sp.a-voorzitter Caroline Gennez noemt Tuur Van Wallendael een van de mooiste mensen die ze binnen haar partij heeft gekend. "Zijn levensvreugde maakten van hem iemand bij wie het altijd leuk vertoeven was. Met Tuur in het gezelschap kon de avond nooit niet stuk."

Daarnaast prijst Gennez zijn karakter van bruggenbouwer en grote verzoener. "Tuur had zowel binnen als buiten de partij geen enkele vijand. Hij was oprecht en rechtuit. Zo slaagde hij er zelfs in om in Antwerpen de klassieke Volkshuissocialisten op dezelfde golflengte te krijgen met de jongere progressievere generatie."


Het laatste contact tussen Gennez en Van Wallendael dateert van vorige week. "Hij was nog altijd erg begaan met de partij. Sinds de beslissing voor zijn zelfgekozen einde hadden we de laatste tijd veel contact en zijn we dichter naar elkaar toegegroeid dan voordien. Met Tuur verlies ik een vriend en onze partij een heel groot persoon".

Zijn afscheid heeft Tuur bewust voorbereid, nadat de kanker in zijn lichaam onverbiddelijk terugkeerde. Eind augustus organiseerde hij een afscheidsfeest, waar ook Caroline Gennez het woord nam:

Grote Meneer Van Wallendael.

Jij bent nooit echt verdwenen. Jij blijft ons bij. Want grote meneren, die de geschiedenis veranderen, blijven ons bij. Grote meneren zullen we altijd kunnen herkennen in wat ze hebben gedaan. En de grootsten, dat zijn degenen die het dagelijkse leven van veel gewone mensen veranderen. Met kleine dingen.”
Tuur, door ons leeftijdsverschil kennen we elkaar eigenlijk niet zo goed. Maar ik herinner me nog een keer, ik was toen voorzitter van de jongsocialisten en Louis Tobback was voorzitter. Dat was trouwens nog in de tijd dat men de voorzitter aansprak met twee woorden: mijnheer de voorzitter. Het was op de fractiedagen in de Barkentijn in Nieuwpoort, het begin van het politieke werkjaar voor sp.a – ze komen er binnenkort weer aan. Zoals het vandaag een feest is voor jou, zorgde jij er elk jaar weer voor dat de fractiedagen een feest werden voor de parlementairen. We missen dat.

Enfin, jij gaf daar toen een speech – je stond ongeveer waar ik nu sta en Louis zat waar jij nu zit. Een speech over het reilen en zeilen van de partij. En opeens had je het, gebarend naar Louis, over “diene kleinen hier”. De hele zaal lag plat van het lachen. Louis trouwens ook. En nu zul je zeggen: ja maar, daarmee heb ik toch de geschiedenis niet veranderd? Dat maakt mij toch geen ‘grote meneer’? Awel, Tuur, ik denk van wel.

Want jij bezit een bijzondere gave. De gave om mensen iets duidelijk te maken. Om hen te bewegen. Om zelfs partijgenoten in hun hemd te zetten, zonder dat iemand ooit gekwetst geraakt. Neem nu het congres van oktober 2007, waar ik tot voorzitter werd verkozen. Niet minder dan 24 sprekers passeerden de revue. En het was jouw taak om, als ceremoniemeester, al die sprekers aan hun drie minuten spreektijd te houden. Sommigen chronometreerde je dan ook onverbiddelijk. Maar anderen stond je het toe een beetje over die tijd heen te gaan. Daar zei je achteraf over: “De interessante sprekers heb ik hun verhaal laten afmaken”. Waarmee we dus meteen wisten wat je van de sprekers vond die je wél onderbroken hebt. Zo rechtuit kunnen zijn, met zoveel humor, is een gave. Volgens mij heb je daar veel mee bereikt. Want je laat er zelfs partijvoorzitters mee zien dat alles te relativeren is. Je maakt er mensen milder mee.

Men zegt en schrijft dan ook wel eens dat jij een verzoener bent. Een geheim wapen. En dat je, in die rol, een brug hebt geslagen tussen de oude SP en de nieuwe sp.a. Dat heb je zelf altijd ontkend, maar dat is volgens mij valse bescheidenheid. De rol van zelfrelativering, humor en een beetje lichtheid in het bestaan – ook in dat van een serieuze partij – mag je niet onderschatten. Je hebt ooit zelf gezegd: “De sp.a is eigenlijk altijd een onvriendelijke partij geweest, met norse mensen.” En een andere keer zei je, naar Karl Marx: “Zorg voor een hemel op aarde, dan is de partij niet meer nodig”. Wel Tuur, jouw pleidooien voor meer vriendschap – of het nu in de partij is, of daarbuiten – vallen zeker niet in dovemansoren.

Je talloze vrienden, over alle gezindheden heen, zullen dat beamen. Je lijkt trouwens geen radicale tegenstanders te hebben. Ik vraag me af hoe dat voelt. Niet alleen in Brussel, maar ook in Antwerpen heb je er trouwens voor gezorgd dat, op cruciale momenten, zowel de oude garde mee raakte, als de jonge garde begeesterd. Zo heb ik gehoord. Ook daar speelde je dus de rol van verzoener.

Ik ben er zeker van dat een verzoener als jij ook als schepen en ombudsman van Antwerpen vele harten heeft beroerd. Je hebt er, met veel enthousiasme, voor gezorgd dat de Antwerpenaren – die voor velen overkomen als nooit contente mensen – een luisterend oor kregen voor hun klachten. En een serieuze behandeling. Je hebt ongetwijfeld het dagelijkse leven van heel wat gewone mensen veranderd.

En daarom, Tuur, ben jij een Grote Meneer. Wat je voor de partij gedaan hebt, en voor de mensen in Antwerpen, zal nooit worden vergeten. Je bent dan ook nooit uit onze harten verdwenen. Toch missen we je, daar in Brussel. We missen je humor. Je scherpzinnigheid. Je vranke mond. En de lichtheid die je daarmee in ons leven kon brengen. We missen die uiterst intelligente, belezen man, die steevast The New York Review of Books zat te lezen op de banken van het parlement.

Lieve Tuur, Grote Meneer van Wallendael. Ik wil je bedanken voor al wat je hebt gedaan, en voor wie je bent. Ik hoop dat je zelf met genoegen kunt terugkijken op al die jaren. En ik hoop dat je nog zo lang je kunt, geniet van jouw eigen hemel op aarde. Achter de vrouwen lopen is er dan wel niet bij – “ze lopen te snel”, zei je ooit. Maar ik denk dat dat eigenlijk een verdoken manier was om te zeggen hoe gelukkig je bent met je eigen gezin. Ik wil ook Linda en Jan bedanken, voor al wat ze voor deze prachtmeneer doen. En ik wil er zometeen, samen met jullie, ene op drinken. Het is een eer.