Vrouwen die iets van voetbal kennen, zijn zeldzaam. Politici die kunnen meepraten over sport eerder uitzonderlijk. Wat dan te zeggen van Caroline Gennez? Op en top vrouw. Toppolitica en notoir voetballiefhebber? We namen een kijkje in haar sporthart. "Het zou niet slecht zijn mocht de politiek sport wat minder wereldvreemd bekijken."

Hoe belangrijk is sport in uw leven?

"Er zijn natuurlijk belangrijkere dingen, maar toen ik jong was, was sport het belangrijkste in mijn leven. (Gennez zat samen met Sabine Appelmans op de Vlaamse tennisschool, red.) Op mijn veertiende moest ik door een hernia stoppen met tennis. Het leek toen wel of het einde van mijn leven was aangebroken. Daardoor kan ik me wel iets voorstellen bij wat Wickmayer nu meemaakt - als je van de ene dag op de andere stilvalt. Ik kon het ook niet relativeren. Nu is sport voor mij pure ontspanning. Tennis, voetbal en wielrennen liggen me het nauwst aan het hart, maar dat zal wel zijn omdat ik Belg ben. Tijdens de Olympische Spelen zit ik van 's morgens tot 's avonds voor mijn tv en blijf ik bij alles hangen. Ook tijdens de Tour de France zal ik zelden een etappe missen. Als ik moet werken, zet ik gewoon de tv in mijn bureau aan. In het weekend ga ik bijna altijd naar het voetbal. Zowel naar KV en Racing Mechelen, omdat ik daar woon, als naar STVV omdat mijn supportershart daar ligt (Gennez is een Truiense, red.)."

Wat voor supporter bent u?

"Ik leef heel erg mee, maar ik blijf wel redelijk objectief. Als het geen buitenspel is, ga ik niet roepen van wel. Onredelijke supporters die niet meer zien wat op het veld gebeurt, storen mij soms. Als ik vind dat mijn ploeg terecht verloren heeft, zal ik dat ook erkennen. Ik trek trouwens nooit clubkleuren aan. Dat heb ik nooit gehad, maar je zal mij bijvoorbeeld ook nooit met de rode vlag zien uitgaan als socialiste, hoewel ik dat wel heel hard ben."

Politici worden wel eens verweten wereldvreemd te zijn. Daar lijkt een avondje voetbal het ideale middel tegen.

"Voetbal, dat is het hele leven. Je komt er de hele wereld tegen, net zoals aan een frietkraam. Iedereen kan fan zijn. Oud, jong. Van hoog tot laag, van arm tot rijk. Alle kleuren en alle maten. Daarom zit ik ook liefst gewoon in de tribune in plaats van in de loges. Je maakt er vanalles mee. Tijdens KV-Anderlecht was ik daar met mijn collega-schepen Ali, een Marokkaanse Belg. Die kreeg op de tribune de goorste racistische verwijten naar het hoofd gesmeten. Dat maakte me echt kwaad. Boussoufa, ook een Marokkaan, stond op het veld en dan kan het niet op. Toen heb ik me wel omgedraaid en geroepen: 'Stop daar eens mee zeg, je bederft hier de sfeer met die zever'."

"Het gebeurt ook dat mensen hun hart komen luchten. In de tijd van de Fortis-affaire zat ik naast een grootvader die zijn kleinzoontje aan het uitleggen was wat er in de match gebeurde. Hij sprak me plots aan. 'Acht miljoen he'. Ik dacht dat het over een speler ging ofzo. Dus ik vroeg wat hij bedoelde. 'Acht miljoen oude Belgische franken. Al mijn spaargeld. Weg.' Dat maak je ook mee."

Gaat u nog naar het tennis?

"De laatste match die ik gezien heb, was het afscheid van Kim Clijsters in Antwerpen. Bij tennis wil ik er niet per se bij zijn. De sfeer is daar toch anders."

Waarover spreekt u op café eigenlijk het liefst? Sport of politiek?

"Alle twee. Ik spreek veel en graag over politiek omdat ik vind dat dat één van mijn opdrachten is als politica. Maar het gaat minstens evenveel over voetbal. We gaan in Mechelen ook regelmatig naar een paar volkse cafés op de markt, want ik heb thuis geen Belgacom TV. Of ik volg daar de Belgische ploegen die Europees spelen. Standard vind ik het sympathiekst. Anderlecht en Club Brugge zijn voor mij een beetje te clean, al denk ik wel dat Anderlecht kampioen wordt."

Wordt er onder politici vaak over sport gepraat?

"Met Patrick Janssens (burgemeester van Antwerpen en Vlaams parlementslid, red.). Ik ben vorige week nog samen met hem naar GBA-STVV gaan kijken. Maar voor de rest zijn de meesten hier in het parlement geen grote sportliefhebbers. Er zijn er zelfs die ermee koketteren dat het hen echt niet interesseert - zoals Bart De Wever."

Zelf zit u in de commissie sport.

"Iedereen mag hier kiezen in hoeveel commissies hij of zij zit, maar omdat ik ook nog voorzitter ben en schepen in Mechelen, doe ik alleen sport. Je moet dingen doen die je goed kan doen."

Politiek en sport worstelen soms met elkaar, niet?

"Vaak geeft het die indruk. Dat heeft natuurlijk ook te maken met het feit dat er bij sport heel veel mensen betrokken zijn. Veel vrijwilligers. Veel supporters die niet altijd rationeel zijn. Daardoor krijg je bij sommige clubs een zekere graad van amateurisme. Neem nu de discussie over de stadions. Ik vind dat de overheid daarin moet investeren. Niet alleen voor de topclubs, maar ook in jeugdinfrastructuur. Als je dan ziet hoe de meeste clubs met die dossiers omspringen, dan denk ik toch soms: 'godverdoeme, moet de gemeenschap daar al zijn middelen insteken terwijl zij er gewoon met hun klak naar gooien?'. Daar kan ik niet tegen. En bovendien: bijvoorbeeld in Mechelen zit er 12.000 man bij iedere thuismatch, maar dat zijn er ook 68.000 die niét gaan. Het is dus dubbel. Het zou niet slecht zijn mocht de politiek de sport wat minder wereldvreemd bekijken, maar het zou ook niet slecht zijn mocht er in de sport wat meer professionaliteit zijn en niet alleen die brute emo."

Zou u ooit graag minister van sport zijn?

"Als - en ik zeg wel àls - ik minister zou zijn, dan zou sport wel iets zijn wat ik graag zou doen."

Wat zou u dan veranderen?

"Als je een sportland wil worden, moet je jonge kinderen aan het sporten krijgen en moet je dus alle drempels en barrières die er in heel wat sporten nog zijn wegwerken. Ik zou dat in het onderwijs versterken. Ik weet nog hoe weinig kinderen aan sport deden toen ik in het lager zat. En hoe weinig interesse ervoor was. Dat is dus de eerste stap. Ik zou ook willen dat er meer aandacht gaat naar opleiding. Neem nu Racing Mechelen, met al die Mexicanen die in hun eigen land nog nooit op een plein gestaan hebben. Daar heb ik hartzeer van. En het is toch heel raar dat veel van onze talenten in Nederland voetballen. Wat is daar nu zo geweldig aan? Oké, Ajax, Feyenoord en PSV hebben goede opleidingen, maar NEC en NAC, dat zijn toch ook maar boerenploegen?"

Gelooft u eigenlijk dat het WK voetbal naar België kan komen?

"Op hoop van zegen geloof ik erin. (lacht) Het is nog lang en er is nog veel werk. Als ik dan zie dat er deze week niemand in de Senaat was voor dat voetbaldebat, dan belooft dat niet veel goeds. Je moet alle maatschappelijke krachten verenigen achter dat dossier en dan nog zal het niet evident zijn. Maar je moet er wel alles voor geven."

Hoe reageert u bij dossiers als dat van de whereabouts. Als sportliefhebber of als parlementslid dat mee het decreet gestemd heeft?

"Als mens. Omdat ik het oneerlijk vind. Waarom ben je socialist? Omdat je niet tegen onrecht kan. Als ze de kleine man iets aandoen, zijn wij de eersten om op de barricades te staan. Waarom dan niet voor sporters? Ik vind niet dat je die twee - parlementslid en sportliefhebber - moet loskoppelen. Als supporters heb ik ook een zekere graad van objectiviteit. Wel, bij dit dossier heb ik dat ook. Waren er nu dopinginbreuken geweest, dan zou ik de eerste zijn om te zeggen: superstreng straffen. Maar nu ga ik ervan uit dat dat niet zo is."

Raakt het u meer omdat het om twee tennissers gaat? Zou u op dezelfde manier reageren, mochten het bijvoorbeeld twee gewichtheffers zijn?

"Het zou dezelfde gevolgen moeten hebben. Je moet het eigenlijk even erg vinden, maar natuurlijk, Wickmayer presteerde nu wat beter. Dan valt dat extra op, hé. Maar het gaat niet alleen om twee tennissers. Ook Sugar Jackson is erbij betrokken."

Neemt u dan contact op met hen?

"Neen, want ik ken hen niet persoonlijk. Chris Goossens heeft met mij contact opgenomen en gevraagd wat er kon gebeuren."

Dan wordt u benaderd om hier in het Vlaams parlement dingen te veranderen?

"Ja. Het was geen politieke uitspraak, maar een administratieve. Toch vond ik dat er op de regelgeving moest ingegrepen worden. Ik heb een reparatiedecreet (waardoor een beroepsmogelijkheid wordt ingevoerd, red.) voorgelegd aan mijn collega's van de meerderheid."

Is er een lijn te trekken tussen politici en topsporters?

"Karakterieel zeker. Je moet monomaan zijn. Sport of politiek moet het belangrijkste in je leven zijn. Je moet kunnen opstaan na tegenslagen. Dat heeft me in de politiek wel al geholpen. Als sporter was ik daar niet zo goed in. Toen ik tenniste, was ik een McEnroe - ook al ben ik de meest rationele mens. Maar op het veld had ik geen zelfbeheersing en vlogen de racketten in het rond. Op mijn veertiende moest ik stoppen met tennis en toen heb ik geleerd dat alles relatief is. Je kweekt karakter. Dat maakt me tot de mens die ik nu ben. Maar behalve een slechte rug heeft het tennis geen sporen meer nagelaten. Ik vind politiek tof, maar kan perfect zeggen: 'nu is het gedaan'. Ik kan het makkelijk van me afzetten. Ik slaap ook als een roos."

Doet u eigenlijk nog aan sport?

"Neen, dat is wel redelijk schandalig. Ik rij veel met de fiets en ik geef af en toe tennisles aan jonge kindjes. Meer niet."

Wat zou u graag doen?

"Iets in openlucht. Een ploegsport. Je ziet, ik heb er nog niet te veel over nagedacht. De goede intenties zijn er zelfs nog niet."