De nulbelasting op aandelen maakt dat de financiële elite een derde tot de helft van haar inkomen vrijgesteld ziet van belasting. Dat privilege behouden is een topprioriteit voor Open-VLD. Zo bleek op hun nieuwjaarsreceptie gisteren. Telkens weer wordt beweerd dat een meerwaardebelasting op aandelen de middenklasse treft en ongeschikt is als bijdrage van de superrijken. Dat is een hardnekkige mythe, of post truth als u dat verkiest. Het tegendeel is waar. Meerwaarden op aandelen zijn verwaarloosbaar voor 90% van de mensen terwijl ze de belangrijkste bron van inkomen zijn voor de topinkomens. Een meerwaardebelasting is dan ook met stip een belasting op de grootste vermogens en op de financiële elite. Dat het vooral de middenklasse zou treffen, is dan ook klinkklare onzin.

Topprioriteit voor Open-VLD is hét fiscale privilege van de financiële elite vrijwaren

Zowat 9 op 10 van de mensen heeft gewoonweg geen aandelen. Dat weten we dankzij de ‘Household Finance and Consumption Survey’ (HFSC) van de Europese Centrale Bank (ECB)[ii]. De participatiegraad van gezinnen in beursgenoteerde aandelen bedraagt 11%. Bovendien blijkt dat voor die kleine groep van aandelenbezitters de mediaanwaarde lager is dan 10.000 euro. Anders gezegd: de helft van die aandeelhouders bezit dus minder dan 10.000 euro aan individuele beursgenoteerde aandelen. Voor niet-beursgenoteerde aandelen is de participatiegraad 8,5% en de mediaanwaarde 55.000 euro[iii]. Sarah Kuypers en Ive Marx van het Centrum voor Sociaal Beleid berekenden op basis van de HFSC-gegevens de verdeling van die aandelen naar de positie in de netto-vermogensverdeling. Ze komen tot de vaststelling dat meer dan 80% van de waarde van de aandelen bij de top 10% grootste vermogens zit.[iv]

Tabel 1. Verdeling aandelen naar netto-vermogensverdeling


onderste 50%
volgende 40%
top   10%
top     1%
aandelen (beurs)
1%
14%
85%
51%
aandelen (andere)
2%
15%
82%
24%

 

Over de verdeling van de inkomens uit vermogen, en meer specifiek voor de meerwaarden op aandelen, tasten we in België in het duister. In Zweden en de VS zijn die gegevens wel bekend. Ze zijn opgenomen in de ‘World Wealth and Income Database’[v]. Per inkomensgroep is het gemiddelde inkomen met en zonder meerwaarden op aandelen beschikbaar. Op basis van die gegevens kun je per inkomensgroep het inkomensdeel bepalen dat afkomstig is van de verkoop van aandelen.

Wat leert de analyse voor Zweden? Voor de periode 2000-2013 bestaat het gemiddelde inkomen van de 90% laagste inkomens voor minder dan 2% uit meerwaarden op aandelen. Bij de top 1% is dat bijna 1/3e en bij de top 0,01% bestaat het inkomen voor bijna de helft uit gerealiseerde meerwaarden op aandelen. De situatie in de VS is zeer vergelijkbaar. Het inkomen van de top 1% bestaat eveneens voor 1/3e uit meerwaarden op aandelen, terwijl dat voor de top 0,01% oploopt tot 39% van hun inkomen. Ook voor Frankrijk zien we een gelijkaardig beeld. Een studie door de Franse ‘Conseil des Prélèvements Obligatoires’[vi] voor de inkomens van 2008 wijst uit dat het inkomen van de top 0,01% voor de helft uit meerwaarden op aandelen bestaat. Voor de top 0,001% is dat zelfs 72%.

De nulbelasting op aandelen maakt dat de financiële elite de helft van haar inkomen vrijgesteld ziet van belasting.






Tabel 2. Meerwaarde op aandelen als % inkomen per inkomensgroep in de VS en Zweden (2000-2013)


onderste 90%
top     10%
top    1%
top 0,01%
Zweden
2%
14%
31%
49%
Verenigde Staten
2%
12%
31%
39%

 

De concentratie van meerwaarden op aandelen bij de allerhoogste inkomens is dus zowel in Frankrijk, Zweden als in de Verenigde Staten bijzonder uitgesproken. Bovendien kunnen we stellen dat Zweden vergelijkbaar met België is. Beide landen worden gekenmerkt door een hoge globale belastingdruk, een relatief gelijke inkomensverdeling volgens de Gini-index, en een hoog financieel gezinsvermogen als % van het BBP. Het is dan ook aannemelijk dat de conclusies voor Zweden ook van toepassing zijn op België. Anders gezegd: meerwaarden op aandelen zijn verwaarloosbaar voor 90% van de mensen terwijl ze de belangrijkste bron van inkomen zijn voor de topinkomens. Een meerwaardebelasting is dan ook met stip een belasting op de grootste vermogens en op de financiële elite, en geen belasting op de middenklasse.



[i] Jan Cornillie en Inti Ghysels (2015), ‘Tax shift: sociaal én economisch zinvol’, Sampol, februari 2015

[ii] Du Caju, Ph. (2016), ‘De vermogensverdeling in België : eerste resultaten van de tweede golf van de Household Finance and Consumption Survey (HFCS)’, Economisch Tijdschrift, september 2016, NBB

[iii] Dit wordt ook wel het ‘vermogen uit zelfstandige beroepsactiviteit’ genoemd

[iv] Sarah Kuypers en Ive Marx (2016), ‘De verdeling van vermogenscomponenten naar positie in de netto vermogensverdeling en bruto inkomensverdeling’, CRESUS Policy Brief, juni 2016

[v] http://www.wid.world/

[vi] Conseil des Prélèvements Obligatoires (2011), “Prélèvements Obligatoires sur les Ménages: Progressivité et Effets Redistributifs”