De twee extra deradicaliseringsconsulenten die Vlaams minister van Welzijn Jo Vandeurzen  wil aanwerven voor de gevangenissen zijn veel te weinig. De opvolging en begeleiding in de gevangenis is absoluut ondermaats.Minister Vandeurzen schuift de verantwoordelijkheid volledig af op het federale niveau.

Minister van Welzijn Jo Vandeurzen kondigde woensdag aan dat er twee extra deradicaliseringsconsulenten komen om geradicaliseerde gevangenen te begeleiden. Vlaanderen heeft 76 'aandachtsdossiers', waarvan er 33 intensieve begeleiding krijgen van de twee huidige deradicaliseringsconsultenten.

Maar dat zijn er veel te weinig. Het huidige beleid is dweilen met de kraan open.

Momenteel zijn er slechts 19 voltijdse medewerkers die instaan voor de psychologische trajectbegeleiding in gevangenissen, en dus de reïntegratie van gedetineerden. Daarmee kan elke gedetineerde die aangeeft nood te hebben aan psychologische ondersteuning rekenen op 10 uur behandeling per jaar. Al sinds 2015 zijn er geen extra investeringen gebeurd. Men lijkt de urgentie ook na de meest recente aanslag in Luik nog steeds niet te zien.

Vandeurzen schuift zijn verantwoordelijkheid af op justitie, een federale bevoegdheid. "Nochtans is hij zelf bevoegd voor de trajectbegeleiding van gedetineerden. De hete aardappel doorschuiven als minister is politiek heel gemakkelijk, maar maatschappelijk onverantwoord."

Concreet vraagt sp.a dat gevangenen die aangeven daar nood aan te hebben, minstens een keer per week een psycholoog kunnen zien. "Een verdrievoudiging van de capaciteit die op vandaag is voorzien, van 19 naar 60 medewerkers binnen de Centra voor Geestelijke Gezondheidszorg, is een minimum."