Zijn volledige tussenkomst:

“Collega’s, hier ligt een ambitieus plan voor, voor een ogenschijnlijk ‘kleine’ mobiliteitsspeler. De evolutie van de voorbije 3 jaar is echter van dien aard dat deze kleine speler duidelijk groter aan het worden is. Op 3 jaar tijd 30% meer gebruikers, en meer en meer organisaties die dit mee helpen organiseren. En de ambitie is om het aantal gebruikers binnen de 5 jaar te vervijfvoudigen, van 4.000 naar 20.000 gebruikers En dat verbaast niet als je even stilstaat bij de voordelen ervan. Voor de sp.a-fractie wil ik toch vooral het gemeenschappelijk maatschappelijke voordeel beklemtonen:

-        Er wordt minder gemeenschappelijke publieke ruimte ingenomen. 1 deelwagen staat voor een equivalent een 10-tal private wagens, je kan dus de ruimte van 10 private wagens ‘uitsparen’. 20.000 gebruikers betekent 18.000 minder wagens in ons publiek domein, of ongeveer 27ha publiek domein (of ruim 50 voetbalvelden!) die voor andere doeleinden kunnen gebruikt worden: plaats voor aangename hoeken en pleinen bijvoorbeeld, of voor fietsers of de doorstroming van het openbaar vervoer.

-        Deelwagens worden ingezet op die momenten waarop men effectief een wagen nodig heeft. Dat selectievere autogebruik biedt dan weer voordelen op het vlak van verkeersveiligheid, klimaat, geluid en luchtkwaliteit.

-        Mensen hoeven zich minder zorgen te maken over aankoop en onderhoud, dat maakt hen ongetwijfeld gelukkiger.

-        Meestal gaat het bij autodelen om vrij recente automodellen, goed onderhouden, frequent gebruikt, en dus met een properder uitstoot. Dus ook op dat vlak kan winst geboekt worden, wat de stad op zich leefbaarder maakt.

-        En tot slot, collega’s (n daar willen we toch bijzondere aandacht voor vragen vanuit de sp.a-fractie):

o   autodelen speelt in op vervoersarmoede enerzijds (inwoners die geen wagen hebben kunnen er via autodelen een lenen, bijvoorbeeld om te gaan solliciteren; of ouderen met een klein pensioen hoeven dan de kost van een personenwagen niet meer te dragen),

o   en is ook kostenbesparend voor gebruikers (bijvoorbeeld omdat ze dan geen tweede wagen nodig hebben) zodat meer middelen overblijven om in het gezinsonderhoud te voorzien.

Juist omwille van die argumenten, willen we in dit plan toch bijzondere aandacht vragen voor de dichtbevolktere wijken en in het bijzonder de gekende sociale woonwijken. Maar uit het hoofdstuk 9, ‘Visie’, blijkt ook al dat daar specifieke aandacht naar zal gaan.

Kortom, de voordelen zijn ontegensprekelijk. Deze kaart moeten we trekken. En dat gebeurt hier met dit plan.”