“We moeten alles op alles zetten om zulke menselijke drama’s in de toekomst te vermijden worden. Want deze 1.500 doden van vorige week hadden we kunnen vermijden.” In 2013 bij de scheepsramp voor de kust van Lampedusa was de verontwaardiging ook groot én ook toen was de roep om een ambitieuzer Europees migratiebeleid luid. Vandaag, twee jaar later, sterven 1.500 mensen op dezelfde manier in één week tijd. Ondanks dat de regeringsleiders aangeven iets te willen ondernemen, blijft een integrale aanpak in Europa vastzitten.

“Er wordt wel meer geld uitgetrokken voor operatie Triton, dat wordt geleid door het Europese grensagentschap Frontex. Maar deze operatie richt zich hoofdzakelijk op grensbewaking en niet op opsporing- en reddingsoperaties. Er wordt niet vertrokken vanuit de noodzaak om mensenlevens te redden, enkel vanuit de bezorgdheid om het ‘fort Europa’ beter te beveiligen. Het Europese initiatief is te beperkt in mandaat en middelen om een doeltreffend antwoord te bieden“, zegt Monica De Coninck.

“De goodwill voor een militaire operatie om de boten van mensensmokkelaars te vernietigen is er. Maar voor de opvang van bootvluchtelingen daarentegen, is de politieke moed ver zoek. Het compromis is uitgedraaid op een absurd laag cijfer van 5.000 ‘te verspreiden vluchtelingen’”, stelt De Coninck. “Veel te weinig. Zeker als er een honderdvoud klaar staat om de oversteek te maken.”

Naast concrete en doeltreffende reddingsacties moet er dringend werk gemaakt worden van een menselijk, solidair en werkbaar Europees asiel- en migratiebeleid. Met legale en veilige routes naar Europa voor mensen op de vlucht. ”De maatregelen die de Europese lidstaten hebben voorgesteld zijn too little too late. De tragedie van de bootvluchtelingen moet fundamenteel worden aangepakt”, besluit De Coninck.