40.000 vluchtelingen hebben vorig jaar asiel aangevraagd in ons land. Ongeveer de helft onder hen zal ook erkend worden. De eerste noodopvang was een krachttoer, maar is klein bier vergeleken met de volgende uitdaging die wacht: de integratie van die duizenden vluchtelingen die hier bij ons een nieuw leven willen opbouwen. In plaats van daar werk van te maken, investeert Theo Francken liever in zijn persoonlijke campagne. Daar heeft hij deze week weer een sterk staaltje van laten zien.

Om integratie tot een succes te maken, is het cruciaal een coherent beleid uit te tekenen over alle bevoegdheidsniveaus heen. Ja, dat betekent dus over de muurtjes kijken. Precies daarom heb ik staatssecretaris Theo Francken de voorbije maanden meer dan eens gevraagd om daarin het voortouw te nemen. Maar de voluntaristische staatssecretaris van het begin van de legislatuur - die vandaag een uitspraak van de rechter naast zich neerlegt – vindt dat zijn werk erop zit, zodra de asielzoeker zijn erkenning zak heeft. Anders gezegd: eens de papieren afgeleverd, is het: ‘trek uw plan’. Terwijl precies dan het probleem of de opdracht pas écht begint. Niet alleen voor de erkende vluchteling, maar ook voor onze samenleving.

Een samenhangend integratiebeleid in ons land ontbreekt. Daarom trekken grote groepen vluchtelingen met enkel hun papieren in de hand naar de grote steden. Brussel, Antwerpen en Gent staan bovenaan de lijst van mensen op zoek naar een nieuw leven. In het beste geval krijgen ze ondersteuning van het OCMW, van sociale organisaties, van betrokken families of vrienden. In het slechtste geval krijgen ze zelfs die kans niet en belanden de vluchtelingen bij de krottenmaffia, in overbevolkte en ongezonde woningen. Dat is niet alleen slecht nieuws voor de erkende vluchteling, het is ook onveilig voor de omgeving.

Erkende vluchtelingen hebben recht op een menswaardige toekomst in ons land. Ook om de druk van de ketel te halen in onze grootsteden, tekende sp.a een spreidingsplan uit. Middelgrote gemeenten zouden zo 150 vluchtelingen moeten opvangen. Samen met het lokale OCMW, hulporganisaties, inwoners die een handje willen helpen, tot zelfs werkgevers kunnen die gemeenten zo gepersonaliseerde ondersteuning bieden. Theo Francken veegde dat voorstel van tafel. Het advies van de Raad van State dat je erkende vluchtelingen niet kunt verplichten om op een bepaalde plaats te gaan wonen, diende hem wonderwel. In dit geval plaatste de staatssecretaris zich dan weer niet boven de gevestigde orde.

Nochtans zien we dat in Duitsland zo’n spreidingsplan wél kan. ‘Residenzplicht’ heet het daar. Dit werd mogelijk gemaakt omdat Duitsland elke erkende vluchteling ook huisvesting aanbiedt. Een dak boven je hoofd is essentieel voor de opstart van een geslaagd integratieproces. Concrete lokale begeleiding creëert dan bijna automatisch veiligheid, nabijheid en verbondenheid. De nieuwkomer wordt niet aan zijn of haar lot overgelaten. Lokale overheden weten precies wat hen te doen staat en houden de regie strak in handen. In dat verband wijst denktank Itinera terecht op de noodzaak om een tandje bij steken. Zo stellen ze stages en andere creatieve werktrajecten voor. Op die manier krijgen erkende vluchtelingen meteen de kans om zich te bewijzen en bij te dragen tot onze sociale zekerheid. Op basis van mijn ervaring bij het OCMW van Antwerpen (9.000 geregulariseerden in 2009), weet ik dat de meerderheid liever niet van een uitkering wil leven, maar gewoon wil werken zoals iedereen. Om met zijn of haar verdiende loon te investeren in een eigen onderkomen én in de opleiding van zijn of haar kinderen.

Is dit een makkelijke opdracht? Neen, het is verdomd hard werken en dat met heel veel partners tegelijk. Maar wat is het alternatief? Werkloosheid, dumpinglonen, of in het zwart werken? Wie wordt daar beter van? Niemand. Noch de erkende vluchteling, noch mensen van hier die door die dumpinglonen en dat zwartwerk hun job verliezen en daar (terecht) zuur op reageren. En tot slot al zeker niet onze sociale zekerheid en onze welvaartsstaat. Willen we die laatste in stand houden de volgende jaren en nog versterken, dan moeten de regeringen in dit land nu vooral in actie schieten in plaats van weg te kijken. Tenzij sommigen terug willen naar de samenleving van de 19de eeuw, het upstairs–downstairs model, met lage loonslaven en een rijke bourgeoisie.

Foto (c) Belga.