiste kans, want die beslissing toont net aan dat er dringend en proactief afspraken moeten komen over kwaliteitsstandaarden en criteria in het kader van sociale hulp- en dienstverlening.

Wij zullen dan ook initiatieven blijven nemen om de uitverkoop van het sociaal beleid te stoppen en om de bevoegde schepen, Fons Duchateau (N-VA), er toe aan te zetten om in dialoog te gaan met het middenveld en werk te maken van een sociaal beleid dat werkt voor iedereen, en zeker voor de meest kwetsbaren in onze samenleving.