Leefloners verplichten om te werken aan 1 euro per uur (lees: onbetaald) als tegenprestatie voor een zeker behoud van het leefloon is kortzichtig en onrechtvaardig.

Ten eerste laat het pleidooi uitschijnen dat leefloners tot op heden niet geactiveerd worden. Dat klopt niet. Sinds 2002, met de wet op het Recht op Maatschappelijke Integratie (RMI) zetten de meeste OCMW's, ook wij al kan dat stukken beter, in op activering. Artikel 60 & 7 is daarbij een vele gebruikte maatregel om leefloners voor een jaar tot 18 maanden te werk te stellen, met daarbij de nodige begeleiding en opleiding. De RMI-wet is bovendien niet vrijblijvend, iedereen die geacht wordt te kunnen werken, moet zijn werkbereidheid aantonen bij het OCMW. Zoniet, kunnen OCMW-cliënten geschrapt worden van hun leefloon.

De volgende stap richting verplichte gemeenschapsdienst lijkt ook door deze beslissing niet meer veraf. Wie dan weigert, verliest zijn leefloon. In het kader van de recente besparingen, begrijpen we het voorstel van de OCMW-voorzitter. Schrap in het personeelsbestand van de groendienst, poetsdienst, afvaldienst, keuken, ... en zet er leefloners op. Een goedkoop alternatief en het werk blijft gedaan. De ene ziet zijn job verdwijnen, de andere krijgt werk maar krijgt geen loon, bouwt geen verdere rechten op voor zijn werkloosheidsuitkering en een pensioen wordt niet beschermd. De leefloner blijft dus vastzitten in het leefloon.

Daarbij moet ook de kanttekening geplaatst worden, dat niet alle leefloners te activeren zijn naar werk. Onder de leefloners zijn veel zieken, invaliden, thuislozen, ouderen, analfabeten, ... die zo ver verwijderd zijn van de arbeidsmarkt, dat een job (voor een langere tijd of voorgoed) uitgesloten is. Het leefloon is voor hen hun laatste vangnet.

Maar zelfs de leefloners die door het OCMW succesvol artikel 60 afmaken, die bewezen hebben te kunnen werken, blijken nadien nog altijd moeilijk door te stromen naar de reguliere arbeidsmarkt. Hun afstand tot de arbeidsmarkt blijft, ondanks intensieve begeleiding, te hoog of misschien vanuit een ander perspectief gezien, de arbeidsmarkt is te veeleisend.

 Door deze beslissing wek je de indruk dat een leefloner die niet wenst in te stappen in de gemeenschapsdienst niets willen doen, of dat ze met andere woorden profiteren van de maatschappij en haar vangnet. Zeer veel mensen met een leefloon willen hun situatie verbeteren, vaak is het geen kwestie van niet willen, maar niet kunnen. De eisen op de arbeidsmarkt zijn hoog, velen vallen uit de boot. Het leefloon is trouwens op zich veel te laag om mensen te vrijwaren van armoede, marginaliteit, ... Met 817 euro per maand voor een alleenstaande duikt het ver onder de Europese armoedegrens.

Toch blijven, ondanks dit onrecht op de arbeidsmarkt en het gebrek aan inkomensbescherming, heel wat leefloners zich actief inzetten, via vrijwilligerswerk in het verenigingsleven, via PWA, enz. Anderen dragen zorg voor familieleden, kinderen, ouders. Wanneer worden deze zinvolle en nuttige activiteiten die leefloners wel doen eens onder de aandacht gebracht?

Tot slot, zo leren we uit het Nederlandse voorbeeld waar dergelijke wetgeving reeds een tijdje bestaat via het Zwartboek 'Werken in de bijstand' van het FNV dat er tal van wantoestanden zijn voor de Nederlandse leefloners die werken in de bijstand. Klachten zijn de slechte arbeidsomstandigheden en het gebrek aan arbeidsbescherming (want officieel is het geen arbeid), het gebrek aan perspectief op een betaalde job (de werkervaring is niet relevant en slorpt tijd op ten koste van de zoektocht naar betaald werk). Het werken gebeurt ver onder het minimumloon, waardoor er ook verdringing ontstaat met bestaande arbeidskrachten. Daarbij zijn er zelfs situaties van bijstanders die eerst een betaalde baan hadden en na ontslag hetzelfde werk moesten, maar dan in ruil voor een uitkering. Is dit de weg die we willen bewandelen?

Conclusie: OCMW's hebben verschillende vormen van dienstverlening en instrumenten die burgers op weg moeten helpen naar maatschappelijke integratie en een menswaardig leven. Leefloners die kunnen werken, worden daarbij ten volle geactiveerd naar een job. (Activeren naar) werk blijkt voor een grote groep leeflonders echter niet een oplossing te vormen, de sp.a Blanbkenberge ziet niet in waarom onbetaald werk dat dan wel zou zijn. Bovendien vormt het leefloon voor burgers, voor wie het recht op betaalde arbeid niet gegarandeerd kan worden, het allerlaatste vangnet. Dit koppelen aan onbetaalde arbeid (1 euro per uur is zo goed als zeggen niets), zonder arbeidscontract, zonder bescherming noch rechtenopbouw)  is simpelweg laag bij de grond.

 Om deze redenen zal onze fractie dan ook tegen dit voorstel stemmen.