50 was mijn vader toen zijn wereld stopte met draaien. Als enige kostwinnaar in ons gezin was hij een van de slachtoffers van een eerste, stevige herstructurering die Ford Genk destijds doorvoerde. De kroniek van een aangekondigde dood, want eind dit jaar sluit de fabriek onherroepelijk haar deuren.

Eén belangrijk principe verliezen de rechtse partijen uit het oog: je kiest er niet voor om werkloos te zijn.

Brugpensioen luidde in 2003 het verdict, te nemen of te laten. Een eerlijke keuze was het allerminst. Mijn vader verloor niet alleen zijn job, maar ook zijn trots, een hele hoop vrienden en het ergste van allemaal, zijn hoop. Het enige wat hij gewonnen had, was - ondanks het vangnet dat hij toegeworpen kreeg - onzekerheid. Piekeren deed hij continu. Wie ’s morgens heel vroeg moet opstaan om te gaan werken, vloekt wel eens. Maar wie ’s morgens in bed moet blijven liggen, vloekt nog meer. Na verloop van tijd maakte zijn boosheid plaats voor moedeloosheid. 50 jaar en afgeschreven, zo luidde het verdict. Het heeft jaren geduurd voor ik mijn vader opnieuw breeduit zag glimlachen, vooraleer het voor hem weer allemaal ‘zin’ had.

Mijn engagement en politieke strijdlust heb ik mede te danken aan hem. Ik heb aan den lijve ondervonden wat (negatieve) perceptie kan doen met een mens én zijn gezin. De term ‘profiteur’ was in die tijd nooit ver weg en dat beeld is de afgelopen jaren alleen maar versterkt. De nieuwe Vlaamse regering – en de federale straks ook - beogen in die zin een grote omslag, waarbij we als samenleving komaf moeten maken met ‘leefloners met drie huizen’, ‘sociale huurders met 6 appartementen’ of ‘die luiaards van werklozen, want een goed cv volstaat voor een job’. Sociale stelsels bekritiseren door niet hun goede zin ter discussie te stellen, maar door ze met excessieve voorbeelden te discrediteren, zo verwoordde Marc Reynebeau het treffend in zijn column in De Standaard van enkele weken geleden. Ik noem dat een gevaarlijke politieke omslag.

Nog zo’n eentje die perfect in dat rijtje past, is een verplichte gemeenschapsdienst voor werklozen. “Het is tijd dat ze eens iets doen voor hun geld, verdorie!” Bekt goed en klinkt logisch. De federale onderhandelaars zijn het er over eens dat langdurig werklozen twee halve dagen per week gemeenschapsdienst moeten verrichten. “Dat moet er voor zorgen dat de werklozen voeling en betrokkenheid met de arbeidsmarkt houden”, luidt het.

Activering is een belangrijk debat, zo niet één van de belangrijkste wat mij betreft. Excessen moeten eruit (ook ik vind dat), maar één belangrijk principe verliezen de rechtse partijen uit het oog: je kiest er niet voor om werkloos te zijn. Ik heb thuis genoeg gezien wat dat met een mens doet. Mijn vader twee halve dagen keer per week een borstel in de hand duwen om een park schoon te vegen, had zijn moreel helemaal gekelderd. Zo behandel je niemand die 25 jaar lang hard heeft gewerkt én heeft bijgedragen. Dat is een kwestie van respect. Zowel voor diegene die met straatvegen de kost verdient, als voor mijn vader. Hij heeft andere talenten. En sorry papa, orde en netheid horen daar niet bij.

Uit verschillende internationale onderzoeken van de laatste jaren – onder meer in Groot-Brittannië en Denemarken - is gebleken dat je niet meer mensen aan een job helpt door ze te verplicht aan het werk te zetten in ruil voor een uitkering. De overgrote meerderheid van de (langdurig) werklozen zijn dat niet omdat ze niet willen werken, maar omdat bedrijven niet op zoek zijn naar werknemers met hun vaardigheden en talenten. Een verplichte gemeenschapsdienst lost dit probleem niet op. Als er al iets uit de resultaten naar voren komt, is dat aangepaste en meer intensieve begeleiding meer effect heeft op de tewerkstellingskansen van werklozen. In ons land kwam een studie van de UCL tot dezelfde conclusie. Professor Bruno Van der Linden meent dat de overheid "al een batterij instrumenten heeft om vrijwillige van onvrijwillige werklozen te onderscheiden. De studie legt ook andere obstakels bloot. Zo is er het risico dat de gemeenschapsdienst gewone jobs gaat innemen. De omkadering en controle die in zo'n systeem nodig is, zorgt dan weer voor een kost. Ook valt niet uit te sluiten dat zij die gemeenschapsdienst moeten vervullen, weinig productief zouden zijn.”

Waarom houden MR, N-VA, Open Vld én CD&V hier dan zo hardnekkig aan vast, als alle wetenschappelijke studies het tegendeel bewijzen? Enkel en alleen omdat we als samenleving het concept ‘pech’ niet meer aanvaarden? Dat er sowieso iets niet pluis is en de facto verdacht als je werkloos bent? Dat het op het eind van de rit toch ergens wel je schuld moet zijn? Dat is niet de samenleving van mijn vader en evenmin de mijne. Als je zo’n verplichting invoert, moet dat kaderen in een langetermijnvisie. Met een duidelijke afgelijnde groep mensen die instappen in een even duidelijk traject. Diegenen die profiteren van het systeem moeten er onherroepelijk uit, maar alle anderen - en dat is 99% - moeten we intensief begeleiden naar een degelijke, vaste job met toekomst. Mijn vader heeft die kans destijds niet gekregen. Laten we die deur daarom openhouden en werklozen niet met een etiket opzadelen die ze nooit meer kunnen afschudden.