Twee verzetsstrijders geven hun naam aan nieuwe straten: Stephanie Vanden Eynde en Hortense Daman

“Terroristen” werden ze door de nazi’s genoemd. Tegen wie zich tijdens de oorlogsjaren tegen het fascisme en de nieuwe orde verzette, trad de bezetter ongenadig op. Honderden bekochten hun weerstand met hun leven, velen overleefden folteringen en de gruwel van de concentratiekampen. Onder hen moeder Stephanie Vanden Eynde en dochter Hortense Daman. Door de publieke insteek voor en de toegangsweg naar een nieuw woonproject in de Bierbeekstraat naar hen te vernoemen, wordt de inzet van beide vrijheidsstrijders blijvend in herinnering gehouden in de buurt, waar ze woonden. Een meer dan verdiend eerbetoon.

Dertien jaar oud was Hortense Daman toen de oorlog uitbrak. Ze woonde met haar ouders – Jacques Daman en Stephanie Vanden Eynde -  op de hoek van de Pleinstraat en de huidige Nieuwe Kerkhofdreef. Vlak tegenover de ingang van het stadskerkhof en in de schaduw de Philipsfabriek baatte het gezin in de jaren dertig een kruideniers- en bloemenwinkel uit. Bezoekers aan het kerkhof konden er terecht voor rouwkransen en snijbloemen, de buurtbewoners voor hun dagelijkse aankopen, fabrieksarbeiders voor hun dagelijkse lunch. De winkeltoog was zowat het kloppend hart van de buurt. Vanuit de winkel werden ook klanten aan huis bediend. Tijdens de oorlog werd het pand een draaischijf van verzet: in de winkel en de aanpalende woning ving moeder Stephanie geallieerde soldaten, neergeschoten piloten en verzetslui op door ze tijdelijk een onderkomen, eten en kleren te geven. Letterlijk in het zicht van de bezetter: duitse soldaten hielden in het wachthuis van de Philipsfabriek een oogje in het zeil. Hortense kwam via haar broer in de weerstand terecht. François was als lid van het Belgische Partizanenkorps betrokken bij o.m. aanslagen. Met de levering van bestellingen als dekmantel kreeg ze als koerierster steeds gewaagdere en gevaarlijke opdrachten. Ze bevoorraadde met de fiets ondergedoken werkweigeraars en verzetslui en smokkelde berichten, wapens en springstoffen voor het verzet.

Op 14 februari 1944 sloeg als gevolg van verraad het noodlot toe. Geruggesteund door de Gestapo vielen Vlaamse SS-ers binnen, sloegen de inboedel kort en klein en voerden ouders en Hortense naar de Kommandatur in het centrum van Leuven en vandaar naar de Kleine Gevangenis. Het begin van een neerwaartse gang van folteringen en gewelddadige ondervragingen van het gevang, naar het ondervragingscentrum van de Gestapo in de Leopoldstraat om uiteindelijk te eindigen in de hel van de concentratiekampen. Hortense werd zonder enige vorm van proces ter dood veroordeeld en midden juni 1944 naar het concentratiekamp Ravensbrück gevoerd: “L’Enfer des Femmes” zoals de Franse dat werkkamp noemden. Twee maanden later volgde haar moeder. Haar vader werd opgesloten in het kamp van Breendonk en Buchenwald. In Ravensbrück werden moeder en dochter onderworpen aan zogenaamde medische experimenten. Bij de bevrijding door de Sovjet-Unie werden beiden onder hoede van het Zweedse Rode Kruis naar Malmö gebracht. Vader was in april bevrijd door Amerikaanse troepen. Zijn zoon François was een van hen. In augustus wachtte het gezin een warm welkom in de Pleinstraat.

In 1946 trouwde Hortense met de Britse sergeant Sydney Clews die ze bij haar terugkeer leerde kennen. Ze bouwden in Engeland een nieuw leven op. Ze kregen een dochter Julia en een zoon Christopher. Ze stierf op 18 december 2006. Vader Jacques Daman stierf nooit echt bekomen van de onderstane ellende in 1950 en werd begraven op het stedelijk kerkhof tegenover zijn huis. Stephanie overleefde hem een paar jaren, en stierf op 30 augustus 1954 terwijl ze bij Hortense en Syd op bezoek was. Ze werd in hun woonplaats Tunstall begraven.

In 1990 werd het verhaal van Hortense Daman te boek gesteld: Mark Bles, Een kind in de oorlog.
Wie het helemaal wil lezen, kan in bibliotheek Tweebronnen terecht.

Jaak Brepoels

Deze discussie werd gesloten.