Als schepen van studentenzaken vraag ik af en toe weleens aan een universiteits- of hogeschoolstudent wie haar of zijn studies betaalt. Steevast gaat er dan minstens één wenkbrauw de hoogte in. Met onderzoekende blik vertelt de m/v in kwestie dat het de ouders zijn, tiens. Dan vraag ik of de overheid er misschien niet voor een klein stukje tussen komt. Het antwoord klinkt wat verongelijkt: neen, we krijgen géén studietoelage en ons kot wordt niet gesubsidieerd en ze betalen echt alles zelf.

Wie het al moeilijk had, krijgt het alleen maar moeilijker. En zij die het inschrijvingsgeld momenteel al peanuts vinden, varen er wel bij

Allicht debiteert de student wat zijn/haar ouders ieder weekend uitentreuren herhalen. Ik ga dus even door. Dus de samenleving legt er niets bij ? Nee dus. En als ik je zeg dat de overheid wél voor iedereen wat bijpast, via de belastingen ? Dan vindt mijn gesprekspartner onvermijdelijk dat dit deeltje beslist erg klein moet zijn. Mama en papa hebben het toch knap lastig sinds zoon- of dochterlief in de aula zit?

Onderwijs kost handenvol geld

Het wordt almaar moeilijker om het volledige plaatje te schetsen, al is het thema actueler dan ooit. De Vlaamse regering heeft immers beslist om te snoeien in de uitgaven voor het hoger onderwijs. Dat moet dringend goedkoper, en daarom gaan de werkingsmiddelen naar omlaag. Universiteiten en hogescholen worden afgewimpeld met de boodschap dat zij hun inschrijvingsgeld fors kunnen laten stijgen. En natuurlijk gaat iedereen ervan uit dat de kwaliteit op peil blijft.

Onderwijs kost handenvol geld. Bijna de helft van het Vlaamse overheidsbudget gaat er naartoe. Van de lagere school tot en met de hogere studies tellen de ouders jaarlijks per kind ongeveer 250 euro aan schoolfacturen neer. Elk jaar past de samenleving daar via het belastingsysteem gemiddeld 21.500 euro bij. Dat is een enorm bedrag.

Als de cijfers van de Gezinsbond kloppen, gaat maandelijks een slordige €1000 van het gezinsbudget naar een kotstudent. Daarom klussen veel jongeren bij om hun flat (mee) te financieren of voor andere uitgaven. En ja, daar kan al eens een ticket naar Tomorrowland bij zitten. Of een duur boek van Marx of Hayek. Maar al dat bijklussen bezorgt jongeren extra druk en ouders een gevoel van falen. Er wordt gewerkt om courante uitgaven te bekostigen, niet voor een maandelijkse tussenkomst in het loon en de werkingskosten van de proffen en hun hogeschool. De almaar oplopende ‘dagelijkse uitgaven’ doen ons vergeten dat ons onderwijs bijna gratis is. Daarom projecteren we onze frustraties op mensen die het financieel nòg moeilijker hebben.

Peanuts?

Zo verkijkt de middenklasser zich op de microsolidariteit, de sociaal corrigerende maatregelen zoals beurzen en verminderd inschrijvingsgeld, en beseft hij niet dat hij zelf slechts een fractie van de echte onderwijsfactuur betaalt.

Eigenlijk vindt iedereen wel ergens dat zo’n studietoelage goed van pas zou komen. Onze afbetalingsplannen voor het inschrijvingsgeld gaan van langsom zwaarder wegen. En de molen draait. Betalen we hiervoor belastingen ? De stap naar populistische slogans wordt dan heel klein. De oplossing die het Vlaamse beleidsakkoord in petto heeft is om voor iedereen het inschrijvingsgeld op te trekken en de sociale correcties (zeg maar de verfoeide microsolidariteit) wat breder open te trekken. Maar dit brengt geen raad voor al wie het vandaag al moeilijk heeft. De totale factuur gaat hierdoor immers niet naar omlaag. Integendeel.

Dit beleidsakkoord bestendigt de opdeling tussen arm en rijk. Zij die nog op wat steun konden rekenen, vallen nu ècht uit de boot. Wie het al moeilijk had, krijgt het alleen maar moeilijker. En zij die het inschrijvingsgeld momenteel al peanuts vinden, varen er wel bij. Zij kunnen zich een elite wanen. Zij moeten niet bijklussen. Zij weten niet dat een studielening levenslang blijft natrillen.

Op z'n Amerikaans

Ik hoop dat de Vlaamse onderhandelaars het recente onderzoek van de toonaangevende Amerikaanse bank J.P.Morgan hebben gelezen (Student Loans: What a Drag – 11 juli 2014). In de VS komt men helemaal niet tussen in de totale onderwijskosten. De salarissen van de proffen en de bouw van aula’s zijn in hun totaliteit verrekend in het inschrijvingsgeld. Je moet dus rekenen op rijke ouders en gulle schenkers of een studielening aangaan. Momenteel is blijkbaar een kwart (!) van de uitstaande hypothecaire schuld in de VS afkomstig van studieleningen. Bovendien stijgt de vraag naar leningen nog en wordt de aflossingstijd langer. Zo wordt de studerende generatie afgeremd bij de aankoop van een woning.

In combinatie met de trage jobcreatie en een krappere leenomgeving komt het erop neer dat de jongeren voor torenhoge uitdagingen staan. Door het dalen van het beschikbare inkomen en de te verwachten jaarlijkse stijging van de huizenmarkt gaan studieleningen de komende 5 tot 10 jaar hypothekeren. Dat is Amerika. Maar dichterbij in Nederland is deze druk ook al goed te voelen.

Geen hypotheek op de toekomst

Daarom, beste (jonge en al wat rijpere) ouders: sta niet toe dat onze kinderen ‘gehypothekeerd’ worden. Onze ouders en voorouders stonden op de barricaden voor betaalbaar, kwalitatief en toegankelijk onderwijs voor iedereen. Oit was het de bedoeling om het echt gratis te maken. Maar blijkbaar is dat verhaal ‘out’, voorbijgestreefd en links. Of ‘socialistisch maar niet sociaal’.

Iemand moet mij toch eens uitleggen wat er niet sociaal is aan de idee dat iedereen betaalbaar en kwalitatief onderwijs moet kunnen krijgen. Want dat verhaal is er een van solidariteit voor iedereen. Van notariszoon tot arbeidersdochter. Een samenleving waar we in elkaar investeren om het beste uit al onze kinderen naar boven te halen.

(Dit stuk verscheen eerder op deredactie.be)