In de Commissie Binnenlandse Zaken stelde Karin Temmerman enkele vragen aan Staatsecretaris voor Asiel en Migratie, Maggie De Block, over het beleid inzake de terugkeer van niet-begeleide minderjarige vreemdelingen (NBMV). Het aantal asielaanvragen in de eerste helft van 2012 is gemiddeld gedaald met 5 % ten opzichte van dezelfde periode in 2011. De cijfers voor vrijwillige terugkeer gaan in stijgende lijn. Ondanks de goede cijfers, zijn er toch nog steeds een aantal verontrustende zaken.

De voorbije weken was er heel wat ophef rond de uitwijzing van de jonge Afghaanse asielzoeker Parweiz Sangari. Parweiz verbleef sinds 2008 als NBMV in ons land. Hij slaagde erin zich op heel korte termijn te integreren, spreekt vlot Nederlands, volgde hier een opleiding tot puntlasser (een knelpuntberoep), was actief in de gemeenschap en had een vriendin. Ondanks werd de meerderjarige Parweiz uitgewezen nadat zijn asielaanvraag definitief was verworpen. De zaak had heel wat overeenkomsten met deze van Scott Manyo. De student uit Kameroen, eveneens een NBMV, doorliep een soortgelijk traject als Parweiz maar mocht wel blijven. Tijdelijk wel te verstaan, om zijn studies af te werken. Beide zaken kregen heel wat media-aandacht. Ze zijn echter niet de enige.

Eind juni 2012 wachtten nog 1051 jongeren op een beslissing van het commissariaat-generaal inzake hun asielaanvraag. De twee grootste groepen komen uit Afghanistan en Guinee. Uit cijfers blijkt dat België een minder restrictieve beoordeling van de situatie in Afghanistan heeft dan gangbaar is in andere lidstaten: 77,5% van de asielaanvragen van Afghaanse NBMV’s werd aanvaard, tegenover 50,5% voor beslissingen voor NBMV’s uit andere landen. Veel van die jongeren krijgen de beslissing pas te horen nadat ze de leeftijd van 18 jaar bereikt hebben. Het is echter zeer belangrijk dat snel kan worden bepaald of jongeren hier al dan niet kunnen blijven. Hun opvang en begeleiding moeten ook afhankelijk zijn van deze uitspraak.

Platform voor vrijwillige terugkeer

In enkele kranten werd verwezen naar de mogelijkheid om België te laten aansluiten bij ERPUM, het Europees Terugkeerplatform voor Niet-Begeleide Minderjarigen. Het platform, gefinancierd door het Europees Terugkeerfonds, staat in voor een humane en veilige terugkeerprocedure van afgewezen NBMV’s van 16 en 17 jaar. Daarvoor hanteert ERPUM een tweepijlerbeleid: enerzijds wordt voorzien in veilige en adequate terugkeerhuizen in het land van herkomst, anderzijds moeten de minderjarigen herenigd worden met de ouders.

Als België zou meestappen met Zweden, Nederland, Groot-Brittannië en Noorwegen, de huidige leden van ERPUM, moeten we heel goed weten dat de jongeren ter plaatse worden begeleid. Aangezien er nog geen resultaten zijn, blijft omkadering essentieel. Bovendien moet sneller bepaald worden of de jongeren hier kunnen blijven. Indien dit het geval is moet snel overgegaan worden tot integratie. Als ze niet kunnen blijven, moet hen dat heel snel duidelijk gemaakt worden en moeten wij het kader aanreiken om hen voor te bereiden op de terugkeer, op een nieuw leven in het land van herkomst. Terugkeer op vrijwillige basis is en blijft een voorwaarde sine qua non.

Opvang op maat van jongeren

Momenteel worden nog steeds 147 NBMV’s opgevangen in hotels. Deze verblijfplaatsen zijn echter niet de juiste omgeving voor die jongeren. In hotels worden zij niet begeleidt en meestal aan hun lot overgelaten. Ze hebben nood aan een betere omkadering. Het is essentieel voor de fysieke en psychische integriteit van het kind dat zijn belang en zijn positie als kwetsbare persoon steeds voorop staat bij het nemen van een beslissing over de duurzame oplossing. Hotelopvang voor deze groep dient verder afgebouwd te worden.

Met tevredenheid wordt vastgesteld dat de regering de afbouw van noodopvang zeer voorzichtig aanpakt. De schrijnende beelden van de voorbije winter zijn nog in vele geheugens gegrift. De situatie is vandaag beter, maar ze blijft zeker kritisch. Er kunnen altijd scherpe of onverwachte stijgingen van asielaanvragen zijn. Dat is niet altijd aan het beleid te wijten, maar dat kan ook door situaties in andere landen zijn. Bovendien staan de wintermaanden voor de deur. Jongeren zijn altijd de grootste slachtoffers van een tekort aan opvangplaatsen.

Er moet blijvend aandacht zijn voor de problematiek van NBMV’s, en voor de toestand in de landen van herkomst. Het commissariaat-generaal volgt de evolutie in die landen voortdurend op en evalueert de situatie elke zes maanden. Afghanistan blijft een van de onveiligste regio’s op aarde. Men moet bijgevolg alle voorzichtigheid hanteren als men een NBMV naar daar terugstuurt.