'In essentie gaat klimaatverandering over het oude socialistische concept van herverdeling; een falende herverdeling welteverstaan', schrijft Europees parlementslid Kathleen Van Brempt (SP.A) vanop de klimaattop in Bonn.

Op de Klimaattop van Bonn gaan deze week beleidsvoerders op zoek naar de manieren waarop het Klimaatakoord van Parijs in concrete maatregelen kunnen omgezet worden. In dat akkoord bevestigden de ondertekenaars dat de temperatuurstijging wereldwijd beneden de 2° Celsius moet gehouden worden, het liefst beneden de 1,5° C.

2017 is nu al een van de warmste jaren ooit gemeten, met temperaturen die 1,1° C boven het pre-industriële niveau liggen. Zelfs als we ons netjes aan de beloftes van het Klimaatakkoord van Parijs houden, zal de temperatuur tegen het einde van de eeuw wellicht met zowat 3 graden stijgen. De menselijke tol daarvan zal gigantisch zijn. Uit een VN-rapport uit 2015, waaraan ook het Belgische Onderzoekscentrum voor de Epidemiologie van Rampen (CRED) heeft meegewerkt - Human Cost of Weather Related Disasters - bleek dat 90 procent van de grote rampen tussen 1995 en 2015 met weersomstandigheden te maken hadden. De onderzoekers telden in die tijdsspanne 6.457 rampen, zoals overtromingen, stormen, hittegolven en bosbranden die samen aan 606.000 mensen het leven hebben gekost en verder 4,1 miljard mensen troffen.

Het leeuwendeel van deze rampen speelde zich af in de armste delen van de wereld, maar ook het rijkere Noorden bleef niet gespaard. Afgelopen zomer rapporteerden toeristen die in Zuid Europa op vakantie waren een verschroeiende hitte met temperaturen die vaak de 40 graden overschreden. Dat ging gepaard met talrijke bosbranden. In 2017 werden er in Europa 1.068 van dergelijke bosbranden gerapporteerd, tegenover een gemiddelde van 404 de vorige 8 jaar. In 2017 troffen die in Europa een gebied dat twee keer de omvang van het groothertogdom Luxemburg heeft.

In het licht van al dat menselijke lijden is het merkwaardig dat klimaatopwarming vaak als een milieuprobleem wordt beschouwd. Dat is het natuurlijk ook wel, maar in eerste instantie is de klimaatproblematiek een sociaal-economische kwestie. Het is daarom dat ik mij als sociaal-democraat die nauwelijks het verschil kent tussen een eik en een beuk of een kraai en een kauw, zo heb vastgebeten in dit schijnbaar 'groene' dossier.

In essentie gaat klimaatverandering over het oude socialistische concept van herverdeling; een falende herverdeling welteverstaan. De geïndustrialiseerde wereld heeft decennialang het grootste aandeel gehad in de uitstoot van broeikasgassen en daar alle voordelen van geoogst, terwijl het de allerarmste landen waren die alle nadelen ondervonden. Dat is langzaam aan het veranderen, nu ook het rijkere Noorden de gevolgen aan den lijve begint te ondervinden, niet enkel door de hittegolven en bosbranden, maar ook door het toenemende aantal vluchtelingen waarvan een groeiend aandeel als klimaatvluchteling kan omschreven worden. Volgens een recent onderzoek van de Cornell universiteit kan klimaatverandering tegen het einde van de eeuw maar liefst 2 miljard klimaatvluchtelingen veroorzaken, één vijfde van de wereldbevolking. Wees er maar zeker van dat die vluchtelingen niet zullen tegen gehouden worden door muren of hekkens.

De oplossing van het probleem zal dan ook grotendeels liggen in de mate waarin we faire herverdelingsmechanismen kunnen opzetten. De radicale transitie van onze economie, onze handelsrelaties én ons sociaal model is ook van het allergrootste belang om onze eigen welvaart veilig te stellen. In ons huidige model blijft klassieke 'economische groei' voorrang krijgen op noodzakelijke politieke besluitvormingen, blijven onderlinge concurrentie, deregulering, privatisering, het subsidiëren van fossiele brandstoffen en externalisering van de kosten het leimotiv voor 'economische groei' terwijl we net moeten evolueren naar een systeem dat solidariteit versterkt en een grotere democratische greep op onze economie mogelijk maakt. De verantwoordelijkheid van de profiteurs van ons huidige economische systeem is nauwelijks te overzien. Niet alleen organiseren ze intrinsiek een steeds groter wordende ongelijkheid, door hun weigering om hun eerlijke bijdragen te leveren, creëren ze de versterkers van die ongelijkheid in de vorm van klimaatverandering.

De strijd tegen klimaatverandering gaat daarom vooral over sociale rechtvaardigheid. Het is geen toeval dat ook de vakbeweging vertegenwoordigers heeft gestuurd naar de klimaattop in Bonn. De bonden weten dat de maatregelen die noodzakelijk zijn om de temperatuurstijging tegen te gaan, niet beperkt zullen blijven tot technologische ingrepen, maar ook grote sociale gevolgen zullen hebben. In essentie gaat het over welk soort samenleving we willen ontwikkelen en daarom ook over wat de toekomstige machtsverhoudingen zullen zijn.

Het goede nieuws is dat maatregelen om de klimaatopwarming onder controle te houden bijzonder positieve effecten kunnen hebben op de samenleving. Zo zitten er - naast de gigantische voordelen op het vlak van de volksgezondheid - nogal wat tewerkstellingskansen in een duurzame economie. Als we weten dat zonder verandering het aantal privévoertuigen op de planeet van 700 miljoen in 2005 zal stijgen naar 2 miljard in 2050, is het evident dat we via innovatie moeten werken aan zero-emissie-voertuigen én gigantisch moeten investeren in openbaar vervoer. Elk geïnvesteerd miljoen in de infrastructuur van openbaar vervoer levert 30 jobs op, elk geïnvesteerd miljoen in de werking van openbaar vervoer 57 jobs. In de hernieuwbare-energiesector waren er volgens de Europese Commissie in 2014 al één miljoen Europeanen tewerk gesteld. Wereldwijd ging het in 2016 al over meer dan 8 miljoen jobs, waarvan 3,5 miljoen in China.

Eerlijke transitie

Bij een verdere transitie naar een koolstofvrije economie zal er werk moeten gemaakt worden van herscholingen en opleidingen voor mensen die nu tewerk gesteld zijn in de sectoren die zullen verdwijnen. Vandaar het grote belang dat moet gehecht worden aan wat 'just transition' wordt genoemd, een 'eerlijke transitie' waarbij werknemers mee de vruchten plukken van de omslag naar een duurzame economie, net zoals ook armere landen door faire handelsakkoorden de kans moeten krijgen zich duurzaam te ontwikkelen.

De grote vraag blijft of natiestaten de slagkracht hebben om die eerlijke transitie op gang te trekken. In een van zijn laatste opiniestukken, gepubliceerd na zijn dood in april van dit jaar, twijfelde de Amerikaanse politicoloog Benjamin Barber daar ten zeerste aan. Eeuwen geleden, toen het idee van een sociaal contract vorm kreeg in het Westen, schrijft Barber, waren het soevereine natiestaten die veiligheid konden bieden aan hun burgers. In een wereld die steeds meer onderling afhankelijk is geworden, kan de natiestaat die veiligheid niet meer bieden. Barber pleit voor een nieuw sociaal contract op het niveau van de steden, waar burgers locaal reageren op de uitdagingen die zich vandaag stellen.

Dat is ook de reden waarom de delegatie van het Europees parlement, waarvan ik deel mag uitmaken, een neven-event heeft georganiseerd voor de zogenaamde 'non-state actors'. Daar verzamelen zich ondermeer de gouverneurs van California, Virginia, Oregon en Washington, samen met burgemeesters vanuit de hele VS. Het is duidelijk dat als een natiestaat zich terug trekt, steden en regio's spontaan hun rol overnemen. Die samenwerking tussen een grensoverschrijdend orgaan zoals het Europees parlement én steden en regio's is opmerkelijk.

Ook Barber wees er op dat de strijd tegen klimaatverandering op twee niveau's zal gestreden worden. Op het lokale niveau, waar rechtsreeks betrokken burgers samen met hun lokale politieke vertegenwoordigers het heft in handen zullen nemen, én op de internationale niveau's die de natiestaten overschrijden. In Europa zal het dan gaan over de Europese Unie. Dat laatste niveau moet de instrumenten ter beschikking stellen om de lobby van de uitdovende, fossiele industrieën van de vorige eeuw te temmen, steenkool en olie onder de grond te houden en de voorwaarden te creëren om een eerlijke transitie mogelijk te maken. De plek waar die transitie zich zal afspelen, is in onze steden en regio's, samen met alle betrokken burgers.