Geachte mijnheer en mevrouw de voorzitter, 

mevrouw de minister,  mijnheer Brandsma

Beste vrienden van het Vlaams Vredesinstituut, 

Beste genodigden, 


Het is een eer en een genoegen dat ik hier vandaag een reactie mag formuleren op het jaarverslag 2017 van het Vredesinstituut.  Een bijzonder jaar, want een scharniermoment voor het instituut.  2017 was immers het laatste werkingsjaar van Tomas Baum.  Tomas stond als directeur aan de wieg van het instituut,  12 jaar geleden.  Het instituut is intussen uitgegroeid tot een instelling die zeer gewaardeerd wordt om zijn onderzoek en expertise inzake vredesopbouw en de regulering van wapenhandel en gebruik.  Ik wens Tomas Baum uitdrukkelijk te bedanken voor zijn jarenlange inzet en toewijding. 

Vanaf dit jaar zal Tine Destrooper de fakkel overnemen van Tomas  Ik wens haar van harte te feliciteren met haar aanstelling en kijk er naar uit om met haar en haar team de goede samenwerking tussen het Vredesinstituut en het parlement verder te zetten. 

Wat het jaarverslag betreft zou ik er graag een drietal thema’s uitlichten:


  1. Polarisering

Het is me wat vandaag in het publieke en politieke debat. Geen dag gaat voorbij of de gemoederen laaien hoog op over thema’s die te maken hebben met onze levensstijl, onze waarden, het samenleven in diversiteit. Afgelopen dagen ging het o.m. over het aanraken van vrouwen bij begroetingen en lingeriereclame in de publieke ruimte.  Inderdaad, het vrouwenlijf zorgt altijd voor passionele discussies. Dat is van alle tijden. Nietwaar heren? Polarisering is ook van alle tijden. En het is ook van alle tijden dat de extreemste standpunten en de hardste roepers de gematigde, constructieve stemmen wegdrukken. Door de globalisering en het effect van sociale media, hebben  deze extreme stemmen wel nog meer airplay gekregen, waardoor het soms lijkt alsof er enkel nog maar extreme standpunten bestaan. Komt daarbij dat het alsmaar moeilijker wordt om fakenews te onderscheiden van correcte nieuwsfeiten.  Het is belangrijk dat we daar als maatschappij mee leren omgaan. Daarom dat we als sp.a zo’n grote voorstander zijn van meer aandacht voor burgerschapsvorming en mediawijsheid  in het onderwijs. Onderwijs alleen kan niet alle maatschappelijke problemen oplossen, maar onderwijs is wel een zeer belangrijke schakel in de ontwikkeling van jongeren tot zelfbewuste kritische burgers. Mevrouw de minister, wij zullen u vanuit de sp.a hierin kritisch-constructief steunen vanuit de oppositie. 


Sinds 2017 heeft de Vlaamse regering polarisering ook opgenomen als bijzonder aandachtspunt in het actieplan tegen gewelddadige radicalisering. Er is uiteraard een link tussen polarisering en radicalisering, maar ik ben het eens met het Vredesinstituut dat je moet opletten om polarisering te verengen tot de context van gewelddadige radicalisering.  Polarisering is een veel breder fenomeen en zou betere vanuit die bredere optiek bekeken worden. Door ook, zoals de heer Brandsma terecht stelt, de stille gematigde middengroep meer positieve aandacht te geven in plaats van door negatieve aandacht aan de extremen, net die extremen nog meer brandstof te geven.  Daar is een belangrijke rol weggelegd voor de media, maar ook wij, politici kunnen daartoe een positieve bijdrage leveren in onze communicatie. We kunnen met onze uitspraken verbinden of verdelen. Die keuze hebben we. Die verantwoordelijkheid hebben we. Polarisering werkt in de politiek als doping in de sport. Het kan op korte termijn voor succes zorgen, maar op lange termijn maakt het doodziek, verziekt het de samenleving.


2. Vlaams buitenlands beleid

Een aspect dat in het beleid tegen gewelddadige radicalisering naar mijn mening dan weer onvoldoende aan bod komt, is het Vlaams buitenlands beleid. Dat is het tweede punt dat ik onder de aandacht wil brengen.  Conflicten elders in de wereld hebben rechtstreeks een impact op onze samenleving. De oorlog in Syrië en Irak zijn daar dramatische voorbeelden van.  Vlaamse jongeren vertrokken naar Syrië om zich te laten inlijven door IS.   Vluchtelingen uit Syrië en Irak komen in Vlaanderen aan, en proberen hier terug de draad van hun leven op te pikken en hun kinderen veiligheid en perspectief te geven.  Zowel het vermijden van vertrekkers naar Syrië als het inburgeren en integreren van vluchtelingen uit Syrië zijn kerntaken van Vlaanderen. Om deze bevoegdheden naar behoren in te vullen en duurzame oplossingen uit te werken, is grondige kennis van wat er in de rest van de gebeurt onontbeerlijk.  Ik dank het Vredesinstituut om op dat vlak vanuit het Vlaams parlement ons venster op de wereld en kenniscentrum te zijn.

Het buitenlands beleid is hoofdzakelijk federale bevoegdheid, maar Vlaanderen heeft desalniettemin cruciale bevoegdheden in handen zoals haar economisch beleid en het al dan niet vergunnen van wapenexport.   Wat de uitvoer van wapens en ander voor militair gebruik dienstig materiaal betreft,  moeten we helaas vaststellen dat de  bestaande controlemechanismen  nog niet sluitend zijn.  

Nadat de wereld, begin van deze maand, geconfronteerd werd met de schokkende beelden van de gifgasaanval in Syrië, vernamen we vorige week het hallucinante nieuws dat dat tussen mei 2014 en december 2016 168 ton isopropanol, het chemisch product waarmee saringas kan worden gemaakt,  vanuit Vlaanderen naar Syrië werd geëxporteerd, zonder de vereiste vergunning.  In volle oorlog, terwijl de terreurdreiging alle politieke agenda’s domineert, worden er vanuit Vlaanderen extreem gevaarlijke chemische producten uitgevoerd naar Syrië.  Dat hou je toch niet voor mogelijk. En toch is het gebeurd. 

Al jaren dringt mijn collega Tine Soens er bij de Vlaamse regering op aan om de controlemechanismen inzake export verder aan te scherpen.  De federale overheid heeft hierin uiteraard ook zijn verantwoordelijkheid, maar Vlaanderen kan en moet meer doen. Ze heeft daartoe de bevoegdheid. Niet om het werk van de federale douane over te nemen op het moment dat de containers klaar staan om naar het buitenland te vertrekken, maar wel, veel eerder in de  productieketen, door de bedrijven zelf die zulke chemische producten aanmaken regelmatiger te controleren. Alleen al uit de boekhouding van zulke bedrijf kan je een schat aan informatie halen.   Ik vind het bijzonder jammer dat de minister-president daartoe nog niet bereid is.  


Ook op het vlak van het verhinderen van uitvoer van wapens of voor militair gebruik dienstig materieel kan Vlaanderen meer doen.  Zo is er ondanks de nieuwe decretale mogelijkheid om zelf een wapenembargo uit te vaardigen, nog steeds geen embargo voor uitvoer naar Saoudi-Arabië.  Opnieuw onbegrijpelijk en onverwantwoord.  Laat dat mijn meest kritische oproep zijn vandaag.   Op papier voert Vlaanderen een ambitieus buitenlands beleid dat gebaseerd is op respect voor de mensenrechten en het bevorderen van een meer democratisch en vreedzaam internationaal wereldsysteem. In de praktijk echter, wordt die ambitie nog niet waargemaakt.  Vlaanderen is maar een klein deeltje van de wereld. In Vlaanderen hebben we wel de keuze te bepalen van welk groter geheel we willen uitmaken: van zij die voortrekkers willen zijn op het vlak  van mensenrechten en vredesopbouw of van zij die op dat vlak achterop hinken.  Ik ben alvast blij te mogen vaststellen dat we met onze parlementsvoorzitter Jan Peumans alvast iemand hebben die ook de ambitie heeft om voortrekker te zijn.  Nu nog de rest overtuigen voor meer daadkracht.


  1. Dat brengt me tot mijn derde en laatste aandachtspunt: mensenrechten.

Wat het economisch beleid betreft, heerst nog altijd de valse tegenstelling tussen economische belangen en mensenrechten. Vlaanderen zou in haar economisch beleid op vlak  moediger moeten zijn en een voortrekkersrol durven spelen om die valse tegenstelling te doorbreken.   Dag op dag, vijf jaar geleden was iedereen geschokt door de instorting van het Rana Plaza complex in Bangladesh waarbij 1.100 dodelijke slachtoffers vielen, vooral textielarbeiders. Er werden naar aanleiding van dit drama ronkende internationale resoluties onderschreven over ethisch ondernemen en mensenrechten.  Concrete acties bleven echter uit.  Een bedrijf dat voor de productie van zijn assortiment leunt op onderbetaalde of ongezonde arbeid in Cambodja of Bangladesh, gaat in ons land onder de radar en hoeft geen sancties te vrezen. Er ligt op het vlak van doen respecteren van mensenrechten nog veel werk op de plank.  Ik ben dan ook zeer blij dat Tine Destrooper haar expertise en ervaring op het vlak van mensenrechten nu in de schoot van het Vredesinstituut kan verderzetten.  Mensenrechten en vredesopbouw zijn immers innig met elkaar verbonden.

Laten we wat mensenrechten betreft, ons niet beperken tot een universele veklaring op papier, maar ook samen werken aan een universele toepassing ervan in de praktijk.