Net na de aankondiging dat Ford Genk dicht zou gaan, kreeg ik net als andere Limburgse mandatarissen een mailtje van Unizo Limburg. Het is blijven hangen omdat het een pakkend pleidooi was voor samenwerking. Tussen politici, werkgevers en hun koepels, en werknemers en hun koepels. Unizo riep iedereen op om samen de schouders te zetten onder een sociaal plan voor Limburg in het post-Fordtijdperk.

Mijn gezond boerenverstand zegt me dan ook dat paniekzaaien het vertrouwen weinig deugd doet, en dat we van 'Griekenland aan de Noordzee' een self fulfilling prophecy dreigen te maken.

Ik moest terugdenken aan die oproep tot samenwerking toen ik de uitspraken van baggerbaas Jan De Nul onder ogen kreeg. Omdat er een trieste traditie is ontstaan van ondernemers die net het omgekeerde doen. Er was Luc Bertrand die eerst de regering marxistisch noemde, daar dan op terugkwam en vervolgens de werknemers maar viseerde door te opperen dat ze met zijn allen gerust elke dag een half uurtje langer zouden kunnen werken. Er was Adecco-baas Patrick De Maeseneire die vanuit Zwitserland jongeren opriep om België te verlaten, pleitte om de eindejaarspremie af te schaffen, en met zichzelf als levend bewijs verkondigde dat je mits hard werken van een onderbetaalde mini-job een goedbetaalde maxi-job maakt (maar er wel pas later aan toevoegde dat zijn vrouw de kinderen helemaal alleen opvoedde). En er was Jos Vaessen die waarschuwde dat België op weg is om het Griekenland aan de Noordzee te worden, met nog eens een miljoen werklozen extra.

Polarisatie

Voor de klap op de vuurpijl zorgde Jan De Nul met zijn tirade over de werkenden die solidair moeten zijn met hen die het "recht op luiheid" koesteren. "Er is gewoon geen goesting om te werken. Omdat het zonder werken ook kan", aldus de baggeraar. Werkloosheid als een bewuste keuze, een keuze voor luiheid. Geef de werklozen geen geld meer en ze zullen werk vinden. Hocus pocus. Ze zullen het bij Ford of bij ArcelorMittal graag horen.

Wat denken Bertrand, De Maeseneire, Vaessen en De Nul - mijn excuses als ik iemand vergeet - eigenlijk te bereiken met hun uithalen? Werknemers die zich elke dag dubbel plooien, verdienen respect. Het zijn zij die vaak de prijs betalen van beslissingen van anderen, het zijn zij die hun lot niet zelf in handen hebben. Nu krijgen ze te horen dat ze ofwel harder moeten werken ofwel minder moeten verdienen. En daarover zeuren is misplaatst, luidt het, want het is crisis en massale werkloosheid loert om de hoek. Bovenop dat doembeeld, klinkt het nu ook nog eens dat het je eigen schuld is als je werkloos wordt.

De polarisatie die aan de gang is en steeds verder escaleert, werkt contraproductief. Ik ben zelf geen CEO en ik ben ook geen econome, maar ik hoor en lees van mensen die het kunnen weten dat vertrouwen de sleutel is om onze economie er weer bovenop te helpen. Mijn gezond boerenverstand zegt me dan ook dat paniekzaaien het vertrouwen weinig deugd doet, en dat we van 'Griekenland aan de Noordzee' een self fulfilling prophecy dreigen te maken.

Solidair

Maar vooral: die polarisatie is nergens voor nodig. Over de kern van de zaak zijn we het volgens mij met zijn allen eens. Iedereen die in staat is om te werken, moet ook kunnen werken. Maar dat houdt ook in dat we solidair zijn met diegenen die niet kunnen werken. Omdat ze ziek zijn, omdat ze op bepaalde momenten in hun leven brute pech kennen, of omdat ze ondanks keihard zoeken simpelweg geen werk vinden. Ik denk dat zelfs Jan De Nul, als hij klaar is met het schudden aan de boom, het hier mee eens is.

Als ik zelf even voor onheilsprofeet mag spelen: als we mekaar op deze manier blijven bestoken met verbale aanvallen en zo elke dialoog onmogelijk maken, gaan we er niet geraken. Laat ons tenminste proberen om op zoek te gaan naar wat ons bindt, naar waar we mekaar ergens in het midden kunnen tegemoet komen. Met systemen als de tijdelijke werkloosheid hebben politici, werkgevers en werknemers bewezen dat het mogelijk is om samen instrumenten uit te werken die ons beter beschermen tegen de crisis dan veel landen rondom ons. Ik zie niet in waarom dat niet meer zou kunnen.